Educate yourself

Zien: Bloedige en langlopende Atjehoorlog (1873-1904) in 5 foto’s

Geplaatst in: Historie
Uitgemoorde kampong in Atjeh (Van Daalen), 1904. KITLV 503098: http://hdl.handle.net/1887.1/item:778932
In 1599 meerde de eerste Nederlandse ontdekkingsvloot aan bij het onafhankelijke sultanaat Atjeh (Indonesisch: Aceh). Het was een ontwikkeld gebied met veel scholen, en tevens een rijk gebied vanwege de vele handelaren. De Nederlandse inmenging in het gebied had vergaande gevolgen en is vandaag de dag nog voelbaar in Indonesië. In een selectie aan foto’s is de Atjehoorlog te zien. 

Het contact met de Nederlanders was vijandelijk: de kapitein van de vloot werd twee maanden na aankomst met 27 bemanningsleden vermoord door Atjehers. Frederick de Houtman, de broer van de kapitein, zat enkele jaren gevangen tot hij werd vrijgekocht door prins Maurits van Oranje. Hij schreef vervolgens een boek over de Maleise taal en andere kennis, onder meer over de handel. Hieruit bleek hoe welvarend Atjeh was. Dit zorgde ervoor dat verschillende schepen richting Atjeh vertrokken. Prins Maurits van Oranje stuurde Atjeh een vriendschapsverzoek, waarna de Atjehse delegatie in 1602 naar Zeeland kwam. De handelscontacten verbeterden in de zeventiende eeuw. Nederland benoemde een speciale ambassadeur die pepercontracten probeerde af te sluiten en de politieke situatie monitorde.

Zeggenschap
De snelle groei van de tabaksindustrie en -handel omstreeks 1850 zorgde voor meer rijkdom en welvaart. Hierbij groeide ook de Nederlandse inmenging: bewoners moesten belasting betalen en de Nederlandse militaire aanwezigheid werd groter. Met de opening van het Suezkanaal in 1869 veranderde de aanvaarroute naar Indië, waardoor schepen langs Atjeh moesten varen. Hier was veel piraterij. Daarom wilde Nederland Atjeh inlijven in Nederlands-Indië. Nederland sloot met Engeland een akkoord over de zeggenschap over het eiland Sumatra, waar Atjeh het uiterst linkse deel van vormt. Het sultanaat zocht daarop steun bij andere buitenlandse mogendheden. Zo kwam Nederland tot de beslissing om Atjeh te onderwerpen. In 1873 viel het KNIL voor het eerst Atjeh binnen. Het volgende jaar schafte generaal Jan van Swieten het sultanaat af en werd Atjeh onderdeel van het koninkrijk der Nederlanden. Het verzet op Atjeh groeide. De strijd werd als guerrilla gevoerd. De islamitische Atjehers zagen het als een ‘heilige oorlog’ (perang sabil) tegen de Nederlanders, en voerden daarbij ook zelfmoordaanslagen uit.

Tekst gaat verder na de foto’s

Soldaten met mortieren, 1873. KITLV 502731: http://hdl.handle.net/1887.1/item:777057

 

Ambonese en Europese militairen tijdens de oorlog in Atjeh, ca. 1900. KITLV 16451: http://hdl.handle.net/1887.1/item:786091


Oorlogsmisdaden

Kapitein van Heutsz voerde de contraguerrillaoorlog van Nederlandse zijde met het Korps Marechaussee. Hierin zaten vooral Menadonese, Ambonese en Javaanse soldaten. Van de circa 200.000 Atjehse strijders kwamen er naar schatting 50.000 tot 100.000 om het leven. Aan Nederlandse zijde kwamen ongeveer 37.000 mensen om het leven, waaronder ook Indonesische dwangarbeiders. Onder Van Heutsz werden – met zijn medeweten – oorlogsmisdaden gepleegd: vrouwen en kinderen van de strijders werden vermoord, gevangenen werden gemarteld en zonder enig proces geëxecuteerd. In 1903 gaf sultan Mohammed Daoed zich over aan Van Heutsz. Onder luitenant-kolonel Van Daalen werd in 1904 een bloedige expeditie gevoerd, waarbij meer dan 2.900 mannen en 1.100 vrouwen en kinderen om het leven kwamen. Van Daalen werd hierdoor commandant van de Militaire Willems-Orde. Ook paste luitenant-kolonel Van Daalen de tactiek van de verschroeide aarde toe.

Tekst gaat verder na de foto’s

Eenheid KNIL Korps Marechausse poseert enkele minuten na inname van Kota Soekoen, 1897. Nationaal Archief: http://hdl.handle.net/10648/51feaeba-09b0-8a54-f32a-583dfc29fa49
De pretendent-sultan van Atjeh, Mohamad Dawot (langste Atjeher), biedt met zijn zoon te Koetaradja zijn onderwerping aan het Nederlandse gouvernement aan, vertegenwoordigd door de gouverneur van Atjeh, luitenant-generaal J.B. van Heutsz (rechts van het portret van de koningin), vergezeld door onder meer zijn adjudant kapitein H. Colijn (pal voor het portret) en (bloothoofds op de rug gezien tegenover Colijn) majoor K. van der Maaten. KITLV 27250: http://hdl.handle.net/1887.1/item:802649

 

Uitgemoorde kampong in Atjeh (Van Daalen), 1904. KITLV 503098: http://hdl.handle.net/1887.1/item:778932

Nasleep
Met het einde van de Atjehoorlog in 1904 bleef Atjeh onder Nederlandse heerschappij. Religieuze tolerantie gaf Nederland de controle over het gebied als manier om een gewapende strijd in Atjeh te ontmoedigen. Echter bleven het verzet en de onrust. Midden jaren ’20 was de guerrillaoorlog weer hevig bezig. In 1942 viel Japan Nederlands-Indië binnen en kwam een einde aan de Nederlandse overheersing in Atjeh. De soevereiniteitsoverdracht in 1949 maakte van Atjeh een autonome provincie in de republiek Indonesië. Het bleef echter onrustig in Atjeh: vanaf de jaren ’70 was Gerakan Aceh Merdeka actief, een separatistische en beweging die met geweld de onafhankelijkheid wilde bereiken. In 2002 kreeg Atjeh meer autonomie en werd de naam veranderd in Nanggroe Aceh Darussalam.

Educate yourself is een serie artikelen en interviews over de Indische en Molukse geschiedenis. Hoewel het een langdurig gedeelde geschiedenis is, blijft deze in Nederland onderbelicht. Daarom gebruikt MDBP de veelgehoorde kreet ‘educate yourself’ om deze geschiedenis in een wekelijkse serie verder uit te diepen.

Verder lezen

Column     Identiteit

Column: Bij nieuws uit Nederland denk ik aan voormalige landgenoten in Indonesië

Boeken     Expressie

Talkshow over Indische striptekenaars

Eten     Erfgoed

‘Nederlandse’ babi pangang in China verkrijgbaar, terwijl Chinees-Indische restaurants hier juist verdwijnen