Geplaatst in: Identiteit, Interviews

Even voorstellen: Dewi Reijs, actrice, scenarist, regisseuse

Dewi Reijs Trojaanse Wijven
Foto: Floyd Koster

Kan je iets over je familie vertellen?

Ik heb een broer en een broertje en kom uit een vrij moderne Indische familieː mijn ouders zijn uit elkaar gegaan toen ik drie was en mijn broer vijf. Mijn moeder kreeg daarna een relatie met een Nederlandse vrouw, en ook mijn vader kreeg uiteindelijk een nieuwe partner, een Indische vrouw. Ik ben dus opgegroeid met drie moeders en een vader; een Indische moeder, zij komt uit Bandung, een Indische stiefmoeder, een Nederlandse stiefmoeder en een Nederlandse vader.
Zowel mijn stiefmoeder als mijn biologische moeder zijn Indisch, dus dan krijg je van twee kanten invloed.

We zijn met zijn allen in een huis gaan wonen. Mijn vader, stiefmoeder en mijn broertje beneden en mijn biologische moeder met haar vriendin boven. Omdat we allemaal in één huis opgegroeiden is mijn halfbroertje voor mij ook gewoon mijn broertje, en niet mijn halfbroertje.


Wat betekent jouw naam en wat vind je van je naam?

Iedereen in Indonesië heeft zo’n naam. Dewi betekent Godin, Dewi Sri betekent Godin van de Rijstvelden. Hoewel ik helemaal niet Zuid-Amerikaans ben, is mijn tweede naam Evita, van Evita Peron. Heel veel Indo’s hebben daar een handje van, dat ze het leuk vinden om hun dochters een sterrennaam te geven. In Indonesië noemde ik mezelf daarom ook Dewi Evita, omdat er zo veel Dewi’s zijn wordt het anders zo ingewikkeld. Dus ik denk dat dat iets over me zegt. Reijs daarentegen is een Nederlandse achternaam.

Ik heb ooit een acteer workshop gehad van Issaka Sawadogo, dat is een Afrikaanse acteur die ook een Gouden Kalf heeft gewonnen. Wat ik erg interessant vond was dat hij vertelde dat de betekenis van namen heel erg belangrijk is voor iemand. In de les zei Issaka dat je naam heel erg van invloed is over hoe je je leven inricht. Dat vond ik een heel mooi gegeven. Ik vind het ook heel leuk om met niet-westerse perspectieven te werken, want je krijgt toch, ook als actrice of creatievelingen, een bepaald perspectief mee. Ik vind het daarom heel leuk om les te krijgen van mensen uit andere culturen. Zo’n supergoeie acteur die dan zo bijzonder speelt die dan zegtː “ja maar, dit zijn míjn waarden en normen”, vind ik dan heel waardevol. Dus ja, ik denk dat het heel belangrijk is wat voor een naam je krijgt en dat je daar goed over na moet denken.

Ik heb ook een goede vriendin die haar oude naam weer heeft aangenomen omdat ze zich niet meer fijn voelde. Mijn kleine broertje had zelfs nog geen naam toen hij geboren werd want mijn ouders zeidenː “Ja, als het nou een heel Hollands uitziend jongetje wordt, dan vinden we het leuk om hem een andere naam te geven.” Uiteindelijk zag hij er heel Indisch uit en heet hij Jaya. En mijn broer heet Roman, dat is een Oost-Europese naam, dat past ook wel bij hem. Ook al is het Indische jongen, hij ziet er wel wat lichter uit. Ik vind het leuk dat ik een Indische naam heb gekregen.

Ik heb een dochter en ik vond het belangrijk dat zij een Indisch-Koreaanse naam heeft.


De eerste keer in Indonesië/Azie was …

Na mijn afstuderen vroeg mijn moeder wat ik graag wilde hebben als afstudeercadeau. Ik vertelde toen dat het me mooi zou lijken om met de hele familie naar Indonesië te gaan. Dat hebben we toen gedaan, toen ik 17 was en net klaar was met het Atheneum. Dat was de eerste keer dat we naar Indonesië gingen. Mijn moeder was een baby toen ze in 1948 naar Nederland kwam dus voor haar was het ook weer de eerste keer dat ze terug ging.


Hoe omschrijf je je eigen culturele identiteit?

ik heb een Indische achtergrond, maar daar heb ik eigenlijk nooit bij stilgestaan. Ik was gewoon een Rotterdams meisje met vriendinnen en ik dacht dat iedereen gewoon atheneum of vwo had gedaan en dat iedereen naar dezelfde school ging als ik. Dat slaat natuurlijk nergens op, maar dat was gewoon mijn kleine wereld.


Is er een herinnering die van invloed is geweest op je culturele bewustwording? Zo ja, welke?

Ik was er eigenlijk niet zo mee bezig. Vroeger had ik wel eens modellenopdrachten, maar op de een of andere manier stond ik daar nooit zo bij stil. Ik deed dingen voor Oilily met vriendinnen. Toen ik naar de toneelschool ging en ik me ging inschrijven bij castingbureaus, dat was anders. Ik moest toen foto’s maken van mezelf. In het derde jaar van de toneelschool speelde ik een solo. Mijn toenmalig artistiek leider zeiː “Ow, ik zie een mooie jonge Indische vrouw staan.” En toen dacht ikː “Hoezo, Indische vrouw..? Ow, dat ben ik blijkbaar!” Toen pas werd ik me bewust van mijn uiterlijk. En dat moet je uiteindelijk gaan verkopen in deze sector. Daar had ik geen idee van, ik voelde me gewoon super-Nederlands. Niet dat dat erg was, maar dan werd je er opeens bewust vanː “O, ik zie er blijkbaar zo uit!”


Hoe ga jij om met het leven tussen meerdere culturen?

Ik woonde in een multiculturele stad, daarom werd ik er nooit mee geconfronteerd. Als ik er zo over nadenk, was het meestal buiten de Randstad dat ik er mee werd geconfronteerd.

In Zeeland hadden we een zeilboot en dan was ik wel het enige donkere meisje. Daar of in bijvoorbeeld Oost-Duitsland zijn wel van dat soort momenten geweest dat je er mee geconfronteerd werd. Wanneer er alleen maar witte mensen om je heen waren, maakten sommige mensen wel eens opmerkingen. Dat was dan wel een beetje gek, maar verder in zo’n stad als Rotterdam, dan ga je daarin op.

Bijvoorbeeld ook heel veel vluchtelingen, zoals Syrische mensen, voelen zich veel meer vluchteling als ze in een dorp zijn dan in een stad. In Rotterdam of Amsterdam kijkt niemand naar hun om als ze met een baard langslopen. Ook ik was me daar dus helemaal niet bewust van omdat ik uit een multiculturele stad kom.

Het is wel eens gebeurd, bijvoorbeeld in de haven, dat ik verliefd was op een jongetje en dat ik “een lelijke chinees, met Aziatische ogen werd genoemd”. En in Oost-Duitsland hebben ze een keer onze kampeertent kapot gemaakt omdat we een donkerder tintje hadden. Toen is mijn moeder heel kwaad geworden.

Ik heb nooit gedacht, wat andere mensen wel eens hebben of andere mensen uit mijn oude toneelklas hebben, dat blond haar met blauwe ogen mooier zou zijn. Natuurlijk was dat wel soms moeilijkː “Je hebt scheve ogen, je ziet er raar uit”. Misschien is dat bij andere mensen in een dorpje en daarbij heel erg opvallen en worden gepest, wel zo, maar ik heb daar niet zo’n last van gehad. Ook niet dat hoe je eruit ziet, dat dat minder mooi is dan iemand anders. En wat ik veel hoor van andere mensen met een kleurtje, dat je dan niet voldoet aan de norm. Ik kom uit zo’n warm gezin, dat ik altijd veel zelfvertrouwen en warmte heb meegekregen. Ik denk dan ː “nou ja, whatever!”

Ik was me er wel bewust van dat we gewoon anders met dingen om gingen, zoals een fles op het toilet en er was altijd eten. En wat nu ook zo is, dat er een ritueel is voor veel dingen. Dat er bijvoorbeeld ergens een soort urn is met de placenta op het balkon: natuurlijk doen Nederlanders dat niet. Of rare wierook afsteken, of een boom waar geesten inzitten. Daar hebben Nederlanders het natuurlijk ook niet over, dat is wel veel meer aanwezig. Dat wordt bij ons als een soort normaliteit beschouwd, maar dat is natuurlijk ook heel Indisch.


Wat vind je het leukste uit je/die cultuur? En waarom?

Ik denk dat ik het leuk vind dat je nooit alleen bent, dat je dingen samen doet, dat je op je familie kan bouwen. Dat hoeft niet altijd zo te zijn, maar ik heb toch wel het gevoel dat er een sterkere verbondenheid is. Ook toen ik in Jakarta woonde, vroegen zeː “Ow, waar woon je dan en wie is je familie?” Dat is in bepaalde culturen heel belangrijk, wat dat betreft is Nederland heel individualistisch. Ik voel me dus nooit alleen, als de tijden minder gaan of als het lastig is, dan weet ik dat ik altijd op mijn familie terug kan vallen. Dat mijn broers voor mij klaarstaan en me meehelpen als ik weer een of ander project heb. Net als mijn ouders, die doen dan catering, of zijn oppashulp. Er is een enorm vangnet. Dat is in elk geval wat ik ervaar, maar ik weet niet of dat heel Indisch is. Ik voel in mijn familie een warme band en dat vind ik erg fijn, ik merk dat sommige mensen dat minder hebben. En het spiritueler in het leven staan, dat vind ik ook fijn, dat is wel iets dat bij mij past. Dat vind ik wel mooi aan de cultuur, dat wat dichter bij de natuur staan


Wat vind je het stomste uit je/die cultuur? En waarom?

Indo’s en mensen in Indonesië doen sommige dingen wat omslachtig, en soms botst dat wel eens. Dat vind ik soms wel eens lastig, dat omslachtige. Én het niet durven te vertellen, dat niet-directe vind ik ook soms moeilijk, omdat ik dat wel ben. Ik ben ook wel een aanpakker, en ik merk ook wel dat veel Indo’s daar ook wel moeite mee hebben. Als een Indo iets bij de slager zou kopen en er dringen mensen voor, dan denken zeː “Ow, laat maar voor gaan.” Ik ben niet zo, ik denk danː “Kom op, gewoon een beetje opkomen voor jezelf! Een beetje ondernemen.” Dat wegcijferen, jezelf niet belangrijk genoeg vinden, ik ben juist iemand die daar zijn mond over open doet. Dat wij er best mogen zijn, dat wegcijferen vind ik niet iets goeds.


Ik ben super-Nederlands, omdat…

Ik heel direct ben. Ik denk dat ik ook echt een Rotterdamse ben, ik ben echt van het aanpakken. Ik heb een tijdje in België gewoond en daarnaast veel gereisd en mensen schrikken nog wel eens van mijn directheid: dat is helemaal niet Indisch. Ook in de familie kan dat wel eens problemen veroorzaken, ik ben vrij direct, luidruchtig. Dat luidruchtige kent iedereen wel, maar als ik iets vind, dan zeg ik dat. Indo’s doen dat niet zo heel snel, die draaien liever om de hete brij heen. Dat heb ik niet.


Ik ben super-Aziatisch, omdat…

Ik denk in het verzorgende en in de spirituele kant, dat is gewoon heel Indisch. Projecten die ik aanpak of waar ik “Ja” op zeg, of die ik zelf eigenlijk initieër, zijn vaak intuïtieve keuzes die ik maak. Én dat ik familie, vrienden, eten en mijn gezin súperbelangrijk vind, dat is wel heel Indisch aan mij!


Kan je vertellen waar je nu mee bezig bent? Heeft je culturele achtergrond invloed gehad hierop?

Ja, ik ben nu met een voorstelling bezig voor theaterfestival De Parade, die ik zelf produceer, regisseer en schrijf: Trojaanse Wijven. Ik speel samen met vier andere actrices. Het gaat over vrouwen op de vlucht. Het start als een Griekse tragedie en wordt daarna modern. Het zijn verhalen over vrouwen in oorlogstijd, vrouwen die migreren. Iedereen heeft zo zijn eigen verhaal en ik vertel een verhaal over Indonesië. Dat heeft te maken met mijn familie die ook met de boot hier naartoe kwamen.

En ik ben bezig met mijn stichting, Stichting The Buddy Film Project, waar ik gevluchte creatieven help. Ik ben dit samen met collega’s begonnen, maar ik ben zoveel voor dit project geïnterviewd dat ik me ging afvragenː “Ja, waar komt dat eigenlijk vandaan?” Dat heeft ook te maken met mijn eigen achtergrond. Mijn familie kwam hier ook aan en moesten opnieuw een nieuw leven opbouwen. Natuurlijk zijn heel veel zaken anders, maar er zijn ook heel veel overeenkomsten. Dus ondanks dat heel veel Indische-Nederlanders zich ook Nederlands voelden, maar nog nooit hun thuisland hadden gezien. Het toch een hele andere cultuur. Je moet dan toch een heel nieuw leven opbouwen. Dat maak ik nu ook mee met de mensen die ik nu begeleid. Natuurlijk komen vluchtelingen dan uit een oorlog, maar heel veel mensen kwamen daar ook uit de Bersiap periode, dus makkelijk was het niet. Het is niet voor niets dat ik dat soort maatschappelijke projecten naast mijn eigen acteercarrière ben begonnen. Dat heeft, denk ik, daadwerkelijk met mijn achtergrond te maken.


Op welke prestatie ben jij het meest trots?

Privé: dat ik een gezonde dochter heb. Werk: daar ben ik gewoon heel erg trots dat ik mooie projecten mag doen. Dat ik mijn eigen toneelstukken en mijn eigen films mag maken, dat ik de mogelijkheid heb om zelf dingen te creëren. Dat vind ik wel heel waardevol. Ik hoef nooit te zitten wachten. Dat ik zelf iets kan doen, dat ik het kan laten ontstaan. Ik ben heel dankbaar dat ik creatief bezig mag zijn en dat ik daarmee mijn huur kan betalen. Dat had ik vroeger ook gehoopt.


Wat is je grootste uitdaging geweest?

Qua werk is dat mijn korte film DEBIEL, over een verstandelijk gehandicapt meisje. Die film heb ik zelf geschreven en geregisseerd. En uiteindelijk op eigen initiatief, mede met de hulp van In-Soo als producent, heb ik dat op poten gezet. Dat ik wel het geloof erin had dat het een leuke film zou worden. Dat ik heel veel afwijzingen heb gekregen, omdat dit mijn debuut was en ik een écht verstandelijk gehandicapt meisje in de hoofdrol wilde. Uiteindelijk heeft het zijn vruchten afgeworpen, want het is verkocht aan een Amerikaanse zender. Hij is op festivals in de hele wereld gedraaid. Hij heeft ook prijzen gewonnen in India en in Oost-Europa. Hij wordt nog steeds in klaslokalen getoond als educatief materiaal. Dus dat is gewoon heel bijzonder geweest. Ik heb heel vaak getwijfeld of ik dat wel kon, en uiteindelijk heb ik toch doorgezet. Dus ik dachtː “Als je maar gewoon in je eigen verhaal blijft geloven, dan komt het wel goed.” En als het dan zo’n uitkomst heeft, dat heeft me wel veel zelfvertrouwen gegeven, om zo’n debuut te hebben.


Wat motiveert jou om elke dag je bed uit te komen?

Ik ben moeder, dus mijn kind, dat sowieso. Ik ben altijd wel met een of ander nieuw project bezig, ik ben een continue ideeënstroom, en om daar van te leren, om jezelf te ontwikkelen daarin.


Als je door de tijd zou kunnen reizen, welk advies zou je je jongere zelf geven?

Weet ik niet zo goed. Op die leeftijd vergelijk je jezelf veel met anderen, en daar was ik toen heel erg mee bezig. En nog steeds is dat iets, dus misschien wel ‘dat je jezelf minder met anderen moet vergelijken’.


Hoe zou je de autobiografie van je leven noemen?

In plaats van being John Malkovic: Being Dewi :-).


Wat is je favoriete gerecht?

Soto Ajam!

Verder lezen

Menu