Zonder de pemoeda’s was de Indonesische onafhankelijkheid er misschien niet gekomen, of in elk geval niet op die manier. De pemoeda’s, letterlijk “jongeren”, waren de jonge mannen en vrouwen die in augustus 1945 de toon zetten, Soekarno en Hatta dwongen de onafhankelijkheid uit te roepen en daarna met het geweer in de hand de republiek verdedigden.
De Japanse bezetting had een generatie gevormd die anders was dan de voorgaande. Japan had jongeren bewust gemobiliseerd, getraind en georganiseerd in jeugdbewegingen en paramilitaire korpsen zoals de Peta en de Heiho. Zij leerden vechten, organiseren en bevelen. En ze leerden dat Aziaten Europeanen konden verslaan: Japan had Nederland in acht dagen verslagen.
Toen Japan capituleerde op 15 augustus 1945, was er een vacuüm. Soekarno en Hatta aarzelden, wilden onderhandelen, wilden de overdracht ordelijk laten verlopen. De pemoeda’s wilden niet wachten. Op 16 augustus ontvoerden een groep van hen Soekarno en Hatta naar Rengasdengklok, buiten Jakarta, en eisten een directe onafhankelijkheidsverklaring. De volgende dag, 17 augustus, klonk die verklaring.
In de maanden daarna waren het de pemoeda’s die de daadwerkelijke strijd voerden. Vaak slecht bewapend, soms met bamboespiesen, organiseerden ze verzetsgroepen door het hele land. De slag om Surabaya in november 1945, waarbij Britse troepen de stad probeerden te bezetten en stuiten op massaal gewapend verzet, werd mede gedragen door pemoeda-eenheden onder aanvoering van figuren als Bung Tomo.
Hun rol was niet alleen militair. Ze bezetten kranten, radiostations en overheidsgebouwen. Ze verspreidden pamfletten, organiseerden stakingen en creëerden een politieke realiteit op straat die de diplomatieke onderhandelaars in de vergaderzalen niet konden negeren.
De pemoeda’s waren geen homogene groep. Er waren communisten, nationalisten, islamisten en gelegenheidsvechtjassen onder. Sommigen pleegden geweld dat ook de Bersiap voedde, de periode van gewelddadige chaos waarbij ook burgers slachtoffer werden. De revolutie had een vuile kant, en de pemoeda’s stonden ook daarin centraal.
In de officiële Indonesische geschiedschrijving zijn de pemoeda’s helden. In de werkelijkheid waren het gewone jongeren die een buitengewone situatie maakten wat zij ervan konden.



