Column: Paatje Phefferkorn, een groot gemis voor de Indische gemeenschap

Geplaatst in: Column
Vilan van de Loo
Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische Schrijfschool, waarmee ze mensen helpt hun verhaal op papier te zetten. Elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

Paatje Phefferkorn (1922-2021) is en blijft een legende. Ik denk aan hem, nu de Tong Tong Fair er straks weer is. Altijd, altijd was hij er ook. Ik keek naar hem uit, net als iedereen. En nu mis ik hem. Alles aan hem. Zijn demonstraties. Zijn humor. Zijn liefde voor vrouwen. Zijn Bijbelkennis. Zijn trots Indisch te zijn, de Indo-vlag te dragen.

Paatje Phefferkorn vertelde me over zijn leven. Dat hij elke dag pencak silat deed. Elke dag. Dan word je dus zo: tanig, sterk, veerkrachtig. Paatje schreef geen brieven, hij zat niet op het internet, maar hij was wel een verteller. Dat ik onze gesprekken filmde, vond hij best. Hij had wel ergere dingen meegemaakt en bovendien: er kwamen om de haverklap mensen bij hem. Ze filmden hem. Ze fotografeerden hem. Ze vroegen of hij op een school kwam spreken. Indische jongeren die meer wilden weten over hun afkomst, vertelde hij over Indië. Paatje: “Als ik over de Tong Tong Fair loop, willen ze allemaal met me op de foto.” Dat is waar.

Hij was tot op hoge leeftijd enorm vitaal. Trainen en positief denken is de helft van het geheim.
Maar toch was er de leeftijd die hem soms parten speelde. Dat merkte ik in onze gesprekken. Ik kon niet vragen: “Wanneer was dat precies?” Of: “In welke straat was dat?” Details waren er niet altijd meer. Onderwerpen waren soms ook te lastig.

Dus wat ik deed is dit: luisteren en kennis verzamelen. Ik volgde de lijn van zijn verhaal, blij met alles wat er nog wel was aan herinneringen. En toen kwamen er wat meer herinneringen. Zo kan het dus ook, een interview. Herinneren is iets anders dan de koelkast opendoen en de taugé eruithalen. Hopla, deur weer dicht. Klaar. Zo gaat het niet. Verwacht het niet van uzelf. Het gaat onvoorspelbaar.

Tekst gaat verder onder de video

Paatje zei: “Meis, ik kan je veel vertellen. Daarom noemen ze mij de levende geschiedenis en wonder. En ik mag voor mijzelve blij zijn, dat ik dit nog mag doen. Dat ik over de geschiedenis kan praten.” Verdi Phefferkorn von Offenbach vertelde me over de aandacht die hij kreeg. Vooral de jongeren kwamen hem vragen stellen. Over vroeger: over Indië, hoe het was, hoe de mensen toen waren, hoe het leven verliep. Gewoon, de tijd voor de oorlog en daarna. Als je 90- plusser bent, is iedereen jong. Bij Paatje ging nogal eens de telefoon. Of ze kwamen langs. Mensen op zoek naar hun roots. En dan nam hij de tijd en vertelde over hoe belangrijk het is om te weten wie je bent en waar je vandaan komt. Vooral als je Indisch bent, weet hij.

Hopelijk komt er nog eens een biografie van hem. Omdat hij ons voorleefde wat Indisch zijn betekende, en dat je daar trots op kunt zijn.

Verder lezen

Column

Column: Hoe de Indische burgemeester van Amsterdam het koloniale systeem prees in een toespraak

Column

Column: Spiegelingen uit de praktijk

Column

Column: Hoe Zwarte Sinterklaas in Indonesië kwam