Sabina de Rozario: “De Indo weet niet meer wie hij is”

Geplaatst in: Identiteit, Interviews

Met twee blogs, een Facebookpagina, een Twitter- en Instagramaccount, een boek en een digitaal magazine informeert ‘Door Blauwe Ogen  alle generaties over de Indische cultuur. Een gesprek met oprichtster Sabina de Rozario.

Waar komt de titel ‘Door Blauwe Ogen’ vandaan?

Indischen van de derde generatie zijn er in alle tinten met bruine, groene en blauwe ogen. Daarnaast is blauw de kleur van Indië: De KNIL uniformen, de glans van de zwarte haren, het scheldwoord ‘blauwe’ van vroeger.

Door Blauwe Ogen: cover nr. 3 januari

Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in je achtergrond?

Al zo lang ik me kan herinneren, ben ik geïnteresseerd in mijn afkomst en lees ik alles wat los en vast zit. Ik heb een Nederlandse moeder en een Indische vader. In het dorp waar ik opgegroeid ben waren niet veel donkere kinderen. Vaak kreeg ik de vraag: ‘Waar kom jij vandaan?’ Ik vond het belangrijk dat ik anderen kon uitleggen hoe dat zat met Indische Nederlanders.  Ook mijn naam De Rozario roept vraagtekens op. Het is een Portugese naam, maar veel mensen van mijn generatie kennen de geschiedenis van de Portugezen in Nederlands-Indië niet. Ik ben gepassioneerd om mensen, zowel Indische Nederlanders als Nederlanders, te informeren over Nederlands-Indië. Bij mensen van mijn generatie is er vaak niet zoveel interesse. Dan vraag ik wel eens aan ze: waar komt je opa vandaan? Dan weten ze dat niet. Of wanneer hij naar Nederland kwam. Weten ze ook niet. Terwijl: het moment van aankomst zegt heel veel over zijn Indische verleden. De mensen die voor het KNIL werkzaam waren, de gegoede Indische Nederlanders en de totoks waren bijvoorbeeld de eersten die naar Nederland repatrieerden.

Mijn familie kwam in 1961 naar Nederland. Mijn grootouders wilden in Indonesië blijven, want zij waren daar gelukkig. Totdat het echt niet meer ging vanwege de slechte economie. Wat trouwens vaak voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt bij andere Indische Nederlanders. Er spreekt een soort waardeoordeel uit.

Alsof het iets negatiefs was, dat zij zo laat naar Nederland kwamen. Alsof ze opportunisten waren.

Dat doen Indischen trouwens graag, kritiek leveren. Misschien is dat nog iets uit het koloniale verleden, waar je naar beneden trapte om zelf hogerop te komen? Sommigen vinden bijvoorbeeld dat ik het niet over Indische kwesties mag hebben, omdat ik een Nederlandse moeder heb. Alsof je dan minder Indisch bent. Ik krijg in ieder geval vaak zure reacties van ouderen op mijn stukken. Misschien vinden ze me te confronterend. Zo stel ik vragen over de Indischen die afstammen van prinsessen uit de Kraton van Solo.  Weet je hoe die verhalen zijn ontstaan? Door deze verhalen rond te bazuinen, wilden de Indische mensen zich belangrijker maken. Maatschappelijk gezien moesten ze namelijk een flinke stap terug doen in Nederland: diploma’s die niets waard bleken te zijn, waardoor ze werk ver onder hun niveau moesten verrichten.

Wat hoop je met je platform te bereiken?

‘Door Blauwe Ogen Magazine’ is gemaakt voor derde generatie Indo’s. Een generatie die op afstand mag kijken naar de Indo-geschiedenis: De VOC, Tweede Wereldoorlog, migratie, het aanpassen van de voorgaande geschiedenis. Zodat ze zonder clichés en trauma haar eigen invulling kan geven aan de Indische identiteit. Ik heb het eerste boek over Indische jongeren gemaakt: ‘Door Blauwe Ogen‘ (2005). Hierin vertellen Indische jongeren wat hen Indisch doet voelen, wat hen Indisch maakt en waarom zij Indisch-zijn belangrijk vinden. Ook ik ben nog altijd op zoek om de definitie Indisch compleet te maken. Nu ik in Indonesië woon, kan ik met afstand kijken naar de Indische cultuur en de gemeenschap in Nederland en tegelijkertijd woon ik geografisch in het land waar mijn vader zijn roots heeft. Teruggaan naar de roots heb ik erg letterlijk genomen.

Het niet in Nederland zijn, werkt in mijn voordeel om de Indo in alle rust te beschrijven.

Zie je het somber in met de identiteit van de Indische Nederlanders?

In een onderzoek heb ik gelezen dat assimileren binnen een cultuur, wat de eerste generatie heeft moeten doen, zorgt voor het afnemen van de eigen identiteit. En dat zie ik inderdaad om mij heen gebeuren. De derde en vierde generatie noemen zich wel Indisch, maar Indisch betekent voor hen: eten bij oma, naar Pasar Malams en naar Indo-feestjes gaan. Als ik dan vraag: “Wat als oma overlijdt, neem je het stokje dan van haar over en zorg je dat iedereen bij jou wekelijks komt eten?” Dan kijken ze me aan en zeggen dan: “Nee, daar heb ik het veel te druk voor.”  Dus met oma verdwijnt ook dat stukje Indische traditie. Eten en muziek zijn belangrijk, maar zwakke pijlers om de Indische identiteit voort te laten bestaan. Bij elke generatie komt de link met de Indische roots steeds verder te liggen. Ik durf gerust te stellen dat de Indo niet meer weet wie hij is.

Ik probeer mijn generatie en de volgende generatie te motiveren om te onderzoeken wie ze zijn.  Wie je bent, jouw gedrag, eigenwaarde en trots. Identiteit is waar het allemaal om draait.

Je woont sinds 2010 op Bali. Wat zijn je dagelijkse bezigheden?

Toen ik op mijn twintigste voor het eerst naar Indonesië ging, zei ik tegen mezelf: hier ga ik ooit nog eens wonen. Ik heb het druk met mijn blogs, mijn e-magazine ‘Door Blauwe Ogen’ en ik ben bezig met een korte film over de laatste rijstboer van Canggu op Bali. Verder probeer ik mensen te helpen die op zoek zijn naar hun roots. Naar aanleiding van een interneringskaart ga ik na waar een familielid tijdens de oorlog gevangen heeft gezeten. Als bepaalde informatie boven water komt, kan dit weer een lead zijn naar andere zaken die men wil weten. Vaak hebben nazaten geen idee waar hun opa tijdens de oorlog gevangen heeft gezeten. Mijn opa was krijgsgevangene in Japan en ik heb voor mezelf dat stukje van zijn leven omhoog kunnen halen. Ik ben zelfs naar Japan gegaan om de plekken te bezoeken waar hij destijds was. Dat was heel bijzonder.

Naast het schrijven over Indo identity, recycle ik alles wat los en vast zit. Ik maak hangers van zeeglas, tassen van rijstzakken en heritage boeken van oude boeken en stof. Ik maak de straten vrij van plastic afval tijdens de dagelijks wandeling met mijn hond. Mensen kijken me soms raar aan, want wat op straat ligt, is vies. Maar sinds wanneer is geld vies? De ‘pemulung’, de ‘recyleboer’, is blij met het afval dat ik voor hem verzamel. Voor hem is afval zijn dagelijkse boterham.

Verder lezen

Identiteit     Column

Vilan van de Loo: “Atjehers waren geduchte tegenstanders, geen weerloze mensen.”

Identiteit     Column     Erfgoed     Artikelen

Honderd jaar

Boeken     Interviews

René Oey: “Mijn vader was liever kunstenaar dan apotheker”

Menu