Column: Het passenstelsel

Geplaatst in: Erfgoed
Walburg Pers. de kaft van Chinezen uit Indonesië door Patricia Tjiook-Liem

Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van ‘De Indische Schrijfschool’. Elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

In mijn boekenkast, of preciezer gezegd op een stapeltje nabij mijn werktafel, ligt een boek dat ik al jaren probeer te begrijpen. Het is dik, bevat veel feiten en een intrigerende hoeveelheid voetnoten met afkortingen. U zegt: waarom lees je het.

Mijn antwoord: ik leer hieruit over Chinese werkelijkheid zoals die bestond in het oude Indië. Vooral over het passenstelsel.

Eerst de auteur en de titel. Patricia Tjiook-Liem: ‘De rechtspositie der Chinezen in Nederlands-Indië 1848-1942. Wetgevingsbeleid tussen beginsel en belang.’  Het boek (haar proefschrift) verscheen in 2009 bij de Leiden University Press.

Nu dat passenstelsel. Voor ons is het op het randje van invoelbaar. Een pas moeten aanvragen bij autoriteiten, als een vergunning om hier te mogen wonen of daarheen te mogen reizen. Afhankelijk moeten zijn van toestemming. Het verdragen moeten van onrechtvaardigheid, van plagen en pesten, en ook het moeten wachten of de pas wel op tijd werd afgegeven, wat een moeilijkheid was voor een groep die sterk is in de handel.

Patricia Tjiook-Liem schrijft over de houding van bevoegde ambtenaren:

Het hoofd van het gewestelijk bestuur had bij de toepassing van het passenstelsel een ruime bevoegdheid. Die ruimte werd hem gegeven, naar wij aannemen bewust, aangezien het gouvernement zich onthield van het geven van duidelijke geboden of verboden. Zij beperkte zich tot aanwijzingen en aanbevelingen. Het leidde tot willekeur dat zich vertaalde in onwettige vereisten en gebrek aan uniformiteit bij de toepassing van het passenstelsel.”

Dan volgt de conclusie:

Er was voor hen die aan het stelsel waren onderworpen, grote rechtsonzekerheid.”

Inderdaad, dat is zakelijk proza. Geen boek dat leest als een trein. Met zo’n stukje alleen al kom ik door de dag. Rechtsonzekerheid: dus je kon nergens van op aan. De regering deed niks. Wat hou je over? In ieder geval elkaar. Ja, hoe dan- denk ik verder, en ik zoek naar levensverhalen die me dat vertellen.

Nu komt er een nieuw boek aan van Patricia Tjiook-Liem: ‘Chinezen uit Indonesië. De geschiedenis van een minderheid’. Zeker weten dat ik het aanschaf. In de pre-corona tijd ging ik naar de bijeenkomsten van het CIHC (Chinese Indonesian Heritage Center), dat zij oprichtte. Een grote zaal voor Chinees-Indische gezichten, verhalen over met elkaar verknoopte families, een wereld die zich naar het lijkt breed aan het openen is. Het nieuwe boek wordt zaterdag gepresenteerd in Museum Volkenkunde, en er is een wachtlijst. Kinderen, kleinkinderen en belangstellenden, we willen ook deze wereld leren kennen en begrijpen.

Verder lezen

Column

Column: Voormoeder of geen voormoeder?

Identiteit     Artikelen

Asian Raisins voert campagne tegen Hanky Panky Shanghai

Column

Column: Het zwijgen doorbreken is dekoloniseren

Menu