De terugkeer van een vergeten schrijver
Er zijn romans die pas decennia na verschijnen hun ware betekenis krijgen. Doodsengel (1940) van arts en schrijver Mick de Vries is zo’n boek. De roman, lang vergeten en nu herontdekt door zijn dochter Xaviera Hollander en de onlangs overleden neerlandicus Peter van Zonneveld, laat zich lezen als een duister psychologisch experiment én als een scherpe schets van de koloniale samenleving in Nederlands-Indië.

De Vries (1902-1973) studeerde geneeskunde in Amsterdam, was bevriend met Simon Vestdijk en vertrok na zijn opleiding naar Soerabaja, waar hij directeur werd van een ziekenhuis. Zijn medische kennis en zijn observatievermogen bepalen het ritme van deze roman, die de grenzen aftast tussen zorg en vernietiging, empathie en macht.
De engel in de verplegersjas
De hoofdpersoon, Daisy, vertelt haar verhaal vanuit een cel waar zij wacht op haar proces wegens meerdere moorden. Haar bekentenis is geen uiting van spijt, maar een poging tot begrip. Als kind groeide zij op onder het juk van een tirannieke moeder, die haar opdroeg haar door polio verlamde broertje uit zijn lijden te verlossen. Die daad wordt het begin van een leven waarin verlossing en vernietiging in elkaar overlopen.
De Vries gebruikt Daisy’s loopbaan als verpleegster om de dunne lijn tussen zorgzaamheid en macht te verkennen. De ziekenzaal wordt een toneel waar de “engel des doods” haar instincten ongestoord kan uitleven. Het resultaat is een roman die zowel beklemmend als verontrustend actueel is.
Naturalistische kracht
Van Zonneveld noemt Doodsengel in zijn nawoord een naturalistische roman, geworteld in de sociale ellende van Daisy’s jeugd. De stijl is direct, de toon afstandelijk en klinisch, alsof de auteur een autopsie uitvoert op de menselijke ziel. De Vries beschrijft zijn omgeving met het oog van een arts: ziekten, littekens, zenuwtrekken – niets blijft onbenoemd.
Tegelijk klinkt in Daisy’s overpeinzingen de melancholie van de koloniale wereld: het Indië van De Vries is broeierig, ongelijk, moreel vermoeid. De Europese bewoners worden geportretteerd als zelfgenoegzaam en blind voor de ontwrichting om hen heen. “Het gevloekte hokkensysteem, de pest van Indië,” laat hij zijn hoofdpersoon zeggen – een zeldzaam moment van openlijk protest tegen de koloniale orde.
Verbluffend eigentijds
Het meest fascinerend is dat De Vries niet kiest voor het perspectief van het slachtoffer, zoals gebruikelijk in romans over psychopaten, maar voor dat van de dader zelf. Daarmee anticipeert hij op wat pas veel later in de literatuur gebruikelijk zou worden: de poging om kwaad niet te veroordelen, maar te doorgronden.
De medische kennis van De Vries verleent de roman geloofwaardigheid; zijn beschrijving van ziekten als polio, syfilis en abortus maakt duidelijk dat hij schreef vanuit ervaring.
Een verloren stem
Als arts werd De Vries tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd en gemarteld. Na de oorlog keerde hij met zijn gezin terug naar Nederland, waar hij in 1973 overleed, vergeten als schrijver. Doodsengel leest, opmerkelijk genoeg, vlotter dan menige roman van zijn vriend Vestdijk. En het laat een ongemakkelijke maar blijvende indruk achter: soms is de engel die geneest dezelfde die doodt.
Tekst: Victor Laurentius



