Column: De Indische diaspora draagt sporen van trauma in zich mee, maar contact kan oude pijn helen

Geplaatst in: Column
Indische familie op Java, foto ter illustratie. KITLV 43861, link: http://hdl.handle.net/1887.1/item:810692
Marcel van Doorn is vrijgevestigd therapeut, expert in psychotraumatologie en gespecialiseerd in interculturele opstellingen. Elke maand deelt hij zijn in de praktijk opgedane kennis en ervaringen in een column. Deze keer schrijft hij over verbinding met voorouders, christelijke instituten en overgedragen trauma.

For the powerful, crimes are those that others commit.”
– Noam Chomsky

Al vaker heb ik geschreven over het psychotrauma dat door de direct getraumatiseerden, de eerste generatie, doorgegeven wordt aan de volgende generaties, die het vervolgens ook weer doorgeven. Vaak is de overdracht van de eerste generatie moeizamer dan de overdracht van de tweede generatie naar de derde generatie. Doordat de afstand in tijd steeds groter wordt lijkt het steeds gemakkelijker te gaan met de overdracht. Om die reden praat de eerste generatie ook makkelijker met de derde of de vierde generatie.

Het zijn de geluiden van je ouders. De blik van je moeder of de waarschuwende kuch van je vader. Het zijn de miljoenen onvertelde verhalen die meedeinen op de golven van ons bestaan, die we van generatie op generatie doorgeven – tot op de dag dat alle verhalen verteld zullen zijn. Op die dag halen we even diep adem, vegen we de tranen van onze wang en luisteren we naar de muziek van onze voorouders. Met ogen dicht voelen we ons diep verbonden met hen die ons zijn voorgegaan.

Bij het lezen van mijn artikelen merkte een goede vriend van mij op dat de eerste versie van die artikelen vooral westers en academisch georiënteerd is. Het blijft daarom aan de oppervlakte: het levensverhaal is niet aanwezig, dus dan mis ik ook de diepte. Tegelijk is dat wel hoe ik ben opgegroeid en opgeleid, vanuit het witte narratief, met een witte agenda van vaak christelijke instituten. Dus ik schrijf en herschrijf tot het wel voldoet.

De christelijke instituten waren ruim 300 jaar kolonisator en verlegden de verantwoordelijkheid, ze handelden in naam van God. De christelijke instituten dulden naast het christendom geen inheemse spiritualiteit. Ze verbraken de verbinding met inheemse spiritualiteit, de verbinding met onze voorouders en moeder aarde. Daarvoor in de plaats kregen we apartheid, segregatie, slavernij, uitbuiting en ga zo maar door… Kortom, het narratief van deze instituten diende de witte macht.

De Indische gemeenschap is ontstaan in dienstbaarheid van de witte christelijke macht. Dus bij geboorte van de volgende generatie was het lot om te dienen kristalhelder, er was geen andere keus. De diaspora van de Indische gemeenschap werd hen opgedrongen door het kolonialisme. Logischerwijs voelen zij geen vertrouwen, voelen zij zich niet autonoom en ontbreekt het vaak aan zingeving. Deze vorm van psychische en fysieke ontwrichting wordt als normaal beschouwd maar is het niet. Samen met persoonlijke trauma’s leidt dit vaak tot mentale disfunctie, wanhoop, suïcide, verslavingen en chronische ziekten.

Dit transgenerationeel trauma noem ik Post Koloniaal Stress Syndroom (PKSS). Alle leden van de Indische diaspora, dus ook de derde, vierde en toekomstige generaties dragen sporen van delen van trauma in zich mee. Die sporen vinden we terug in het lichaam, vaak zijn dit pijnpunten, blokkades, spanningen. Het lichaam liegt niet. Het fysieke lichaam is een weerspiegeling van de verschillende lichamen, zoals het spiritueel of emotioneel lichaam. Als ik een klant masseer krijg ik regelmatig informatie binnen die over de klant gaat dat meer is dan waar de klant zich bewust van is. En dat maakt dat ik een andere positie krijg, als observator: ik word de observerende behandelaar. Als ik dit check met de klant is het feitelijk altijd raak. De klant herkent het bij zichzelf of in de familie. Aanraking heeft een helende werking. Lowen en Pierrakos stelden dit al veel eerder vast en waren de grondleggers voor de bio-energetica. Tot op de dag van vandaag is dit nog steeds actueel.

Niet alleen fysiek, maar ook op spiritueel niveau vinden we de trauma’s terug. Deze trauma’s zijn op individueel niveau op te lossen met een individueel proces en in een groepsproces. Dat draagt bij aan de heling van het collectief trauma. De sleutel tot herstel ligt in verbinding, compassie en het omarmen van onze authenticiteit, ongeacht de maatschappelijke verwikkelingen. Niet voor niets heeft het ruim 70 jaar geduurd voordat er een Grote Indonesië-tentoonstelling kwam die nadrukkelijk kiest voor het grotere verhaal. Met de blik van nu. Een verhaal dat nog altijd te weinig aandacht krijgt in de Nederlandse schoolboeken. Terwijl 1/5e van de Nederlandse bevolking, bijna 3 miljoen mensen, Indische roots heeft. We blijven het verhaal vertellen, nu met de hoop dat het narratief zal gaan veranderen.

Een van de belangrijkste zaken in mijn ogen is dat het weer is toegestaan verbinding te maken met onze inheemse overdracht, onze voormoeders. Kinderen worden niet meer weggehaald bij hun moeders, gezinnen worden niet meer gescheiden. Adoptie wordt selectiever gebruikt en liever vangt men het kind in de omgeving op. Als we weer contact maken kunnen we de oude pijn in onze familielijn weer helen. Alleen vanuit ons hart kunnen we helen. Dit is niet voorbehouden aan één groep, iedereen kan het doen, en vergeet vooral niet dat er zowel een vader- als een moederlijn is. Beide lijnen hebben de mogelijkheid geheeld te worden. Wees je ook bewust van het feit dat de voorouders er al waren vóór onze geboorte en voordat we überhaupt woorden konden gebruiken om ze te eren.

In Europa kenden we Keltische, Germaanse en Siberische voorouderverering, die door de witte christelijke instituten, zowel katholiek als protestants, weggevaagd zijn. In de koloniën waren er onder andere Javaanse, Soendanese, Molukse, Chinese en nog veel meer tradities om voorouders te vereren.

Wat ik niet echt heb meegekregen van thuis is elkaar aanraken. Mijn vader was wat dat betreft een echte Hollander. In de laatste jaren dat ik weer bij mijn ouders thuis kwam nam ik olie mee om hun voeten te masseren. Daar was ik mee begonnen toen mijn moeder thuis in een ziekenhuisbed lag. Ze had last van haar voeten en kon er niet echt bij. Ik heb toen haar voeten ingesmeerd en gemasseerd met Nivea – wie kent dat niet. De echte ontspanning kwam met de GPU-olie uit de toko en zijn vertrouwde geur. “Waar heb je dat geleerd?” vroeg mijn moeder terwijl ze een flinke trek van haar sigaret nam. Mijn moeder rookte ook gewoon in het ziekenhuisbed.

“In India en cursussen in Nederland.” antwoordde ik. “En veel weet ik gewoon…”
Ze keek me aan met een scannende blik. “Ja, dat geloof ik,” zei ze en genoot van de massage én haar sigaret.

Verder lezen

Column

Column: De huisjongen werd moordenaar

Column

Column: Het succes van de Indische kruidengeneeskundige, mevrouw Kloppenburg-Versteegh (1862- 1948)

Column

Column: Denk met mij mee over de biografie van Frits van Daalen