Op 2 december 1975 kaapten zeven jonge Molukse mannen een trein bij Beilen. Twaalf dagen lang hielden zij 23 passagiers gegijzeld. Drie reizigers werden gedood. Tegelijkertijd bezetten vijf andere Molukkers het Indonesische consulaat in Amsterdam, waarbij één gijzelaar om het leven kwam.
De aanslagen kwamen niet uit het niets. De Molukse gemeenschap in Nederland leefde al dertig jaar in een onmogelijke positie. Oud-KNIL-soldaten waren in 1951 naar Nederland gebracht met de belofte van terugkeer naar een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. Die republiek werd door Nederland nooit erkend. De belofte van terugkeer bleef onvervuld. Een generatie groeide op in woonoorden, geïsoleerd en zonder perspectief.
De kapers waren jongeren, geboren in Nederland, die het gevoel hadden dat vreedzaam protest niets had opgeleverd. Drie jaar eerder, in 1970, had een aanslag op het huis van de Indonesische ambassadeur en een gijzeling in de Indonesische ambassade al de spanning zichtbaar gemaakt. Nederland reageerde met begrip voor de frustratie maar veroordeelde het geweld. Er veranderde weinig.
De treinkapers van 1975 eisten vrijlating van Molukse gevangenen en internationale aandacht voor de RMS-zaak. Ze kregen geen van beide. Na twaalf dagen gaven zij zich over. In 1977 volgde een tweede, nog heftiger gijzeling bij De Punt, waarbij het leger de trein bestormde en zes kapers werden gedood.
De acties van 1975 dwongen Nederland voor het eerst serieus na te denken over de situatie van de Molukse gemeenschap. Er kwamen onderzoekscommissies, parlementaire debatten en uiteindelijk een bescheiden erkenning van de historische schuld. Maar de RMS werd nooit erkend en de terugkeer bleef een droom.
De treinkapers worden in de Molukse gemeenschap tot op de dag van vandaag verschillend beoordeeld. Sommigen zien hen als strijders voor een rechtvaardige zaak. Anderen betreuren het geweld dat de gemeenschap in een hoek drong. Wat vaststaat: hun actie maakte onmiskenbaar zichtbaar dat Nederland een belofte had gebroken, en dat een gemeenschap die decennialang had gewacht op erkenning, het wachten beu was.



