Column: “Zo snel vergaat dus kennis in de familie”

Geplaatst in: Boeken, Column, Historie
Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van ‘De Indische Schrijfschool’. Zij is vaste columnist bij ons en elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

 

Wat ik ook had verwacht aan opmerkingen over mijn KNIL-boek, deze zag ik niet aankomen. Het ging zo. Ik stond in de boekwinkel achter een tafeltje, klaar om te signeren. En met mensen te praten, dat vooral, want lezers ontmoeten is iets geweldigs. Er wandelde een man naar mij toe, met dusdanig stevig oogcontact dat ik wist: hij gaat mij iets vertellen. Misschien was zijn vader bij het KNIL en had hij een dagboek van hem voor mij ter inzage. Of foto’s. Dat soort dingen gebeuren bij signeersessies. Soms komen er mensen met een plastic tasje en daarin zitten dan de mooiste familiepapieren en dan krijg ik de vraag of het bijzonder is. Zeker weten.

In dezelfde seconde dat deze man mijn tafeltje bereikte – hij hield het oogcontact goed vast – vroeg hij:

Waarom houdt u zich bezig met een misdadige organisatie?

Ook hallo en goedemiddag. Dus ik zei: “Dat is een vraag en een stelling in een enkele zin.”

Daarna gaf ik antwoord. Nee, geen misdadige organisatie. Ja, diepgaande interesse. Voor zijn stelling hoorde ik verder geen argumenten. Vermoedelijk sprak hier de tijdgeest. Het is tegenwoordig gemakkelijker iets lelijks over het KNIL te zeggen dan iets positiefs. Dat laatste moet je uitleggen en beargumenteren en het eerste is net zo algemeen als vaststellen dat het mooi weer is of het juist regent. Precies daar zit voor mij een belangrijke reden om over het KNIL te willen schrijven en praten. Een tegenwicht bieden. Uitnodigen tot gesprek, tot argumenten, tot een mening die onderbouwd is en daardoor van waarde. Ik luisterde naar de man aan mijn tafeltje en wist: argumenten heeft hij niet.

Die middag kwamen ook anderen naar me toe. Veelal volwassenen die niets wisten van het leven van hun vader of grootvader in het KNIL, maar die wel gehoord hadden: hij was gelegerd in Tjimahi. Of Bandoeng. Ze wisten dat hij in Medan was geweest. Ook sprak ik enkele jongeren die verlegen werden toen ik naar hun grootvader vroeg, ze konden geen stad of jaartal noemen, nooit over verteld, nooit naar gevraagd, opa was al lang dood, en misschien dat hun moeder nog iets wist, zeker was het niet. Zo snel vergaat dus kennis in de familie. Een paar generaties en weg is weg, om nooit meer terug te komen. Het gaat me aan het hart. Elk familielid telt immers mee, ook die man in het KNIL.

Verder lezen

Identiteit     Column

Column: “Mijn oma was een buitenkamper”

Interviews

13 vragen over de rol van China in de oorlog in Oekraïne

Cultuur     Identiteit     Column

Column: Koffie en KNIL op Bronbeek: komt u ook?

Menu