Educate Yourself

Alex van Halen over familie, pijn en muziek

Geplaatst in: Cultuur

Een jeugd vol lawaai en stilte

Wie Broers van Alex van Halen openslaat, verwacht misschien een rockbiografie vol backstageverhalen en gitaarsolo’s. Wat hij krijgt, is iets veel persoonlijkers: een kroniek van geweld, migratie en muzikale overerving. De drummer van Van Halen, de band die vanaf 1978 de Amerikaanse rockscène op zijn kop zette, schrijft met een zeldzame openheid over zijn jeugd in Nederland en de Verenigde staten.

“De handjes zaten los in ons gezin,” schrijft hij. Wat volgt, is een onthutsend portret van een familie waarin liefde, angst en muziek onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Zijn vader, Jan van Halen, saxofonist bij de Luchtmachtkapel, was een man met talent én een kort lontje. Zijn moeder, de op Java geboren Eugenia van Beers, hield het gezin met harde hand bijeen. “Zij sloeg je met een pollepel,” noteert Alex droog. Het is die toon – half ironisch, half gelaten – die het boek draagt.

youtube plaatshouder afbeelding

De wortels van een geluid

Van Halen vertelt met ontroerende helderheid over zijn ouders, die in 1962 met twee zoons en een piano naar Amerika vertrokken. Ze arriveerden in Pasadena met nauwelijks 75 gulden op zak, op zoek naar een beter leven. Zijn vader moest als bouwvakker en conciërge werken, zijn moeder als schoonmaakster. Toch bleef de muziek altijd aanwezig. ’s Avonds speelde Jan in nachtclubs, zijn jongens aan zijn zijde. “Wat de mensen zich herinneren van een optreden,” zei hij, “is niet wat je speelde, maar wat je ze liet voelen.”

Die les werd familie-erfgoed. Eddie en Alex begonnen op jonge leeftijd te spelen, eerst de een op drums, de ander op gitaar – tot ze van instrument wisselden. De omkering bleek beslissend: Alex’ harde, precieze drummen en Eddie’s melodische virtuositeit vormden de kern van het geluid dat later Van Halen zou heten.

Over hun moeder vertelt Alex minder, maar tussen de regels door wordt haar invloed voelbaar. Zij stond voor orde, fatsoen en discipline – een vrouw die een respectabel bestaan nastreefde in een wereld die haar vanwege haar Indische afkomst vaak als tweederangs beschouwde. Dat gevoel van vervreemding, eerst in Nederland, later in Amerika, is de stille onderstroom in dit familieverhaal.

De schaduw van Jan en Ottie

In Broers schuilt een tweede boek: dat van een vergeten Nederlandse en Indische geschiedenis. Alex schrijft er niet expliciet over, maar de contouren worden zichtbaar. Zijn moeder werd in 1914 geboren in Rangkasbetoeng, West-Java, in een gemengd gezin met Nederlandse, Italiaanse en Javaanse wortels. Haar vader overleed vroeg, haar jeugd verliep welvarend maar broos. Tijdens de Japanse bezetting behoorde het gezin vermoedelijk tot de “buitenkampers”: Indo-Europeanen die buiten de interneringskampen bleven, maar in voortdurende onzekerheid leefden.

Van Halen beschrijft het niet, maar die geschiedenis verklaart veel van de hardheid en overlevingsdrang die hij later in zijn moeder herkent. Van zijn vader komen we nog minder te weten. Uit eigen archiefonderzoek blijkt dat hij in 1942 gedwongen tewerk werd gesteld in Duitsland en na de oorlog met een luchtmachtorkest naar Nederlands-Indië vertrok. Daar ontmoette hij Ottie, zoals hij Eugenia noemde. Ze trouwden in 1950 en vertrokken vijf jaar later naar Nederland. In Nijmegen speelde zijn vader in het Ton Wijkamp Quintet, dat in 1960 het Loosdrechts Jazzfestival won. Maar onder het oppervlak broeide frustratie. Jan dronk te veel, verscheen meerdere keren voor de krijgsraad en worstelde met zijn rol als kostwinner. Het is niet moeilijk te zien waar de broers hun ontembare energie vandaan haalden.

De geboorte van Van Halen

Na de emigratie werd hun leven een typische voorbeeld van de American Dream: in 1978 brak de band Van Halen wereldwijd door met een debuutalbum dat hardrock, virtuositeit en bravoure combineerde.

Alex schetst hun opkomst zonder opsmuk. De band speelt zich kapot op feesten, scholen, bar mitswa’s. De muziek is nog ruw, de ambitie ongeremd. Hij schrijft met droge humor over de egotripperij van Roth, maar ook met bewondering voor de explosieve chemie tussen hemzelf en zijn broer. Eddie’s vernieuwende gitaartechniek – het “two hand tapping” dat hem onsterfelijk maakte – noemt hij terloops, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Die nonchalance is bedrieglijk. Wat hier wordt beschreven, is een van de grootste muzikale innovaties sinds Jimi Hendrix. En in dat geluid, het warme, organische “brown sound”, resoneert iets van hun Indische achtergrond. Muzikanten als Arnold van Dongen herkennen in Eddies spel een “Indo-vibe”: een gevoel voor timing, ritme en melancholie dat niet in noten is te vangen.

De broers en hun erfenis

De mooiste passages in Broers gaan over Edward. Alex schrijft niet als de trotse broer van een legende, maar als iemand die hem mist. Hij herinnert zich de stille jongen die zich terugtrok op zijn kamer wanneer hun vader dronken thuiskwam. “Bij hem kwam alles harder binnen,” schrijft hij. Die kwetsbaarheid bleef hem zijn leven lang vergezellen, ook toen hij de wereld veroverde met zijn gitaar.

Eddie’s overlijden in 2020 overschaduwt het boek zonder dat Alex het groot uitmeet. Hij schrijft met ingetogen warmte, alsof hij pas nu echt begrijpt wat ze samen hebben meegemaakt. Hun vader leerde hen “gewoon doorfietsen” als ze fouten maakten – het credo van een emigrant, een muzikant, een overlever.

Een mythe met menselijke maat

Broers is geen muzikale biografie in de gebruikelijke zin. Het is een familiegeschiedenis over twee zonen die in de chaos van hun jeugd een eigen ritme vonden. Alex van Halen schrijft niet literair, maar trefzeker. Zijn zinnen zijn kort, soms rauw, maar steeds oprecht. Achter de droge formuleringen schuilt een diep gevoel van verlies: van een jeugd die te snel voorbijging, van een broer die niet meer is, van een tijd waarin muziek alles goedmaakte.

Wat het boek vooral bijzonder maakt, is de manier waarop het de lijn trekt van koloniale muziekgeschiedenis naar stadionrock. De wereld van Van Halen blijkt, bij nadere lezing, een echo van een groter verhaal: dat van migratie, identiteit en de zoektocht naar een thuis.

Broers is geen monument voor roem, maar een eerbetoon aan overleven – in muziek, familie en stilte.

Tekst: Victor Laurentius

Verder lezen

Column

Column: Militair voor de oorlog

Eten     Erfgoed

‘Nederlandse’ babi pangang in China verkrijgbaar, terwijl Chinees-Indische restaurants hier juist verdwijnen

Cultuur     Column     Identiteit

Column: Manoeuvreren tussen de westerse en Aziatische cultuur