Ernest Douwes Dekker (1879–1950): de Indo-Europese nationalist die Indonesië zijn naam mee hielp geven

Geplaatst in: Geschiedenis
Ernest Douwes Dekker op een Indonesische postzegel in 1962

Er zijn twee Douwes Dekkers in de Indonesische geschiedenis. De eerste is Eduard Douwes Dekker — Multatuli — die in 1860 met Max Havelaar het koloniale systeem aanklaagde. De tweede is zijn achterneef Ernest François Eugène Douwes Dekker, geboren op 8 oktober 1879 in Pasuruan op Oost-Java, die de antikoloniale boodschap van zijn grote voorganger niet in een roman goot maar in een politieke partij, een school, een leven lang activisme en uiteindelijk een nieuwe naam aannam: Danudirdja Setiabudi, ‘krachtige substantie, trouwe ziel’.

Ernest Douwes Dekker was wat men destijds een Indo noemde: van gemengde afkomst, zijn moeder was half-Duits, half-Javaans, zijn vader Nederlands. Dat was in de koloniale samenleving een tweeslachtige positie: juridisch gelijkgesteld aan Europeanen, maar sociaal nooit volledig geaccepteerd. Die tweeslachtigheid maakte Dekker niet bescheiden maar rebellerend. Als jongeman werkte hij op koffieplantages en suikerfabrieken, zag de uitbuiting van inheemse arbeiders met eigen ogen, en verliet die banen steeds opnieuw uit morele walging.

Op 25 december 1912 richtte hij samen met arts Tjipto Mangunkusumo en onderwijzer Suwardi Surjaningrat (later Ki Hadjar Dewantara) de Indische Partij op, de eerste politieke partij in de archipel die expliciet zelfbestuur nastreefde voor alle bewoners van de kolonie: Europeanen, Indonesiërs, Chinezen, en Indo-Europeanen tezamen. Het was een nationalisme niet van etniciteit of religie, maar van gedeeld lot. In maart 1913 telde de partij al ruim 7.000 leden. De koloniale overheid verbood haar nog datzelfde jaar. De ‘Drie Serangkai’ (vrienden) werden verbannen naar Nederland.

In ballingschap bleef Dekker niet stil. Teruggekeerd naar de archipel probeerde hij keer op keer nieuwe organisaties op te richten, schreef hij kritische columns, en stichtte hij in Bandung het Ksatrian Instituut, een school voor iedereen, ongeacht afkomst. Soekarno was er een tijdlang leraar; hij noemde Dekker zijn leermeester.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Dekker door de Nederlanders als gevaarlijk activist naar Suriname gedeporteerd, waar hij jaren in een boskamp doorbracht. In 1946 keerde hij terug, inmiddels zeventig jaar oud, en werd lid van het Comité Nasional Indonesia Pusat, het voorlopige parlement van de jonge republiek. Soekarno gaf hem een nieuwe naam: Danudirdja Setiabudi. Op 28 augustus 1950 stierf hij in Bandung. In 1961 erkende Soekarno hem postuum als nationaal held. In Jakarta en Bandung dragen straten, stations en stadsdelen zijn naam.

Verder lezen

Boeken

Boek: De mooiste brieven van Kartini

Identiteit     Interviews     Erfgoed

#Podcast

Kijk nu: MDBP Podcast met journaliste Griselda Molemans

Identiteit     Portret     Artikelen     Expressie

SoCal Indo Michael Passage: “Bij ons staat nog steeds de botol cebok”