Column: Zeebaboes voeren op schepen tussen Indië en Nederland, en dan weer terug

Geplaatst in: Column
KITLV: http://hdl.handle.net/1887.1/item:819755
Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische Schrijfschool, waarmee ze mensen helpt hun verhaal op papier te zetten. Elke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

Het was een beroep: zeebaboe. Er waren vrouwen die op schepen hun dienstreizen maakten. Ze voeren tussen Indië en Nederland, en dan weer terug, ingehuurd op om de kinderen te letten. Jonge vrouwen en oudere vrouwen. Sommige zeebaboes verdienden uitstekend.

Er zijn nog mensen die destijds onder de hoede van een zeebaboe hebben gereisd. Enkelen weten dat nog heel goed: “Ik was bang voor Minah”, vertelde een grote stoere man me eens. Een ex-onderwijzeres vertelde me dat de zeebaboes veel samen waren, in haar jonge ogen van toen waren het oudere vrouwen. De onderwijzeres is er niet meer, maar gelukkig mocht ik een film van ons gesprek maken. Anders waren haar herinneringen zomaar weg geweest.

Je had destijds:
1. Baboes die al in het gezin werkten en meereisden op de boot, tijdens het verlof in Holland bleven en dan (meestal) weer mee terug voeren.
2. De zeebaboe als beroep, wat weer iets anders was dan kinderjuffrouw of gouvernante. Lager betaald, minder status.
3. Bemiddelingskantoren voor zeebaboes, zoals bij de Nederlandse Vereeniging van Huisvrouwen, in Indië. Daar werden ook dossiers bijgehouden over de zeebaboes, die beoordelingen kregen. Er waren ook bediendenkantoren. Die verdienden natuurlijk bemiddelingsgeld.
4. Zelfstandige zeebaboes die zelf adverteerden in de kranten. Dat zie je vooral in de jaren 1930 opkomen, dan heeft het beroep zich ontwikkeld. Er zijn dan zeebaboes die meerdere talen spreken, en ook min of meer advies kunnen geven, wat ideaal is voor een gezin dat voor de eerste keer naar Indië of Holland gaat. Deze advertenties veranderen van inhoud wanneer de oorlogsdreiging voelbaar is: dan bieden zeebaboes zich gratis aan, als ze maar terug kunnen naar huis, naar Indië.

Veel mensen hebben herinneringen aan hun baboe. Uitgebreide herinneringen: hoe zij heette, waar zij vandaan kwam, wat ze zei en wat mocht en niet mocht. Dierbare herinneringen vol liefde, voor de vrouw die er altijd was. Maar dat was anders bij een zeebaboe. Zij was er tijdelijk, zolang de zeereis duurde. Wat betekent dat voor een kind?

Was de zeebaboe in Nederland, dan had ze niet altijd een aansluitende reis terug. Tot ze weer kon aanvaren, verbleef ze in een pension of in het tehuis Persinggahan, in Den Haag/Scheveningen. Daar is ook die grote foto gemaakt, in 1940. Het tehuis heeft tientallen jaren bestaan, en onderdak geboden aan vooral zeebaboes. In mindere mate aan djongossen, terwijl ook zij toch ergens moesten blijven. De opheffing van het tehuis in 1948 was op bevel van de overheid. Het bestuur was furieus. En nu komt het merkwaardige: de dossiers van de zeebaboes zijn verdwenen. Mijn vermoeden is dat ze ergens op zolder staan, daar neergezet door een opstandig bestuur, en dat de bestuursnazaten niet weten wat er in de oude dozen zit. En ik weet niet op welke zolder ik zou kunnen kijken.

Maar ik blijf radicaal optimistisch. Op een dag vind ik die zolder en dan schrijf ik een boek over zeebaboes.

Verder lezen

Erfgoed     Historie
Educate yourself

Zien: kerstmis in Nederlands-Indië

Erfgoed

Column: Het passenstelsel

Erfgoed

Column: Nederland wilde bevrijd zijn, maar kon niet inzien dat de gekoloniseerden daar ook naar streefden