Marie van Zeggelen: schrijfster, activist en een ongemakkelijke stem over Nederlands-Indië

Geplaatst in: Geschiedenis

Ze was nog geen twintig jaar oud toen ze in 1890 met haar pas getrouwde man, KNIL-officier Herman Kooij, op de boot stapte naar Indië. Het schip — de Prins Frederik — zou drie dagen na het vertrek zinken na een aanvaring in de Golf van Biskaje. Marie van Zeggelen overleefde de ramp. Het zou niet de laatste keer zijn dat ze zich door een wereld worstelde die niet op haar was ingericht.

Marie van Zeggelen (Den Haag, 1870 – Huizen, 1957) groeide op in een kunstzinnige omgeving. Haar vader was dichter en boekdrukker, haar moeder kunstschilder. Op haar veertiende ging ze naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. In Indië belandde ze in de besloten wereld van KNIL-officieren en hun echtgenotes. Een kring die ze al snel als oppervlakkig en verstikkend ervoer. Ze trok liever de natuur in, leerde Maleis en Boeginees, en verdiepte zich in de cultuur van de inheemse bevolking op Java en later op Celebes (het huidige Sulawesi).

Haar eerste boek verscheen in 1904: Jong Java’s lief en leed, een kinderboek over het leven op Java. Haar verhalenbundel Onderworpenen. Schetsen uit Celebes (1908) volgde na een periode op Zuid-Celebes, waar ze onder de lokale bevolking had geleefd en getekend. Haar werk onderscheidde zich doordat ze, voor die tijd ongebruikelijk, inheemse perspectieven centraal stelde. Toch stelde ze het koloniale systeem als zodanig nooit ter discussie; een spanning die haar werk tot op de dag van vandaag dubbel maakt.

Naast haar schrijverschap was Van Zeggelen politiek actief. In 1912 was ze mede-oprichtster van SOVIA — de Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen — samen met Charlotte Jacobs, de zuster van de bekende Nederlandse feministe Aletta Jacobs. SOVIA steunde inheemse vrouwen die een medische opleiding wilden volgen. Daarnaast werd ze secretaris van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Batavia en was ze redactrice van het blad De Vrouw in Indië. In 1913 organiseerde ze de inzending van Nederlands-Indië voor de grote feministische tentoonstelling De Vrouw 1813–1913 in Amsterdam.

In 1910 verscheen De Hollandsche Vrouw in Indië, een openhartig reisverslag over haar eigen ervaringen in de kolonie. Daarin beschreef ze de bekrompenheid van het koloniale vrouwenbestaan en de kloof tussen de Europese kolonisten en de wereld om hen heen. Jarenlang schreef ze over Indië; pas na 1924 stapte ze over op historische romans met een Nederlandse setting. Haar huwelijk eindigde in 1921 in een scheiding. Destijds nog altijd een ongebruikelijke stap. Ze bleef daarna als zelfstandig schrijfster actief tot op hoge leeftijd.

In 1945, op 75-jarige leeftijd, publiceerde ze een biografie van Kartini. Ze overleed in 1957, op 87-jarige leeftijd.

Het werk van Marie van Zeggelen weerspiegelt het ongemak dat ook in haar eigen tijd voelbaar was: iemand die het koloniale systeem tegelijkertijd ondersteunde en bekritiseerde, die inheemse vrouwen zichtbaar maakte maar ze niet kon bevrijden van de blik die haar eigen positie bepaalde. Juist om die reden is haar werk nog steeds de moeite waard om te lezen.

Verder lezen

Geschiedenis

Educate Yourself

De rol van de Nederlandse marine tijdens de onafhankelijkheidsoorlog: zeeblokkade en geweld

Column

Column: Hoe njai Aïma een langzame, pijnlijke moord pleegde in een damesroman

Erfgoed     Artikelen

PETITIE: ZONDER KOK GEEN WOK – AZIATISCHE HORECA VECHT VOOR VOORTBESTAAN