Column: Kapitein der Chinezen vormde schakel tussen gouvernement en Chinese gemeenschap

Geplaatst in: Column
Weekblad voor Indië
Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische Schrijfschool, waarmee ze mensen helpt hun verhaal op papier te zetten. Elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

De kapitein de Chinezen, Tjoea Ean Njio, genoot zijn feestdag op 19 april 1916, schreef het Weekblad voor Indië. Dat was de dag waarop hij 25 jaar officier der Chinezen ‘alhier’ was, en alhier was Ambon. Het artikel dat het Weekblad voor Indië publiceerde, was lovend en informatief, zeker voor ons die zo ver van zijn feestdag leven. De kapitein werd gevierd en geloofd, en dankte voor elke toespraak met een glas champagne.

Eerst dat ene: wat is dat, de kapitein der Chinezen? Een bestuurder, anno 1916 vermoedelijk onbezoldigd, maar daarom niet minder van belang. Hij is de schakel tussen de Chinese gemeenschap en het Gouvernement, het koloniale bestuur. Het lijkt me een moeilijke functie: aan beide zijden zijn wensen en belangen, aan beide zijden is eerder wantrouwen dan optimisme, en zie het dan maar eens goed te doen. Dat is deze kapitein goed gelukt, want hij kreeg complimenten: “hoe hij gewerkt heeft in het belang van het Chineesche armenfonds dat thans een kapitaal van ruim f 60.000 in kas heeft; dat op zijn initiatief In het jaar 1892 de nieuwe Chineesche tempel is gebouwd; in 1893 het Chineesche begrafenisfonds is opgericht; dat in 1898 de oude Chineesche tempel door de aardbeving van hetzelfde jaar zo zwaar heeft geleden, is hersteld geworden; dat in 1903 onder zijn presidium is opgericht de Chinese school ‘Poi Fek Hak Tong’ ten doel hebbende om aan Chinese kinderen onderwijs in de Nederlandsche taal te geven, welke inrichtingen is opgeheven toen Amboina in 1911 een derde Europesche lagere school kreeg waarop ook Chineesche kinderen werden toegelaten en dat hij gewerkt heeft tot het tot stand komen van de Algemene begraafplaats voor Chineezen, een terrein gelegen in de negorij Urimessing.”

Ik vind het indrukwekkend. Dat gestaag voortwerken. Zorg voor de armen, zestigduizend gulden in die tijd: dat is een kapitaal. Zorg voor het onderwijs, zodat de kinderen Nederlands leren en kunnen meekomen in de koloniale maatschappij, zorg voor de tempel en de begraafplaats.

Zoiets betekent een voortdurend overleggen, vergaderen, afstemmen, omgaan met verwachtingen en teleurstellingen, successen moeten delen en voortdurend zichtbaar zijn als de man die het kan. Zoiets vereist een oceaan aan diplomatie. De jubilaris benadrukte het belang van eensgezindheid, wat heel politiek was.

Deze kapitein was de opvolger van zijn vader en van zijn grootvader dus. Drie generaties van belangwekkende posities. Dat je denkt: wat is dat voor familie, dat ze zich weten te handhaven, zo tussen de ene en de andere partij? Daar gaat het Weekblad voor Indië jammer genoeg niet op in. De kapitein der Chinezen is even zichtbaar in het koloniale kijkvenster, en daarbuiten niet meer. Hier zitten toch meer verhalen in, dat voel ik. Tot die zich aanbieden, denk ik met respect en ontzag aan de kapitein.

Verder lezen

Historie

17 augustus 1945: loze morele erkenning kost geen geld, maar doet wel pijn

Column     Historie

Column: 15 augustus 1945, een beladen datum

Cultuur

Tentoonstelling stadsarchief van Jogjakarta laat Nederlandse teksten over oorlogsleed zien