Educate Yourself

Het cultuurstelsel op Sumatra: tabak, dwang en de opkomst van de Deli Maatschappij

Geplaatst in: Geschiedenis
Het hoofdkantoor van de Deli Maatschappij in Medan, collectie Wereldmuseum

Wanneer over het cultuurstelsel wordt gesproken, gaat het bijna altijd over Java. Dat is begrijpelijk: het stelsel dat gouverneur-generaal Van den Bosch in 1830 invoerde, verplichtte Javaanse boeren om een vijfde van hun grond te beplanten met exportgewassen voor de Europese markt — koffie, suiker, indigo, tabak — of bij gebrek aan grond 66 dagen per jaar gratis te werken. De winsten stroomden via de Nederlandsche Handel-Maatschappij naar Den Haag en betaalden mede de aanleg van de Nederlandse spoorwegen. Maar het economische systeem dat daarna volgde, bereikte Sumatra met nieuwe bruutheid.

Na de geleidelijke afschaffing van het cultuurstelsel, en met de Agrarische Wet van 1870 die de kolonie openstelde voor particulier ondernemerschap, richtten westerse planters hun blik op Sumatra’s Oostkust. In 1864 boekte de Nederlandse tabaksplanter Jacob Nienhuys, op uitnodiging van de plaatselijke vorst in het landschap Deli, opzienbarende resultaten met Delitabak; een tabakssoort die bijzonder geschikt bleek voor de productie van sigarenomblad. In 1869, nog voor de formele afschaffing van het cultuurstelsel, richtte hij samen met anderen de Deli Maatschappij op. Het zou het begin zijn van een koloniale agro-industrie die al snel een half continent doortrok.

De plantages hadden arbeiders nodig, grote aantallen, goedkoop en controleerbaar. Die kwamen van elders: Javanen, Sumatranen en Chinezen werden geworven, vaak met vage beloftes en een ‘voorschot’ dat hen meteen bij aankomst in de schulden duwde. In 1880 codificeerde het gouvernement dit systeem in de Koelieordonnantie, die werkgevers het recht gaf arbeiders die ‘misdroegen’, te laat kwamen, klaagden of het werk weigerden te straffen zonder tussenkomst van een rechter. De poenale sanctie maakte van de werkgever tegelijk politie, aanklager en rechter. Straffen varieerden van lijfstraffen tot gevangenisstraf met dwangarbeid.

Al in 1902 kaartte journalist Jan van den Brand de misstanden aan in het pamflet De miljoenen uit Deli. Het rapport van onderzoeker Rhemrev (1904), dat het geweld op de plantages documenteerde, werd door de koloniale overheid jarenlang in een la gehouden. Pas in 1931 werd de poenale sanctie formeel afgeschaft; de Koelieordonnantie zelf bleef nog jaren daarna van kracht.

Tussen 1880 en 1900 werden de individuele planters grotendeels opgekocht door grotere cultuurmaatschappijen. Uiteindelijk kwam de Sumatra-tabaksmarkt in handen van vier dominante ondernemingen: de Senembah, de Deli-Batavia Maatschappij, de Tabak Maatschappij Arendsburg en de Deli Maatschappij die gezamenlijk een kartel vormden en via de Deli Planters Vereeniging (opgericht 1879) de prijzen bepaalden. Vrouwelijke arbeiders hadden het daarin het zwaarst: zij werden, zoals historicus Reggie Baay documenteerde in De contractarbeiders van Deli, zonder omhaal als seksslavin weggegeven aan Europees personeel of aan andere contractarbeiders als ‘beloning’.

Verder lezen

Identiteit     Interviews

Psycholoog Bram Latumahina behandelt veel cliënten met intergenerationeel trauma: ‘Ze komen specifiek naar mij toe’

Column     Identiteit

De Bittere Smaak van Zoete Aardappels

Geschiedenis

Educate Yourself

De Molukse KNIL-soldaat in Nederland – tussen loyaliteit en verraad