Geplaatst in: Identiteit, Column

“Hij is dood, mama!”

Foto: Fenmei Hu

Nummer 2: “Hij is dood, mama!”

 

We besloten zomaar een dagje uit te gaan met het gezinnetje, het is nu toch zomervakantie. We waren naar Sea Life geweest in Scheveningen. Na een uur in het donker te zijn geweest en nog een half uur besluiteloosheid van de kinderen in het souvenirwinkeltje, stonden we eindelijk weer op de Haagse boulevard.

We besloten een patatje te gaan eten omdat de kleine van vier opeens riep dat ze weer honger had. Terwijl manlief met de meisjes aan een terrastafel zaten te wachten, liep ik een hippe hamburgertent binnen voor wat friet en een hamburger. Ondertussen bleek buiten een drama te zijn voltrokken. Ik kwam met de snacks naar buiten en de kleine riep direct: “Mama, kijk! Die meneer is doodgegaan!” Ze wees met haar vinger naar een oude man die op de grond lag. Om hem heen stonden zo’n acht mensen. Hij lag op zijn zij, bewoog bijna niet en ik zag wat schaafwonden op zijn gerimpelde elleboog, maar dood was hij niet. De mensen om hem heen leken ook niet heel erg bezorgd. De politie was gebeld en toen werd er gewacht.

Ik legde de snacks op de tafel en de kinderen begonnen direct te snaaien. De gewonde oude man werd op een stoel gezet en zag er geschrokken uit. Hij was denk ik tachtig, op z’n minst, en liep met een wandelstok, die ook op de grond lag. Hij was gestruikeld of had een verkeerde stap gezet. We zaten er zo’n vijf meter vandaan dus we keken alle vier alsof we naar een reality programma zaten te kijken. “Hij is dood hè mama?” Vroeg de kleine weer. Terwijl ze toch zag dat de man alweer zat. “Mama, die meneer heeft bloed, hij gaat dood hè?” Terwijl ze vrolijk door at en aan de lopende band frietjes in haar mond stopte. Ik dacht: “Misschien is nu het moment om haar uit te leggen wat ‘de dood’ betekent, wat het inhoudt en wat er dan gebeurt met iemand die dood is.” Met mijn oudste had ik dat ook rond haar vierde jaar gedaan toen zij begon te vragen waar mijn vader was. Waarom ik geen papa had en dus waarom zij maar een opa had. Ik had het mooie verhaal ‘mensen die dood gaan worden sterretjes in de hemel’ gebruikt. Ik had het gevoel dat dit verhaal niet op zou gaan voor de kleine. Zij is veel bijdehanter en zou eindeloos doorvragen met: “Waarom dan mama… waarom dan…”  Totdat je er zelf gek van wordt en uiteindelijk alleen maar waarheid kan onthullen. Daar zat ik dan, te bekokstoven hoe ik het verhaal zou gaan vertellen. Zal ik zeggen dat de oude man wel oud was maar niet zomaar dood zou gaan door een val? Dat hij toch alweer zat en ondanks het bloed op zijn arm toch heus wel beter zou worden? Maar ooit, ooit zou hij wel doodgaan. Misschien wel door een ernstigere val of van ouderdom en dat iedereen wel een keer doodgaat. Zelfs  Snuffie de konijn van onze vrienden ook een keer dood zal gaan. Terwijl ik even weggezonken was, kwamen twee politiewagens met loeiende sirenes aan. Inmiddels waren de frietjes al op, de handjes schoongeveegd en stonden we op het punt weer naar huis te gaan. De kleine was zo onder de indruk van de aankomst van de politie dat ze zei: “Mama, ik wil later ook redder zijn.” Ik hou dat verhaal over de dood nog maar even in mijn zak.

Fenmei Hu is kunstenaar en columnist

Verder lezen

Menu