Frikandel Speciaal of kwal?

Geplaatst in: Column
Han Go

Het heeft even geduurd voordat Han Go van het familie bedrijf Go-Tan de Chinees-Indische keuken ging waarderen. Zijn broer Bing en hij waren vooral fan van fastfood.

Drang naar duidelijkheid zit van nature in ons mensen. Zo krijg ik regelmatig de vraag wat mijn afkomst is of wat ik het liefst eet. Ik denk dat mensen op die simpele vraag ook liefst een eenvoudig antwoord horen: ‘Ik ben van Indonesische afkomst’, ‘ik ben Chinees’ of ‘ik kook alleen Aziatisch’.

Als ik dan een eerlijk bedoeld maar warrig verhaal afsteek zijn mensen verbaasd of verliezen interesse – als ze mijn vreemde mix van taal, afkomst en culinaire achtergrond vernemen.

In Azië herkent men de Chinees in mij, maar als ik geen Mandarijn spreek, word ik meewarig aangekeken. Indische mensen in Nederland roepen vrolijke Indonesische zinnetjes naar me, die ik niet versta. Nederlanders verwachten dat ik vooral Aziatisch eet en kijken wazig als ik over mijn liefde voor schelvislever, paling, griesmeelpap en een Broodje Halfom begin.

Kookboek van mijn tante
Om met dat laatste rijtje te starten; mijn familie komt uit het Nederlands-Indische Bandoeng, waar een duidelijke Nederlandse culinaire invloed was te zien. In het met de hand getypte Indische kookboek van mijn tante staan honderden oud-Hollandse recepten. Later, in naoorlogs Nederland, leerde mijn nieuwsgierige familie snel om te genieten van Hollandse lekkernijen.

Aangezien mijn vader (1930-1984), grondlegger van ons familiebedrijf Go-Tan, trots op zijn vrachtwagen ‘Exclusieve Rijsttafel Specialiteiten’ zette, dachten mensen natuurlijk aan Indonesische roots.

Wij dragen echter Chinese namen, inclusief generatienamen. Wij zijn dan ook vooral van Chinese afkomst, echte Peranakans. Toch heeft de familie Go geen sterke Chinese gelaatstrekken, waarschijnlijk door (voor ons onbekende) Indonesische inmengingen. Ikzelf, hier geboren en getogen, voel me vooral Nederlander en Europeaan. En PINDA natuurlijk.

Ondanks de bedrijvige culinaire activiteiten van mijn vader, hield hij het meest van Chinees-Kantonees eten. Ik vermoed dat de reizen met het gezin naar Londen en New York vooral gericht waren om de beste restaurants in Soho en Chinatown te vinden. Ik was toen zeven jaar en mijn broer Bing ongeveer dertien jaar. Wij vonden die culinaire zoektochten van onze vader helemaal niks. Mijn oudste broer (Cliff, toen 15) kon er wel van genieten. Bing en ik ontsnapten uit die restaurants om de voor ons ‘exotische’ Burger King of Wendy’s op te zoeken.

Kwal is lekker
Halverwege de jaren zeventig waren er nog geen fastfood burgerketens in Nederland.

Zo herinner ik mij levendig dat mijn broer en ik weer waren verdwenen uit restaurant New San Kong (voorheen familie-lievelingsrestaurant) bij het Amsterdamse Stadionplein om aan de overkant bij de FEBO een frikandel-speciaal te gaan halen. Toen de Antilliaanse Amsterdammer, die bij de automatiek stond, vernam waar we vandaan kwamen kwam hij minutenlang niet bij. Wat kon die man heerlijk lachen, het echoot nog in mijn herinnering.

Ik weet niet wanneer de omslag kwam, wanneer mijn broer en ik de Chinese keuken wel gingen waarderen. Nu kan men mij wakker maken voor Dim Sum, Cha Siu, Peking-eend, Hot & Sour soep, Steam buns, maar ook voor de oneindige rij groentegerechten die men in China serveert. Zelfs ‘kwal’ maakt men daar lekker.

Uiteindelijk denk ik dat de herinneringen en associaties die men heeft, sterk bepalen wat men speciaal eten vindt. En dan denk ik aan mijn vader. Hij zette altijd zijn bril af als hij ècht begon te genieten. En dan vooral van de Kantonese keuken. Ik zie hem nog zitten eten, de bril naast het bord gelegd.

Deze column  is eerder verschenen in de onlangs gelanceerde PINDAH*

Verder lezen

Identiteit     Column     Erfgoed     Artikelen

Waarom toch ‘die vlag’ op 15 augustus?

Interviews

Fiona Yauw: Ik ben Yauw

Identiteit     Portret

Acteur Michael Schnörr: “Cultuur is slechts een aangeleerde gewoonte”

Menu