Geplaatst in: Identiteit, Interviews

Even voorstellen: Jeff Keasberry, chef, kookboekenschrijver

Jeff Keasberry

Leven en laten leven en vooral veel lachen!

Wie ben je?

Geboren boven mijn Oma Keasberry’s ooit befaamde restaurant Dokja in Amsterdam, groeide ik op in de familie onderneming en in de Indische dampkring, te midden van mensen voor wie genot voor een groot deel leek samen te hangen met koken en lekker eten. Gedurende mijn studie aan de hotelschool nam ik op 18-jarige leeftijd ‘vrijwillig-verplicht’ het restaurant van mijn ouders over, die het op hun beurt van mijn oma hadden overgenomen. Ik heb één broer en familie in Nederland, Indonesië en Amerika, waar ik goed contact mee heb. Na mijn Horeca carrière ben ik nog 15 jaar consultant in supply chain management geweest. Ik leef sinds 2006 ’the American Dream’ in zonnig Los Angeles, waar ik actief ben als entrepreneur, serial networker en event producer. Ik ben auteur van drie biografische kookboeken over de Nederlands-Indische eetcultuur. Tevens ben ik actief bestuurslid van 3 stichtingen die met de Nederlands-Amerikaanse en Indische cultuur te maken hebben. Ik ben getrouwd en we hebben 2 poezen.

Wat betekent jouw naam voor je?

Mijn naam bepaalt voor een deel mijn identiteit, een verlengstuk van wie ik ben. Het betekent voor mij dat ik bij een familie hoor waarmee ik mij mee kan vereenzelvigen (dezelfde boomstam en gebruiken). Ik kan tevens mijn roots traceren en een gevoel van trots krijgen als ik lees over voorouders die iets bijzonders hebben bijgedragen.

Wanneer was je voor het eerst in Azië?

Januari 1990 – Singapore en Indonesië (Java & Bali).

Hoe omschrijf je je eigen culturele identiteit?

Ik ben een ’Transnational’ – ik identificeer mij met verschillende gemeenschappen; allereerst ben ik een Amsterdammer (geboren en getogen), dan een Indo (mengcultuur met roots in voormalig Nederlands-Indië) en dan Amerikaan (nieuw gekozen thuisland).

Hoe ga jij om met het leven tussen verschillende culturen?

Ik weet wie ik ben en waar ik mij thuis voel. Ik schakel ook makkelijk van de ene cultuur naar de andere… als een kameleon.

Wat vind je het leukste uit je cultuur?

Nederlandse, met name Amsterdamse: tolerant, unieke humor, joviaal, spontaan en vooral direct zijn. Leven en laten leven! Lekker uit je dak gaan op festivals en ‘oranjefeesten’ EK/WK/Koningsdag – gevoel van saamhorigheid en vaderlandsliefde. Gezelligheid. FEBO Automatiek en Hema.

Indische: gastvrij, gul en gezellig. Het gaat altijd over eten. Kom je langs bij iemand thuis: “heb je al gegeten?” Praten over eten en recepten uitwisselen tijdens het eten. Bij elkaar komen met familie en vrienden (kumpulan), liefst met muziek en dansen.

Amerikaanse: ambitie, passie voor ontplooiing en prestatie, ondernemersgeest wordt aangemoedigd, ‘can-do’ mentaliteit. Optimisme. Service gericht (soms gemaakt, nog altijd beter dan als last te worden gezien of te worden behandeld alsof het een voorrecht is om daar te eten/kopen). Multicultureel LA, hoofdstad van entertainment. Omhelzen. Potluck Parties en elk excuus voor een party. Winkels en restaurants die 24/7 open zijn.

Wat vind je het minst leuk uit die cultuur?

Nederlandse: kleinburgerlijk, zuinig, klaagmentaliteit, betweterig, neerbuigend, lomp. Onwetenheid, met name gebrek aan historisch en cultureel besef: “jullie zijn toch Indonesiërs!?” Verwarren soms dienstverlening met onderdanig zijn en geven daardoor slechte service. Valse bescheidenheid (wees eerlijk over je capaciteiten). Nuchterheid (Calvinisme): “Doe normaal dan doe je al gek genoeg!” Niet boven het maaiveld uitsteken. Mensen worden afgestraft of geremd in het ontplooien van talenten: “zou je dat wel doen?” Naar mijn mening afgunst of angst om achter te blijven. Mijn ervaring met Hollandse gastvrijheid van vroeger; er werd afgepast gekookt en je kon niet altijd mee-eten of ‘zomaar’ langskomen tijdens etenstijd. Dat betekende even wachten in de huiskamer met een drankje en één koekje uit de trommel die daarna weer in de kast verdween. Verjaardag in een kring rond de koffietafel en de snack tray die één keer rond gaat en daarna weer in de keuken verdwijnt. De tijden zijn veranderd. Het kan ook juist heel gezellig zijn omdat het zo Nederlands is.

Indische: ‘laat maar’ mentaliteit, minder assertief, valse bescheidenheid. Bij sommigen; niet durven uitkomen voor Indische achtergrond wegens minderwaardigheidsgevoel of tweederangs burger stigma. Niet altijd eendrachtig en sterk als gemeenschap. Meer praten (over anderen) dan doen! niet altijd recht door zee.

Amerikaanse: Mensen klagen elkaar sneller aan om hun recht te halen. Hypocriet, tegenstrijdig; veroorlovend en ook preuts. Vooral in LA; ‘flaky’– mentaliteit – ‘no-show‘ na uitnodiging voor bijeenkomst. Toenemende politieke correctheid. “Amsterdam is capital of Denmark!?” Materialistisch, alles groot en overdadig. “Let’s do lunch-I’ll call you!” betekent beleefd afwimpelen. “How are you doing today?” betekent “hallo!” Je krijgt de rekening gepresenteerd in het restaurant terwijl je nog aan je hoofdgerecht bezig bent. TV-commercials over medicijnen en verzekeringen. Personal space – afstand houden terwijl je in de rij staat. Bedieningsgeld is in Amerika niet inbegrepen

Ik ben super-Nederlands, omdat..

ik direct kan zijn en zeg wat ik denk. Daar krijg ik in ‘PC’ Amerika soms problemen mee. Ik ben hier méér Amsterdammer dan ik ooit in Amsterdam was. Ik ben zelfs ‘smartlappenmuziek’ gaan waarderen. Ik draag met trots de unieke culturele aspecten uit. Ik organiseer het grootste jaarlijkse Holland Festival en Koningsdagfeest in LA. Bij uit eten gaan: “Let’s go Dutch!’” (ja, ik trakteer ook wel ’ns!). Ik organiseer pop-up koffietafels, rijsttafels en Hollandse en Indische kooklessen. Ik fiets, soms. Ik eet hagelslag op brood. En roep vaak: “Gezellig hè??!!” Mayonaise bij de patat friet. Ik vier Sinterklaas met Hollandse vrienden! Bij het groeten geef ik standaard drie zoenen!

Ik ben super-Aziatisch, omdat..

ik hou van rijst (echte rijstenpikker), ik gastvrij ben – gasten thuis laten voelen en eten meegeef bij vertrek. Voedsel deel om mensen bij elkaar te brengen. ik gooi geen restant gekookte rijst (lees geluk) weg, maar volgende dag warm stoom of verwerk tot nasi goreng. Ik eet sambal of chilisaus bij de maaltijd. Ons huis is altijd open voor vrienden en familie en er is altijd wat te eten. Ik heb respect voor oudere generaties en familie. Oom en Tante zeggen tegen Indische ouderen, ook al zijn ze geen familie. Ik eet met lepel en vork en soms met stokjes. Ik interesse toon in oosterse cultuur en tradities. ik mijn cultureel/culinair erfgoed promoot.

Waar ben je nu mee bezig?

Zelfstandig ondernemer in Los Angeles; producent van events, promoten van de Nederlandse en Indische eetcultuur middels pop-up restaurant, kooklessen, lezingen en postings op mijn blog keasberry.com. Bezig met mijn 2e Engelstalige kookboek. Tevens ben ik actief bestuurslid bij drie stichtingen in Amerika die zich bezig houden met het versterken van de Nederlands- Amerikaanse relaties en het informeren over de Nederlands-Indische cultuur en geschiedenis.

Heeft je culturele achtergrond hier invloed op gehad?

Jazeker, ik ben trots op mijn unieke multiculturele achtergrond en het is mijn missie Amerika daarover te informeren en enthousiasmeren.

Wat is je favoriete gerecht?

Wat nu als eerste in mijn gedachten komt is comfort food: Frikadel Pan – Indische gehaktschotel van mijn moeder. En tegelijkertijd Spaghetti al Pesto (ja ik ben stiekum ‘n Italiaan). En… en….!

Op welke prestatie ben jij het meest trots op?

Mijn drie kookboeken – legacy van mijn oma en ouders voortzetten en eerbetoon aan de Indische kookstijl.

‘De nieuwe Indische keuken van Jeff Keasberry’’ – was het eerste kookboek op dat gebied met dezelfde creatieve kookstijl ‘remakes van klassiekers’ en ‘nieuwe eigentijdse recepten’. Een knuppel in het hoenderhok (lees ‘oma’s heilige keuken’- die stond stil sinds de 50-er jaren).

Indo-Dutch Kitchen Secrets’ is het eerste Indische kookboek in de Engelse taal. Het introduceren van een keuken die ze in Amerika eigenlijk niet kennen. Vooral veel Nederlandse-Amerikanen weer in contact brengen met hun cultuur via recepten van oudere generaties die als verloren werden gewaand na hun overlijden. Getuige de emotionele feedback van veel families dezelfde achtergrond die geen Nederlands meer spreken.

Wat is je grootste uitdaging geweest?

Mijn Amerikaanse droom werkelijkheid laten worden en het creëren van mijn kook(cultuur)boeken.

Welke doelen streef je nu na?

Life, Liberty and the pursuit of Happiness (een regel uit de US Declaration of Independence). Dat wat mij blij maakt is: het inspireren en samenbrengen van mensen, veelal met behulp van mijn multiculture achtergrond en eten. Ik pleit voor de internationale (h)erkenning van de Indische keuken en het verhaal van deze sub-cultuur door te vertellen.

Wat motiveert jou om elke dag je bed uit te komen?

Dankbaar voor een nieuwe dag en nieuwe kansen om te groeien, te genieten en een verschil te maken.

Als je door de tijd zou kunnen reizen, welk advies zou je dan je jongere zelf geven?

Het leven is korter dan je denkt – maak je niet te druk en heb geduld. Let go! Weet wat je wilt, durf te vragen en te ontvangen!

Hoe zou je de autobiografie van je leven noemen?

Wow! What a ride!

Heb je nog een Film/boek/muziek tip?

Boek: Ask and It Is Given – Esther and Jerry Hicks.

Is er nog iets dat je zelf kwijt zou willen?

Overtollig vet! en wat mijn vader altijd zei; “verloochen je afkomst niet!”

Verder lezen

Menu