De aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941was het startsein voor de Japanse expansie in Zuidoost Azië. De Nederlanders, die zich nog veilig waanden achter de Britse vesting Singapore, werden in enkele weken overlopen door de Japanse opmars. De slag in de Javazee eindigde op 27 februari 1942 in een ramp; Java viel drie dagen later.
Totaal onvoorbereid werden in allerijl evacuaties opgestart. Duizenden militairen, ambtenaren en burgers probeerden de archipel te ontvluchten. Voor velen was het doel Australië – het dichtstbijzijnde veilige vasteland. De enige haven die nog open was, Tjilatjap, aan de zuidkust van Java, raakte overvol. Terwijl schepen torpedo’s en luchtaanvallen probeerden te ontwijken, werd in de lucht een haastige reddingslijn opgezet door KLM- en KNILM-toestellen.
Een toegangspoort naar vrijheid
Het Australische kustplaatsje Broome werd de bestemming van deze luchtbrug. Vanuit Batavia was het een vlucht van ruim acht uur over zee. Broome beschikte over een klein vliegveld en de beschutte Roebuck Bay, waar watervliegtuigen konden landen. Binnen enkele dagen groeide het uit tot een geïmproviseerd transitkamp.
Piloten vlogen dag en nacht; ze tankten, laadden passagiers en keerden direct terug. Volgens Australische luchtmachtrapporten arriveerden op sommige dagen meer dan vijftig toestellen. In twee weken tijd passeerden tot wel achtduizend evacuees – mannen, vrouwen en kinderen, velen uitgeput en getraumatiseerd. De bewoners van Broome boden onderdak en eten, niet wetend dat hun stadje weldra zelf oorlogsterrein zou worden.
Zero’s
Na de bezetting van Timor was Broome nog slechts 800 kilometer verwijderd van Japans veroverd gebied. De Mitsubishi Zero-jagers konden de afstand net niet halen op één tank, maar met nieuwe afwerpbare brandstoftanks werd dat probleem opgelost. In de vroege ochtend van 3 maart 1942 stegen negen Zero’s op en bereikten om 09.20 uur het kustplaatsje. In Roebuck Bay lagen vijftien watervliegtuigen te tanken – vol passagiers die nog niet aan land konden vanwege hoge golven. Binnen minuten stonden ze in lichterlaaie. Het kleine vliegveld werd eveneens beschoten; een Amerikaanse Liberator-bommenwerper met 31 inzittenden werd geraakt tijdens het opstijgen. Slechts twee overleefden. In totaal kwamen meer dan honderd mensen om, onder wie 48 Nederlanders – 32 van hen vrouwen en kinderen.
Verloren diamanten
Onderweg naar Broome was ook een Nederlands DC-3-toestel onder leiding van de KLM-piloot Iwan Smirnoff. Zijn vliegtuig werd door dezelfde Japanse jagers neergeschoten en maakte een noodlanding op een verlaten strand. Pas dagen later werden de overlevenden gered.
Aan boord was een klein pakje bestemd voor de Commonwealth Bank in Melbourne. Smirnoff wist niet dat het 300.000 pond aan diamanten bevatte. Het pakket verdween in de golven. Jaren later doken enkele diamanten op bij een plaatselijke strandjutter – het begin van een hardnekkige Australische legende.
Broome: een vergeten tragedie
De Japanse aanval op Broome was, na Darwin, de dodelijkste op Australisch grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De luchtbrug werd stilgelegd, en de resten van verbrande vliegtuigen bleven nog wekenlang in de ondiepe baai drijven. Voor velen markeerde Broome het einde van hun vlucht – en het begin van een leven in ballingschap.
Tekst: Victor Laurentius



