Heinz Hermann Polzer, beter bekend als Drs. P, was een man van tegenstrijdigheden: een Zwitser die zijn hart aan Nederland verpandde, een econoom die de taal tot kunst verhief, een humorist die zich bij voorkeur in precisie en nuchterheid uitdrukte. Maar één periode in zijn leven, vaak onderbelicht, vormt een sleutel tot zijn karakter: zijn jaren in Indonesië.
In 1954 vertrok hij naar Djakarta om als copywriter te werken bij Lintas, het reclamebureau van Unilever. De stad was doordrenkt van koloniale invloeden, maar tegelijkertijd in volle transitie: onafhankelijk, onstuimig en vol nieuwe energie. Polzer kreeg de opdracht om zeep, wasmiddelen en luxegoederen aan de man te brengen op de Aziatische markt. Reclame maken in de tropen bleek echter een kunst apart. Hij ontdekte dat Amerikaanse reclamemodellen niet zomaar pasten op de Indonesische mentaliteit. Humor, ritme en beeldspraak moesten subtieler zijn, met meer gevoel voor lokale gewoonten.
Over zijn leven in Djakarta schreef hij later met een bijna poëtische blik. In zijn villa in de wijk Kebajoran genoot hij ’s ochtends op het balkon van koffie en een sigaret, terwijl de bergen zich scherp aftekenden in de opkomende zon. ’s Avonds liet hij zich in een fietstaxi door de stad rijden, zonder doel, enkel om de geuren, geluiden en lichten op te snuiven. Hij noemde die periode “mijn kleine gouden eeuw”, een tijd van vrijheid, romantiek en intellectuele prikkeling.
Toch werd zijn verblijf ook getekend door de politieke realiteit. In 1957, toen president Soekarno de Nederlanders het land uitzette tijdens de Nieuw-Guinea-crisis, mocht Polzer als Zwitser blijven. Plots moest alle copy in het Engels worden geschreven. De stad, ooit bruisend van expats, raakte halfleeg. Polzer beschreef het nuchter maar met melancholie: hoe cafés sloten, tijdschriften verdwenen, en de sfeer veranderde van vertrouwelijkheid naar voorzichtigheid.
In die tijd ontmoette hij ook de omstreden Poncke Princen, de Nederlandse soldaat die tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was overgelopen naar de Indonesische zijde. Aanvankelijk zag Polzer hem als een verrader, maar na een persoonlijk gesprek moest hij erkennen dat hij tegenover een bedachtzame en evenwichtige man zat.
Zijn jaren in Djakarta vormden een cruciaal hoofdstuk: ze scherpten zijn observatievermogen, zijn gevoel voor ironie en zijn fascinatie voor menselijke eigenaardigheden. Terug in Nederland zou hij uitgroeien tot een van de meest eigenzinnige taalvirtuozen van de twintigste eeuw; de man van “Dodenrit”, “Veerpont” en “Knolraap en lof”. Maar onder de keurige rijmtechniek en de droge humor schuilt de blik van iemand die de wereld buiten Nederland heeft gezien: de man die het tropische licht van de Gordel van Smaragd ooit als bronwater omschreef, en die wist dat schoonheid en absurditeit vaak hand in hand gaan.
Zijn Indonesische jaren gaven hem niet alleen inspiratie, maar ook een relativerend perspectief: een gevoel voor afstand, voor het toevallige, het tijdelijke. Misschien is dat wel het geheim van Drs. P; een Zwitserse Nederlander met een tropisch geheugen, die in zijn taal eeuwig op reis bleef.
Tekst: Victor Laurentius



