Ode aan alle moeders in WOII in Nederlands-Indië

Geplaatst in: Column
H.H. Hendricks-Reints Bok 'kookveldje' Vrouwenkamp Lampersari-Sompok, Semarang, Museon

De oma van redacteur Maureen Welscher was in WOII een buitenkamper* in Nederlands-Indië die met niks voor haar kinderen moest zorgen. Net zoals de moeder van Henriette van Raalte die met haar dochters in een interneringskamp zat.

Mijn oma was een buitenkamper en weduwe, die met vindingrijkheid de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië wist te overleven. Ze stond er alleen voor, net zoals al die andere vrouwen in en buiten het jappenkamp. Het overgrote deel van de vaders zat in een interneringskamp. Er kwam geen geld meer binnen, de salarissen waren stopgezet, de banktegoeden geblokkeerd. De Indische vrouwen begonnen in eten te handelen dat vaak door kinderen werd verkocht op straat. Ook mijn oma deed dit. Met de schaarse middelen die er waren bakte ze koekjes en verkocht die in de wijk Lampersari in Semarang. Mijn moeder en haar broer waren te klein om mee te gaan met mijn oma om de koekjes te verkopen en bleven thuis, waar twee inwonende weduwes een oogje in het zeil hielden. Nog steeds herinnert mijn moeder die lange uren die ze als peuter en kleuter alleen doorbracht en af en toe naar de straat liep om te kijken of mammie (zoals zelfs volwassen Indische mensen hun moeder steevast noemen) er al aan kwam. Bange uren omdat ze niet wist of haar moeder nog wel terug zou komen. Elke Indische of totok familie heeft zo’n moeder, oma of overgrootmoeder die met inventiviteit als buitenkamper of als gevangene in een jappenkamp wist te overleven en daarmee ook haar kinderen van een gewisse dood wist te redden.

Moed
Ook Henriette van Raalte had zo’n moeder. Ze was twee jaar toen de oorlog begon en zij samen met haar twee zusjes en haar moeder in een vrouwenkamp terecht kwam waar de omstandigheden verschrikkelijk waren. In deze uitzichtloze situatie, verstoken van de meest elementaire levensbehoeften en medische verzorging, groeide echter ook de wil bij de moeders om te overleven. Zij gingen tot de uiterste grenzen van vindingrijkheid om hun kinderen door deze ellende te slepen. Henriette, haar moeder en zusjes overleefden deze hel, wat in hoge mate te danken was aan de moed van hun moeder.

In 1998 schreef Henriette, die over een fenomenaal geheugen beschikt, het aangrijpende en unieke boek Mogen we altijd in dit kamp blijven. Uniek omdat het verhaal door de ogen van een kind, Henriette, wordt verteld. Het tenko (het appèl van tweemaal per dag), de ratten, de gestrafte vrouwen, het zoeken naar kikkers, het corvee, de honger, ziekte, de dood, alles bezien door de ogen van een vijfjarig kind dat twee jaar was toen de oorlog begon en pas in Nederland tijdens de geschiedenisles op school tot het besef kwam dat ze uit een oorlog kwam. Die oorlog was voor haar altijd het ‘normale’ leven geweest, ze wist niet beter. Het boek kreeg volkomen terecht de ondertitel ‘Een ode aan de moeders in Japanse interneringskampen.’ Vanwege 75 jaar vrijheid is het boek opnieuw uitgebracht. Er wordt ook een film van gemaakt. Schrijver Kees van Beijnum schrijft het filmscenario. De film wordt door producent Hans de Weers van FATT-Productions uitgebracht.

*Buitenkampers: Indo-Europeanen, gemengdbloedigen, die niet naar het jappenkamp hoefden

Mogen wij altijd in dit kamp blijven?  door Henriette van Raalte-Geel, €15.

Tip: tot en met oktober in het Museon de expositie Getekend. Persoonlijke verhalen over de Japanse bezetting.
Museon, Stadhouderslaan 37 in Den Haag.

Verder lezen

pete wu bananen
Cultuur     Identiteit

KIJKEN: Pete en de bananen

Erfgoed     Artikelen

Een monument voor slachtoffers van seksueel geweld

Identiteit     Interviews

Fong Leng: de zonnebloem van de Nederlandse modewereld

Menu