Column: Brieven uit Japan

Geplaatst in: Column

Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van ‘De Indische Schrijfschool’. Elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

Deze week las ik brieven uit Japan, geschreven voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog en verzonden van Tokio naar Buitenzorg. Min of meer geheim waren ze toen, omdat het gold als een ‘particuliere correspondentie’, keken er geen autoriteiten mee. Heel verstandig.

In Tokio zat J.C. Pabst, die lange kantjes volschreef aan zijn penpal, de toenmalige commandant van het KNIL G.C.E. van Daalen. Die schreef terug. Hij stuurde geldwissels zodat Pabst aankopen kon doen voor de verzamelaar in Buitenzorg. Munten, zijde, serviezen – veel uit Japan was leuk.

Dat andere was er ook. Militaire informatie. Met de kennis van nu knijpt het om je hart als je leest wat Pabst schrijft aan de commandant. Hij is vrijmoedig, waaruit blijkt dat de mannen op eenzelfde golflengte zitten.

De wereld kijkt dan met een nieuwe interesse naar Japan. Het land heeft in 1905 de oorlog met Rusland gewonnen, dat is anno 1912 nog kort geleden. Iedereen wist het nog. En ook zag iedereen het nieuwe Aziatisch elan, dat zich kon uitbreiden.

De Nederlandse regering wist: Indië zou niet in staat zijn een aanval tegen te houden. Leidde dat tot meer uitgaven? Neen. Pabst schrijft in juni 1912:

In deze periode, waar zoowel het moederland als Indië grooten voorspoed beleven, handel en scheepvaart zich op merkwaardige wijze ontwikkelen, kan gehoopt worden, dat wij deze keer ons niet schuldig maken aan onze gewone kwaal, nl. ons armer voordoen, dan wij werkelijk zijn, en nu eens geen verdedigingsstelsel ‘op een koopje’ scheppen.”

Dat was precies wat er gebeurde. Bezuiniging volgde bezuiniging op, terwijl in Japan geleidelijk een militaire macht groeide.

In de kolonie was Van Daalen het KNIL ingrijpend gaan hervormen. Er moest meer geld komen, meer tucht en discipline – nee, populair maakte hij zich er niet mee. Hij besefte wat Pabst in dezelfde brief schreef:

Het Ned.-Indische Leger is in de laatste jaren ontegenzeggelijk aan strijdwaarde vooruitgegaan en Uwe Excellentie zal ongetwijfeld op Haar arbeid met groote voldoening terug kunnen zien. Maar, hoe goed het leger op Java ook is en nog beter worden zal, het kan alleen voor Java dienen; een snel verplaatsen naar een der andere belangrijke eilanden om dit tegen een vijandelijke inval te beschermen, lijkt mij uitgesloten.”

Pabst kreeg helaas gelijk, dat de defensie ‘op een koopje’ moest. Dat is het mooie, het pijnlijke en het belangrijke van oude brieven. Ze brengen ons kennis van toen, zodat we het verleden beter kunnen begrijpen.

Verder lezen

Interviews
#gemeenteraadsverkiezingen

Kok Kuen Chan van Nederland met een PLAN wil kansengelijkheid en meer Aziatische zeggenschap in Amsterdam

Column

Column: Ook Japanse njai’s

Column

Column: Molukse familieopstelling onthult blokkade

Menu