Column: Bestaan er ook inheemse voorvaders?

Geplaatst in: Column
KITLV: http://hdl.handle.net/1887.1/item:763502. Groepsfoto ter afsluiting van een Indische Kunstavond bij de Odd-Fellows in Nederland, 1919, de tweede en derde persoon zittend zijn mevr. en R.M. Noto Soeroto
Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische Schrijfschool, waarmee ze mensen helpt hun verhaal op papier te zetten. Elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

Inheemse voorvaders, het klinkt raar. We zijn nu gewend aan de uitdrukking van ‘inheemse voormoeder’, terwijl een voormoeder ook gewoon je grootmoeder of overgrootmoeder kan zijn. Ik dacht dus aan de inheemse voorvader.

Eerste puntje: andersom of niet? Een voormoeder zoals ze nu in de aandacht staat, leefde veelal met haar Europese militair in de tangsi, al dan niet getrouwd. Het is moeilijk in te denken dat het ook andersom kan. Dus in de tangsi, een inheemse militair met een Europese vrouw.

Vermoedelijk zijn de meeste huwelijken tussen inheemse/Indonesische mannen en Europese vrouwen in Nederland gesloten. Harry Poeze schrijft er uitgebreid over in zijn boek Het land van de overheerser. Vreemd genoeg leek hier een overeenstemming te bestaan tussen het koloniale standpunt en het nationalistische standpunt. Die overeenstemming komt kort samengevat neer op: nee. Niet doen. Koloniaal: een vrouw daalt af in de raciaal verdeelde en aldus opgebouwde maatschappij. Nationaal: een man ontzegt zo een vrouw van zijn eigen volk een echtgenoot. (Dit vat ik even samen in mijn eigen woorden.)

Nu komt een romantisch stukje. De dichter Raden Mas Noto Soeroto trouwde in 1918 met zijn geliefde, zijn muze en zijn soulmate, de Hollandse Jo Meyer, volgens hem ‘Javaansch’ in haar ziel. Niet iedereen was er blij mee. In het blad Wederopbouw verscheen er een artikel over, door R.M.S. Soeriokoesoemo. Daarin stonden zinnen als: “Als voorman gaf hij geen goed voorbeeld. Gezien de tijdsomstandigheden en de ontwikkelingstrap van ons nationaliteitsbegrip brengt het verwarring en is het onvergeeflijk en te veroordeelen; de daad op zichzelf getuigt van moed. Zoo stel ik mij tenminste de persoonlijkheid van de heer Noto Soeroto voor.”

Kennelijk moest je dus kiezen tussen de twee culturen. Ofwel je werd tot in je ziel Javaansch, als vrouw zijnde dan, ofwel het leek op de duur stuk te lopen. Samenzijn en accepteren dat je een eigen cultuur hebt, dat is mogelijk iets van onze tijd. Daar ben ik graag optimistisch over.

Waren die inheemse voorvaders er nou? Ja en nee. In de eerste decennia van de vorige eeuw vertrokken meer Indonesische jonge mannen naar Nederland om hier te studeren. Een elitegroep. Dat woord: ‘Indonesisch’ voor studerenden leek het woord inheems te verdringen. Langzaam-langzaam aan. Of het werd: Javaans. Of anders. Mogelijk lezen we daarom niet veel over een inheemse voorvader, wel over een Javaanse (over)(groot)vader.

Andere tijdgeest, andere gevoelens, andere woorden.

Verder lezen

Column

Column: Waarom er vroeger al Indië-veteranen waren

Boeken     Interviews

Een eervol bestaan gaat over de geschiedenis van het KNIL: ‘Ik wilde voorbij het geijkte kijken’

Column

Column: Willem A. Belle en zijn liefde voor de viool