Column: Koelies in het roemruchte Rhemrev-rapport

Geplaatst in: Column
Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische Schrijfschool, waarmee ze mensen helpt hun verhaal op papier te zetten. Elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

Zeg eens: koelies. Wie ziet u voor uw geestesoog? Ik ook: mannen. In een oud rapport las ik over het fenomeen contractvrouwen. Het kwam neer op een vrouwelijke koelie. Ik las verder. Wat ik las was het roemruchte Rhemrev-rapport. Het staat in Delpher, dat wil zeggen zonder alle bijlagen. In het Nationaal Archief heb ik die gezien: ze vormen een stapel van 20-30 centimeter hoog. Allemaal verslagen van gesprekken met koelies en contractvrouwen.

Ho, wacht even, ik ga te snel. Even wat historische puntjes onder elkaar:

  • Deli, dat was Sumatra. Uitgestrekte ondernemingen. Veel tabak, grote winsten. Planters waren harde werkers en op hari besar dronken en vloekten ze en hingen ze aan kroonluchters. Niet allemaal, hoor. Maar u heeft een beeld.
  • De planters hielden hun koelies en contractvrouwen in een ijzeren greep. Want volgens de Koelie-ordonnantie (1880) mocht de planter zelf optreden als rechter en volgens de poenale sanctie mocht de planter zelf straffen. Daar kwamen zeer veel ellendige toestanden van.

In 1902 verscheen De millioenen uit Deli van mr J. van den Brand. Een aanklacht tegen het machtsmisbruik. Samengevat: de Indische pers ontplofte zowat. De Tweede Kamer in Nederland moest wat doen en deed iets. Want zoiets klopte niet met het zelfbeeld van Nederland als humane kolonisator.

Hierrrrr komt hij. Officier van justitie mr. J.L.T. Rhemrev, een telg uit de bekende Indische familie Rhemrev waarover veel te zeggen valt, maar ook dit: een Rhemrev heeft geen slappe knieën. Wel een ijzeren rug.
Deze Rhemrev ook. De juiste man om al die wantoestanden te Deli te onderzoeken. Mensen ter plekke te gaan spreken. Een accuraat verslag te schrijven. Dat werd het Rhemrev-rapport: Rapport van de resultaten van het mij bij Gouvernements-besluit van 24 Mei 1903, no. 19 opgedragen onderzoek (1905).
Het is zakelijk proza. Precies. Lange zinnen. Maar je blijft lezen, want hier is iets wat zelden voorkomt uit de oude tijd: de inheemse bevolking aan het woord. In de bijlagen, die dus in het Nationaal Archief liggen.

Rhemrev schreef het hele rapport in zakelijke stijl. Wat een moed, om al die misstanden unverfroren op het papier te zetten. Ze vormden een commentaar op het koloniale bewind. Na ontvangst van het rapport was de Tweede Kamer aan de beurt. Die moffelde het weg want: te erg. Dus de ellende bleef. Pas zeer laat werden de Koelie-ordonnanties afgeschaft. Mr Rhemrev maakte gelukkig nog een mooie carrière.

Verder lezen

Column

Column: Indo en Indisch, de gevoelswaarde verandert

Column

Column: Ook Japanse njai’s

Boeken     Column

Column: ‘Warm bloed’ (1904), een roman die een schandaal werd