Indo-fotograaf Armando Ello: “Oorlogstrauma’s helen niet binnen één generatie”

Geplaatst in: Boeken, Cultuur, Identiteit, Interviews, Erfgoed, Artikelen
Zelfportret Armando Ello

Zijn eigen Indische achtergrond inspireerde fotograaf Armando Ello (40) om op zoek te gaan naar de identiteit en het culturele erfgoed van de Indo. Armando is ondermeer initiatiefnemer van online magazine Hoezo Indo? en schreef het boek Twijfelindo. Hij ziet het als zijn missie om de jonge generatie Indo’s bewust te maken van hun geschiedenis die de bouwsteen vormt van onze nationale geschiedenis.

Kun je iets vertellen over het gezin waarin je bent opgegroeid?

Mijn Indische vader kwam in de jaren zeventig naar Nederland. Thuis in Indonesië liep het niet lekker, hij was de zondebok van de familie. Door zijn vader werd hij vaak gesommeerd huishoudelijke dingen te verrichten, omdat hij te dom werd geacht voor school.  Al tien jaar had mijn vader contact met een Nederlands-Indisch gezin dat gerepatrieerd was en nu in Friesland woonde. De band met dat gezin was zo sterk dat zij vliegtickets kochten voor mijn vader, zijn twee broers en twee zussen. Via een werkvergunningen konden mijn vader en jongste broer blijven, de oudste is uiteindelijk teruggegaan naar Kupang, Timor Indonesië. Eén tante had een relatie en wilde niet naar Nederland komen. Mijn andere tante koos ervoor het geld te gebruiken om te trouwen met haar man in Soerabaja. Mijn vader kende mijn moeder al uit Indonesië, maar zij had op dat moment al een relatie. Hij schreef liefdesbrieven aan haar en haalde haar over om naar Nederland te komen eind jaren zeventig. Zo ben ik zelf geboren in 1980. De relatie van mijn ouders hield echter geen stand. In 1985 gingen mijn ouders uit elkaar. Ik groeide op met mijn jongere broer en daarna kwamen daar nog een halfzus en halfbroer bij vanuit de nieuwe relaties van mijn ouders.

Ik, mijn broer, mijn vader en onze stiefmoeder

Wanneer begon je je te interesseren voor je achtergrond en kon je bij je ouders terecht met je vragen of liep je tegen die bekende muur van zwijgen op?

Toen ik klein was vroeg ik wel eens aan pa waar hij vandaan kwam. Ik kreeg toen een grap als antwoord terug waarvan ik niet wist of dat nu wel of niet waar was. Ik vond het verwarrend waarom ik daar geen oprecht antwoord op kreeg. Ik denk dat mijn ouders mij te jong vonden om die vraag te begrijpen. Ik zou het niet eens zwijgen willen noemen,  het voelde meer als het negeren van mijn vraag. Het bleef bij mij dus bij de gedachte dat ik uit Indonesië kwam, want mensen zagen dat wel aan mij en vonden het vanzelfsprekend dat ik veel rijst thuis zou eten. Waarop ik zei dat ik juist veel aardappelen at. Wat echt zo was, want mijn moeder kookte Hollandse kost voor mijn Nederlandse stiefvader.

Wat kwam er bij jouw eigen zoektocht naar boven?

Twintig jaar geleden bezocht ik de familie van mijn moeder in Kupang. Mijn verwachting was dat ik bij mijn Indonesische familie lekker zou eten, een rijsttafel of zo. Maar dat viel tegen. Nu is het vandaag de dag heel anders geworden, maar toen was het bij mijn christelijke familie in het dorp de gewoonte om iedereen die naar onze kerkdienst ging in Kupang van eten te voorzien. Dan zijn uitgebreide maaltijden zoals een rijsttafel niet echt economisch. Maar toen ik naar de broer van mijn vader ging die ook in Kupang woonde, zag en voelde ik aan alles de herkenning die ik thuis ook kende. Die herkenning was bij de Indische tante in Leeuwarden, maar geen familie die Indisch voor mij kookte.

Ik ontdekte een verschil tussen de Indonesische cultuur en de Indische cultuur.  Bij mijn Indische oom in dezelfde stad Kupang in Timor, de broer van mijn vader, zag en proefde ik de gemixheid van die Indo-Europese cultuur: kunst aan de muur, bijvoorbeeld maskers uit Afrika, LP platen waaronder Elton John, de vogels in een kooitje op de veranda, zijn Indo-Chinese vrouw die de rijsttafel maakte. Dat vond ik in contrast staan met mijn Indonesische familie en herkende dus dat mijn vaders familie een gemixte cultuur met zich meebracht waarin ik mij meer thuis voelde.

Mijn gevoel van herkenning was Indisch en niet Indonesisch. Het veranderde mijn perspectief op het Indonesisch of Indisch voelen.

Vanaf mijn vijfde jaar kreeg ik een Indonesisch-Nederlands opvoeding, omdat ik niet bij mijn vader opgroeide maar bij mijn Indonesische moeder en mijn Nederlandse stiefvader. Ik herkende de Indische cultuur in het eten bij mijn Indische ‘tante’ en bij mijn vader thuis die nog altijd het eten kookt van zijn Indische moeder.

Trouwfoto van Oma (Wilhelmina) en Opa (Joram Ello) met twee zussen (tante Christina rechts).

Wat bedoel je met de postkoloniale nawerking op de huidige generatie?

Door de Tweede Wereldoorlog die een einde maakte aan Nederlands-Indië als kolonie moesten mensen die niet meer welkom waren in Indonesië vluchten en gedwongen migreren naar Nederland of elders. Indo-Europeanen en Europeanen maakten de bezetting mee, de kampen, de korte bevrijding in Nederlands-Indië, uit elkaar gerukte families, vaders die aan de spoorlijnen hebben gewerkt, onthoofdingen, verhongering, ondervoeding, hitte, martelingen, afslachtingen, de Bersiap: een vijf maanden durende burgeroorlog, een periode om Europeanen en Indo-Europeanen te verjagen en te vermoorden. Vlak na de proclamatie toespraak van Soekarno kwam de gedwongen migratie, de zogenaamde repatriëring, naar Nederland die ontmoedigd werd door de Nederlandse bureaucratie, de reis naar Nederland, de koude aankomst in Nederland in letterlijke en figuurlijke zin, het aanpassen, degradatie van beroepen en diploma’s, het moeten terugbetalen van de reis en de inboedel van de hun toegewezen pensions en huizen.

Indische Nederlanders waren verre van welkom in Nederland en werden gediscrimineerd als eerste grote migrantengroep. In eigen land met een Nederlands paspoort waar ze veel moeite voor hebben moeten doen notabene.

Het was de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Oost Azië en in de Pacific de (de-)koloniale oorlog en daarmee ontstond er structureel leed in één levensgeneratie van de mensen die dat hebben meegemaakt en overleefd.

Die generatie heeft het op hun eigen manier proberen te verwerken. Het stilzwijgen en aanpassen is een overlevingsmechanisme, maar niet iedereen was persé stil en liet zich in de familie wel degelijk uit over dat verleden.  Het er niet over willen praten is een vorm van opkropping en een interne persoonlijke strijd die bij veel mensen tot zelfkwelling heeft gezorgd. Oorlogstrauma’s helen niet binnen één generatie, maar worden overgedragen in DNA en opvoeding. Dat valt niet te ontkennen.

De generaties die in Nederland zijn opgegroeid met die Nederlands-Indische achtergrond hebben daar last van ondervonden. Ik heb het bij veel mensen gezien die ik heb geïnterviewd. De impact van de opvoeding en het opgroeien met Indische ouders en voorouders – die wezenlijk anders is dan de Nederlandse opvoeding – is enorm. De waarde die mensen hechten aan eten bijvoorbeeld.

Het belang van eten komt voort uit de schaarste die de eerste generatie gekend heeft.

Bij Indische Nederlanders is het de gedachte dat het weggooien van rijst ongeluk brengt en dat je nooit met lege maag het huis moet verlaten. Bij de Nederlanders is dat bijvoorbeeld het oppotten van groenten en eten voor in de winter, wat mijn Nederlandse stiefoma altijd deed.

Het niet vertellen van dat verleden zorgt voor een leemte in existentiële vragen als ‘wie ben ik en waar kom ik vandaan’.  Daarom is overdragen van wat er gebeurd is enorm belangrijk. In de eerste plaats om leed te verwerken en in de tweede plaats moet de geschiedenis verteld en opgetekend worden zoals het werkelijk is gebeurd vanuit verschillende perspectieven. Zodat we weten waarom die oorlog gebeurd is en hoe we daar zelf mee kunnen omgaan. Naast het persoonlijk verhaal is de feitelijk geschreven geschiedenis belangrijk om naast je eigen verhaal te leggen zodat je de parallellen begrijpt en ziet welke positie je familie heeft gehad in het grotere plaatje.

Van links naar rechts: onbekend, Oom Frankie, Wilhemina Beckmann-Lapre, Tante Meity, onbekend en Armando’s vader Willem Frederik Ello.

Ga je vaak terug naar Indonesië?

Ik ben nu vijf keer geweest in verschillende fasen van mijn leven. Ik ben het land gaan waarderen hoe het zich heeft ontwikkeld. Ik krijg steeds meer een band met Indonesië en leer meer familie en vrienden daar kennen. Ik wil ook steeds vaker terug, omdat ik daar naast herkenning vind vanuit mijn familie, ook een vrijheid vind die ik in Nederland niet ken. In Nederland krijg je al een bekeuring als je linkerachterlicht het niet doet. In Indonesië malen ze daar niet om.

Ik merk dat ik steeds vaker mijn Indonesische identiteit accepteer naast mijn Indische identiteit, want beide heb ik in mij en wil ook beide kanten leren begrijpen en belichten.

We leven immers in een de-koloniale periode, omdat het nog maar één generatie geleden is en we nu daar de impact van ondervinden.

De contrasten in Indonesië begrijp ik en respecteer ik steeds meer. Tegelijkertijd durf ik het steeds meer met Indonesische leeftijdsgenoten ook over geloof, politiek, racisme en geschiedenis te hebben. Het is te veel om daarover te kunnen vertellen in dit interview, maar een van de laatste ervaringen bijvoorbeeld is dat ik als gast werd geïnterviewd vanwege mijn expositie over Indo’s. Toen moest ik aan een zaal Indonesiers uitleggen waarom Indo’s naar Nederland zijn gevlucht.  De vraag kwam uit het publiek en toen koos ik mijn woorden heel zorgvuldig, omdat voor Indonesië die periode er vooral een was van het vechten voor onafhankelijkheid.

Het is een stukje verleden in de geschiedenis dat zowel Indonesiërs als Nederlanders niet leren op school. Dus dienen wij het zelf te vertellen opdat de wereld weet wie wij zijn. Je zou kunnen zeggen dat we een product van de kolonie zijn, maar liever heb ik het over kinderen van de Kolonie.

Kun je vertellen wat je missie is met al je projecten?

Mijn missie is om de jonge generatie Indo’s bewust te maken van hun geschiedenis die de bouwsteen vormt van onze nationale geschiedenis. Maar dat werkt ook door in de persoonlijke ontwikkeling: de band met je familie wordt hopelijk beter door meer begrip waar je vandaan komt, wie je zelf bent en waar je naar toe gaat. Gelukkig is er tegenwoordig steeds meer belangstelling voor.

Wat kunnen we in de nabije toekomst van je verwachten?

Er zijn drie boeken die ik ga uitbrengen. De herpublicatie van het boek Twijfelindo. De wereldreis die ik heb gemaakt om Indo’s wereldwijd op te zoeken. #Indoworldphotoproject en het boekproject Ramboet Djagoeng, het verhaal over roodharige Indo’s. Dit leg ik in een film uit van mijn laatste crowdfunding die zojuist afgelopen is op mijn website.

Je kunt Armando volgen op diverse social media, zoals Instagram en Twitter. Via de hyperlinks in het artikel surf je naar meer informatie over Armando en zijn projecten.

Verder lezen

Boeken     Column

Column: “Lees nooit een van de boeken van Henri Borel”

Identiteit     Column     Artikelen     Opiniestukken

Therapeut Judith Limahelu: “Wat spreek jij goed Nederlands”

Identiteit     Column

Column: “Je bent onzichtbaar als je niet online bent”

Menu