Elke donderdag staan ze daarl al achttien jaar: in het zwart, met zwarte paraplu’s. Voor het presidentieel paleis, in stilte. Wat begon op 18 januari 2007 met een handvol mensen, groeide uit tot een collectieve rouwstoet: het Kamisan-protest. Elke donderdagmiddag verzamelen moeders, vaders, activisten en jongeren zich op het Merdeka‑plein in Jakarta. Hun stilte is luider dan welk geschreeuw ook.
Kamisan is geen gewone demonstratie. Het is rouw. Herinnering. En bovenal: verzet.
De zwarte paraplu’s staan symbool voor de schaduwzijde van de recente Indonesische geschiedenis — geweld van de staat tegen zijn burgers sinds de autoritaire periode van Soeharto: de studentenprotesten van mei 1998, de Semanggi‑tragedie I en II (1998 & 1999), het bloedbad van Tanjung Priok‑incident (1984), het Talangsari‑incident (1989), het geweld in Papoea (Wasior 2001, Wamena 2003) en het langdurige conflict in Atjeh.
De gezichten van het protest
Een van die gezichten is Maria Katarina Sumarsih (73). Haar zoon Wawan werd in november 1998 doodgeschoten bij de Atma Jaya Universiteit terwijl hij zwaaide met een witte doek om gewonden te helpen. “Ik ben mijn zoon kwijt, maar niet mijn stem,” zegt Maria.
Naast haar staat Suciwati Munir, weduwe van de vergiftigde mensenrechtenactivist Munir Said Thalib. “Munir sprak de waarheid. Dat is zijn misdaad geweest,” zegt zij.
Een ander icoon is Bedjo Untung, overlevende van de anticommunistische zuiveringen van 1965. Hij zat negen jaar gevangen zonder proces; later richtte hij de YPKP op, een stichting voor onderzoek naar de massamoorden waarbij naar schatting een half miljoen mensen omkwamen.
Stilte als aanklacht
Kamisan is geboren uit frustratie; uit het feit dat de Indonesische staat weigert daders te vervolgen of verantwoordelijkheid te nemen. Vier instanties worden daar verantwoordelijk voor gehouden: de president, het parlement (DPR), de nationale mensenrechtencommissie Komnas HAM en het Openbaar Ministerie. Maar het zwaartepunt blijft bij de president: Wet No. 26 van 2000 bepaalt dat de president eindverantwoordelijk is voor mensenrechten. Daarom staat Kamisan elke donderdag tegenover zijn paleis.
Nieuwe dimensie: geweld & economische onvrede
De protest van Kamisan kreeg in augustus 2025 een nieuwe dimensie. Duizenden demonstranten schreeuwden voor het parlement in Jakarta uit volle borst ‘moordenaars!’ onder andere uit woede over exorbitante woningtoelagen voor parlementariërs en bezuinigingen op onderwijs, zorg en infrastructuur. Een aanleiding was de dood van een ojek-chauffeur door politiegeweld. “Ze vermoorden ons niet zozeer met wapens, maar met geld,” zei een demonstrant.
Een nieuwe generatie
Toch groeit Kamisan verder. Jonge Indonesiërs sluiten zich aan, schrijven, zingen, voeren performances op. Niet alleen in Jakarta, maar ook in Bandung, Malang, Surabaya en Aceh. De achttienjarige Angel (van Chinees-Indonesische afkomst) spreekt voor de jongeren: “Mijn familie werd bedreigd. De verhalen over verkrachtingen zijn echt. Kamisan houdt de herinnering levend. Dit mag nooit meer gebeuren.”
Een echo van Buenos Aires
Kamisan vond inspiratie bij de Madres de Plaza de Mayo – de Argentijnse moeders die sinds 1977 elke donderdag in stilte protesteerden tegen de verdwijning van hun kinderen onder de dictatuur. Zij hielden vol, tot de wereld luisterde.
“Zolang mensen verliezen lijden door politieke onderdrukking,” zegt Maria Sumarsih, “zal er verzet zijn — stil, kalm, krachtig.”


