Best of both worlds

Geplaatst in: Interviews
Foto: VACHA

Josephine van Elten (57) is een duizendpoot. Ze is een Indische traiteur, ze doet pitjit en ze geeft kookworkshops. Een interview door redacteur Maureen Welscher.

‘In 2011 vond ik de tijd rijp om de rijkdom uit de Indische keuken waarmee ik ben opgegroeid door te geven via kookworkshops en cursussen. Ik ben van oorsprong docent beeldende vakken en de overstap naar kooklessen was voor mij eenzelfde creatieve bezigheid. Van kookworkshops kwam het naar Thuis-afhaalmaaltijden tot cateringen, met daarnaast het geven van workshops en het bieden van pitjit- behandelingen. De kern van mijn werk is ‘voeden en gevoed worden’. Het met zorg en liefde doorgeven en ontvangen van dat wat ik als Indische cultuur met me meedraag.’

Foto: Manja Herrebrugh

‘De cobek en ulekan zie ik als metafoor van het alchemistisch proces van koken. Verschillende ingrediënten, met elk een eigen energetische en voedende waarde, gaan in een pot en na lang verhitten en roeren komt er dan waardevol goud uit je handen. Om de aandacht voor het bereidingsproces optimaal te houden werk ik graag kleinschalig, noem ik mezelf daarom liever traiteur en doe ik geen monstercateringen.’ ‘Ik kom uit een gezin met een oudere zus en jongere broer. Ik heb een Indische moeder en een Nederlandse vader. In 1966 verhuisden we van Rotterdam naar het Twentse Hengelo, ik was toen vier jaar. Als kind wist ik eigenlijk niet goed wat ik nou was: Indisch of Hollands. Mensen kunnen mijn uiterlijk nog steeds niet vaak plaatsen. Ooit kreeg ik eens te horen: ‘Wat heb je een grote neus voor een Indo!’ en ‘Je ziet er ook niet Indonesisch uit?’ hoor ik ook regelmatig. Mensen weten het verschil niet en kennen de Indische geschiedenis niet. Ben je Spaans, of Turks? Mijn moeder zei vroeger altijd: ‘Josje komt van het kamp’. Die indo’s met hun gekke humor… Inmiddels is de vraag of ik Indisch ben of Hollands allang geen issue meer. Ik ben lekker allebei en dat ervaar ik als best of both worlds.

contractpension
‘Mijn moeder is op haar achttiende in 1950 in een contractpension in Soestduinen terechtgekomen met haar familie en heeft zich weten aan te passen aan de Nederlandse manier van leven. Alleen als er thuis Indische familie kwam, dan zag je dat stukje roots gelijk terug. Er werd gekookt, gekletst over eten, iedereen stond in de keuken een hoop kabaal te maken en ondertussen werd er lekker gegeten. Kwam mijn Nederlandse familie op bezoek, dan gingen die vaak al vóór etenstijd weer naar huis.’

‘Inmiddels woon ik sinds 1983 in het centrum van Utrecht met mijn drie kinderen. Vroeger mocht ik van mijn moeder nooit meehelpen in de keuken, maar toen ik wat ouder was, heeft ze me toch in haar keukengeheimen kunnen inwijden. Ze kwam via Makassar naar Bandoeng en ook mijn gerechten dragen de smaken van midden-Java: die zijn niet al te scherp maar mild/zoet en vol van smaak. Helaas is mijn moeder al op vrij jonge leeftijd overleden dus ik kan haar geen dingen meer vragen. Gelukkig is er nog mijn 85-jarige tante, de zus van mijn moeder. Geregeld laat ik haar gerechten proeven om te kijken of het allemaal goed is wat ik maak. En ze is altijd enthousiast.’

kookboek oma Keasberry
‘Ik heb het kookboek oma Keasberry’s Indische keukengeheimen van mijn moeder gekregen. Dat boek is me heel dierbaar, vooral omdat mijn moeder haar naam erin heeft geschreven. Dat boek is nu alleen nog maar tweedehands te koop en er worden hoge bedragen voor gevraagd, want het is inmiddels een collectors item. Oma Keasberry was een vriendin van mijn moeders stiefmoeder in Indië dus dat maakt het kookboek extra bijzonder.’

‘Mijn moeder heeft weinig verteld over haar leven in Nederlands-Indië, zoals veel eerste generatie Indo’s. Dan kreeg ik te horen: ‘Het is allemaal verleden tijd, mijn leven is hier in Nederland pas begonnen.’ Op latere leeftijd is ze een keer terug geweest, en in die tijd is ze ook meer onderzoek gaan doen naar haar afkomst en verleden, via een Indische gepensioneerde geschiedenisleraar in Hengelo. Hij organiseerde eind jaren tachtig, begin negentig bijeenkomsten over bewustwording hierover bij een groep generatiegenoten Indo’s, heel avant-garde eigenlijk.’

‘Vorig jaar ben ik eindelijk voor de eerste keer naar Java gereisd. Ontroerend en herkenbaar: de manier van praten, bewegen, de geuren. Die rust ook die mensen uitstralen. Men leeft zo in het nu, lekker ‘jam karet’, een weldaad vergeleken bij ons leven hier. En ik vond het verhelderend om de Indonesische keuken te proeven; veelal ‘less is more’ vergeleken bij de de Indische ‘fusion’ keuken, die momenteel helemaal trendy is trouwens. De vaak eenvoudige keukens waarin men zo heerlijk kookt vond ik bijna herkenbaar: voor mij ook geen high tech keuken of dure pannen. Ik kook zelfs nog met de oude pannen van mijn moeder en tante.’

‘Verder kijk ik regelmatig naar Indonesische receptenvideo’s op YouTube. Ik kan geen Bahasa Indonesia maar de uitleg van gerechten kan ik inmiddels redelijk volgen. Dan vind ik het leuk om die traditionele gerechten te vergelijken met de familierecepten en er mijn eigen draai aan te geven.’ Sinds 2019 richt ik me met mijn bedrijf op biologische vleesgerechten op vega(n) Indisch eten: er zijn zoveel prachtige vegetarische gerechten en de meeste Indische vlees- en visgerechten kun je makkelijk omzetten naar gerechten met onder andere tempeh, tahu en andere vleesvervangers. Zelf ben ik allergisch voor pinda’s en eieren; letten op allergieën is mijn tweede natuur. En Indisch eten is perfect voor mensen met gluten- en lactose-intolerantie want er worden praktisch geen tarweproducten en geen zuivelproducten gebruikt.

Pitjit
Koken en pitjit komt uit hetzelfde vat! Als kind met astma ben ik opgegroeid met pitjit. Dan namen mijn moeder en tante me mee uit alle drukte naar een kamertje en werd ik gemasseerd tot mijn longen weer schoon waren. Pas een maand of twee geleden vertelde mijn tante dat ik altijd werd ge-kerok , dat is het schrapen van de huid met een glad voorwerp, vaak een koperen munt of achterkant van een lepel, met kaja putih olie. Kerok is hier meer bekend als de Chinese gua sha. Na de massage op de rug bijvoorbeeld zijn er flinke huidverkleuringen te zien in de vorm van een vissengraat. Het ziet er heel heftig uit, maar is niet pijnlijk. En daarna weer lekker eten. Sinds mijn achttiende geef ik zelf massages en soms ook kerok wanneer met name oudere Indo’s daar specifiek om vragen. Pitjit is in die zin voor mij hetzelfde proces als koken: alles wat ik aan kennis en ervaring heb vergaard (de ingrediënten) zet ik in: via mijn handen en via aanraking stroomt dat door: een helend proces komt op gang, samen met de cliënt en uiteindelijk is er ontspanning, verlichting en nieuwe energie.’

Kijk voor meer informatie op de website van Indokeuken Utrecht

Foto: VACHA

 

 

 

Verder lezen

Boeken

Boekentip: Het dossier van de drakendoder

Identiteit     Portret

Acteur Michael Schnörr: “Cultuur is slechts een aangeleerde gewoonte”

Erfgoed

Tofu à la Jinai

Menu