Ik heb me altijd Indisch gevoeld

Geplaatst in: Interviews
Links Inge de moeder van Puck Bossert, tante Door, een kennis van haar oma, Joep, het broertje van Inge en oma Kim

Puck Bossert schreef het boek Een mens kan zichzelf troosten over het bewogen leven van haar Chinees-Indische oma Kim in Nederlands-Indië. Redacteur Maureen Welscher interviewt de schrijfster.

Hoe was het contact met je oma?
‘Mijn oma en ik hadden een goed contact. Omdat ze ver weg in Zwolle woonde, in het Indische bejaardenhuis Zandhoven, kwam ze vaak lange periodes in mijn ouderlijk huis in Naarden logeren. Ik was toen tussen de tien en zestien jaar oud en ging elke avond even op de logeerkamer bij haar ‘buurten’. Ze was geïnteresseerd in mijn schoolopleiding, ik deed het VWO. Zijzelf mocht van haar vader niet naar de lagere school. Mijn oma’s Hollandse man (Aart Vuyk) zorgde ervoor dat ze via een privé lerares in Bandoeng Nederlandse les kreeg in schrijven en spreken. Daar was ze heel blij mee. Op hoge leeftijd heeft ze zelfs nog Engels van mijn vader geleerd die leraar Engels was.’

Oma Kim

‘Toen mijn oma in Patria, een ander Indisch bejaardenhuis, in Baarn woonde, zocht ik haar heel vaak op. Ik studeerde en woonde in Amsterdam, maar reed dan vaak op zondagmiddag naar haar toe voor een kop thee. En dan moest ik natuurlijk ook iets snoepen, echt op zijn Indisch. Ik vroeg haar altijd van alles. Ze was haar hele leven vrij gesloten maar ze vertelde mij wel meer dan aan mijn moeder. En als ze mij te nieuwsgierig vond, dan had ze ook een antwoord. Toen ik bijvoorbeeld vroeg hoe ze opa had leren kennen, antwoordde ze ‘Door tussenkomst, kind’. Later heb ik pas ontdekt hoe dat gegaan is. Met door tussenkomst bedoelde ze dat ze door bemiddeling van een Chinese dame hoofd van de huishouding (van alle bediendes) in het huis werd van Aart Vuyk. Zo leerde mijn oma haar latere Hollandse man kennen.’

Waarom dacht je pas na de dood van je moeder: nu wordt het tijd voor het boek?
‘Ik bedacht al in mijn puberteit dat het leven van mijn oma heel bijzonder was. Toen ik in 1986 en in 1990 op Bangka en in Bandoeng was, nam ik het besluit: ik ga ooit een sabattical nemen en aan het Tobameer het boek schrijven. Maar ja, ik kreeg een loopbaan in de Communicatie en Human Resources en twee zonen en ik wist niet hoe ik dat allemaal moest realiseren. Mijn moeder heb ik nog vaak geïnterviewd. Zij begon in 2013 te dementeren en toen wilde ik geen boek schrijven. Mijn moeder overleed in februari 2019 en daarna kreeg ik echt het idee dat ik het nu moest doen. Anders zou het nooit meer gebeuren. Een goede beslissing want uit haar nalatenschap heb ik heel veel nuttige documenten kunnen gebruiken zoals brieven van de familie, brieven uit Bangka en van het Rode Kruis.’

Hoe was het om aan zo’n persoonlijk boek te werken?
‘Dat was wel gek. Aan de ene kant duik je helemaal in het verleden van je grootmoeder en daarmee ook in het verleden van je moeder. Aan de andere kant is een roman schrijven ook een technisch proces, waarbij je op de taal moet letten, op dialogen en beschrijvingen. Ik denk wel dat ik op beide punten er goed in geslaagd ben om het op papier te krijgen. Althans, dat hoop ik!’

Heb jij feeling met je Chinees/Indische roots?
‘Ik heb me altijd Indisch gevoeld.  Dan heb ik het niet alleen over de gastvrijheid en het lekkere eten. Ik heb altijd snel contact in werkkringen (en ik heb bij veel bedrijven en organisaties gewerkt of in loondienst of als interim directeur) met andere Indo’s. Je voelt je toch sneller verwant met elkaar.  Verder heb ik ons huis opengesteld voor de vrienden van onze zonen. Ze konden hier altijd eten en slapen. Ik vond het heel erg toen ze klein waren en ze waren ergens aan het spelen, dat ze dan om zes uur ’s avonds weggestuurd werden met ‘We gaan nu eten’. Op zijn Indisch vraag je dan of iemand blijft eten en deel je wat je hebt.’

Hoe kom je aan de titel van het boek?
‘Het boek heet Een mens kan zichzelf troosten en dat zijn mijn oma’s eigen woorden. Dat vind ik wel bijzonder. Ze heeft namelijk een verwarde periode doorgemaakt, zat zelfs voor lange tijd in een psychiatrische kliniek. In die tijd heeft ze geprobeerd haar gedachten te ordenen. Dat deed ze achterop de blaadjes met recepten waar ze ooit een kookboek van wilde maken. Ik kreeg het kookboek, althans de vellen papier in een stofmap, van een tante. Ik ontdekte veel verwarde zinnen achterop de recepten, maar daar tussendoor stonden ook flarden van zinnen die wel op haar leven sloegen. Dus niet alleen ‘Een mens kan zichzelf troosten’, maar ook ‘Een heimelijk leven’ en ‘Hieromtrent geen zorgen’. De titel die ik gekozen heb, vond ik het beste bij haar passen.’

Waarom is zij voor jou een inspiratiebron?
‘Mijn oma was een krachtige vrouw die allerlei tegenslag zonder klagen heeft doorstaan. Zij verdiende in de jaren twintig van de vorige eeuw al zelfstandig de kost als huishoudster. In de oorlog stond ze er als Buitenkamper* alleen voor met drie kinderen, haar man zat immers in het kamp. En in de jaren vijftig was mijn opa door het Jappenkamp zo verzwakt geraakt dat zij zelf de kost moest verdienen als makelaar. Haar economische zelfstandigheid van toen heeft mij geïnspireerd om zelfstandig te worden en ik denk dat zij veel vrouwen met haar kracht kan inspireren.’

Heb je nog contact met familie in Indonesië?
‘Ja met Ming Sya, het tweede voorkind van mijn oma. Een voorkind betekende in die tijd dat er een kind is uit een ander huwelijk voordat je met een Hollander in Nederlands Indië trouwde. Haar heb ik in oktober 2019 nog voor het boek geïnterviewd in Singapore. Daar had ik contact met haar dochter en kleinzoon. Die hebben mijn zoon en mij ook opgehaald om naar het verzorgingstehuis te gaan. Ming Sya heeft mij toen nog kunnen vertellen dat mijn oma presentjes en geld stuurde naar haar voorkinderen op Bangka die ze heeft moeten achterlaten door haar vlucht van het eiland. Dat geld stuurde ze in de jaren dertig van de vorige eeuw tot aan de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands Indië. Helaas, Ming Sya is vlak voor haar 96e verjaardag en twee maanden nadat wij haar in Singapore spraken, overleden. Ik heb nu alleen nog app contact met haar kleinzoon.’

 

 

 

 

Puck Bossert (Bussum, 1959) heeft een lange loopbaan in Communicatie en Human Resources. Momenteel heeft zij haar eigen onderneming en werkt zij voor diverse opdrachtgevers. Ze is getrouwd en heeft twee zonen.

 

*De mensen van gemengde afkomst, de Indische Nederlanders, ongeveer 350.000, blijven vanwege hun ‘Aziatische uiterlijk’ buiten het kamp. De Japanners hopen dat deze groep met hun Aziatische bloedverwantschap loyaal aan hen zal zijn, maar dat was een misrekening. De Indische Nederlanders voelden zich Nederlands. Omdat ze buiten de Japanse kampen bleven werden zij buitenkampers genoemd. Het leven buiten het kamp was haast nog slechter dan binnen het kamp.

AANBIEDING!
Een mens kan zichzelf troosten kost normaliter 21,95 EUR. De lezers van meerdanbabipangang.nl krijgen een korting van 5 EUR. Ga naar de website van Puck Bossert en vul op de bestelpagina de code: 24261160 in.

Verder lezen

pete wu bananen
Cultuur     Identiteit

KIJKEN: Pete en de bananen

Erfgoed     Artikelen

Een monument voor slachtoffers van seksueel geweld

Identiteit     Interviews

Fong Leng: de zonnebloem van de Nederlandse modewereld

Menu