Educate Yourself

Hoe Nederlandse bedrijven na 1949 hun koloniale bezittingen verloren én terugkregen en verloren

Geplaatst in: Geschiedenis

Op 27 december 1949 droeg Nederland formeel de soevereiniteit over aan de Republiek Indonesia. In het collectieve Nederlandse geheugen markeerde dat moment het einde van het koloniale tijdperk. Economisch gezien klopte dat niet.

In de beginjaren vijftig bleef het Nederlandse bedrijfsleven in Indonesië vrijwel intact. De BPM — de Bataafsche Petroleum Maatschappij, een gezamenlijke onderneming van de Koninklijke en Shell — was het grootste industriële bedrijf in het land. Vijf grote handelsfirma’s domineerden de invoerhandel. Drie Nederlandse banken — de Nederlandsche Handel-Maatschappij (later ABN AMRO), de Nederlandsch-Indische Handelsbank en de Escompto Maatschappij — beheersten het kredietwezen. Plantages produceerden rubber, thee en suiker voor de wereldmarkt. De economische structuur van de kolonie was niet verdwenen: ze had alleen een andere vlag gekregen.

In die jaren vijftig was de financiële bijdrage van het Nederlandse bedrijfsleven in Indonesië aan het Nederlandse nationale inkomen circa acht procent per jaar. De economische historicus Thomas Lindblad, verbonden aan de Universiteit Leiden, documenteerde hoe Indonesische inkomsten mede de naoorlogse Nederlandse wederopbouw financierden, wat in de historiografie soms ‘le miracle hollandais’ wordt genoemd.

Die structuur hield stand zolang de politieke betrekkingen dat toelieten. Maar het conflict over Nieuw-Guinea — Nederland weigerde het te overdragen, Indonesië eiste het op — vergiftigde de relatie stelselmatig. In de nacht van 3 op 4 december 1957 bezetten Indonesische vakbondsmensen, gelieerd aan de PKI, Nederlandse bedrijfspanden in Jakarta. De Indonesische overheid nam snel de verantwoordelijkheid over. Meer dan 700 Nederlandse bedrijven, nominaal gewaardeerd op vier tot vijf miljard gulden, werden overgenomen en onder legertoezicht geplaatst. Op 31 december 1958 vond de formele nationalisering plaats. Soekarno verklaarde alle nog aanwezige Nederlanders staatsgevaarlijk; ruim 35.000 mensen verlieten het land.

De scheidslijn tussen kolonisator en gedekoloniseerde is zelden zo scherp getrokken als in december 1957. Voor Nederlanders in Indonesië stond de ‘Zwarte Sinterklaas’ symbool voor onteigening en verlies. Voor Indonesiërs was het de voltooiing van een onafhankelijkheid die acht jaar eerder formeel was afgedwongen maar economisch nooit werkelijk was gerealiseerd.

Verder lezen

Identiteit     Reportage

Sientje (84): “In Nederland had ik een heel ander leven gehad”

Film     Historie

De heropleving van Nederlandse nonnies in Indonesische films

Cultuur     Column     Identiteit     Historie

Marcel van Doorn: “Wereldwijd zijn er groepen getraumatiseerde mensen”