Geplaatst in: Identiteit, Interviews

Even voorstellen: Fenmei Hu, kunstenaar

Interview Fenmei Hu

Ja, eten speelt een belangrijke rol in mijn leven.

Wie ben je?

Ik ben Fenmei Hu. Ik ben het tweede kind van vijf kinderen. Mijn oudere zus en ik zijn in China geboren en opgevoed door mijn grootouders, van mijn moeder’s kant. Na mij zijn in Nederland nog een zusje en een broertje en ver daarna nog een zusje geboren. Mijn oudere zus heeft een eigen administratiekantoor, mijn zusje is orthopedagoog en werkt, geloof ik, bij de jeugdzorg. Mijn broertje is al jaren aan het afstuderen en heeft daarnaast steeds bijbaantjes. Mijn kleinste zusje studeert inmiddels bijna af van haar rechtenstudie en wilt doorstuderen voor notaris. Mijn vader is inmiddels al zo’n 15 jaar overleden. Mijn moeder woont helemaal alleen. Alle kinderen hebben een moeizame of helemaal geen contact meer met onze moeder omdat het een hele moeilijke vrouw is om mee om te gaan. De familieleden van mijn vader’s kant in Nederland werken vooral in de horeca. Veel familieleden van mijn moeder wonen vooral in Italië en werken er veel in de textielindustrie. Alleen mijn opa en oma wonen nog in china. 

Wat betekent jouw naam?

Mijn naam Fenmei is niet mijn gegeven naam bij geboorte. Ik werd geboren toen mijn vader al naar Nederland was geëmigreerd. Mijn moeder dacht dat ik wel het laatste kind zou worden, dus kreeg ik de generatienaam van mijn vaderskant, Yong, dus: Yong Fen. Mijn zus heet Wei Fen. Het is heel normaal dat alle kinderen van hetzelfde geslacht in een gezin vaak  eenzelfde karakter hebben in hun namen. Daarnaast was ik geen jongen, normaalgesproken worden de generatienamen via jongens doorgegeven. Als koosnaam kreeg ik FenFen, een herhaling in de naam is altijd liefelijk bedoeld. Dus op de kleuterschool in China heette ik FenFen. Maar mijn roepnaam is Fen Mei, Mei betekent zusje.

Mijn zus was als klein meisje al berucht in het dorp. Ze was heel ondeugend en liep weleens weg, of ze ging stiekem naar de bioscoop door te doen alsof ze het kind was van een ander. Dus ik was altijd het zusje van die ondeugende Fen. De roepnaam  Fenmei werd mijn officiële naam toen mijn oma voor ons een paspoort ging aanvragen om ook naar Nederland te komen. Oma was alleen vergeten dat ik geen Fenmei heet maar Yongfen of Fenfen. Mijn moeder ontdekte de fout pas toen het paspoort eenmaal was aangemaakt. De fout was niet meer te herstellen. Nu ben ik wel blij met mijn simpele naam. Fenmei is prima uit te spreken door Nederlanders. En ik heb een leuk verhaal te vertellen.

Hoe omschrijf je je eigen culturele identiteit?

Ik ben vooral Nederlander vind ik. Maar ook heel Chinees. Ik ben veel bezig met mijn Chinees-zijn. Dus mijn hoofd is de hele dag bezig met de Chinese cultuur. Ik kan goed schakelen tussen beide culturen, pas me makkelijk aan. Ik kijk door een Nederlandse bril met Chinees gekleurde glazen. 

Hoe ga jij om met het leven tussen twee culturen?

Goed. Ik kan het goed combineren en scheiden. 

Wat vind je het leukste uit je cultuur? 

Eten! Haha. Ja, eten speelt een belangrijk rol in mijn leven. Chinees eten of een kom rijst is een must in ons gezin. Verder ben ik heel trots op de eeuwenlange Chinese cultuur die nog steeds leeft. Sommige tradities geef ik door maar sommige vind ik al niet meer bij deze tijd passen. 

Wat vind je het stomste uit je cultuur? 

Bepaalde tradities en bijgeloof vind ik echt idioot. Zoals dat de voorkeur nog steeds uit gaat naar jongens. Slaat echt nergens meer op. Gelukkig begint dit ook beetje bij beetje te vervagen. 

Ik ben super-Nederlands, omdat..

ik soms heel direct en (blijkbaar) bot kan zijn. Ik ben heel open en eerlijk over mezelf, dus kan ook mezelf complimenteren als dat nodig is. 

Ik ben super-Aziatisch, omdat..

ik niet zonder rijst kan…

Waar ben je nu mee bezig?

Ik ben beeldend kunstenaar. Ik werk aan mijn eigen schilderkunst en daarnaast aan veel culturele projecten die de Chinese cultuur als thema hebben. Ik ben vooral bezig met het laten zien van de diepere betekenis/laag van de Chinese cultuur. Dat betekent dat mijn projecten heel breed zijn. Ik ben al jaren verbonden met het Verhalenhuis Belvédère op Katendrecht, een museum voor Immaterieel Erfgoed. Op Katendrecht opende het eerste Chin. Ind. Restaurant en daar was ook de eerste Chinatown in Nederland. Verder word ik weleens gevraagd om gastlessen en presentaties te geven over de Chinese taal en cultuur. Ik sla ook bruggen tussen verschillende Nederlandse instellingen en de Chinese gemeenschap. Ooit zei iemand dat ik een oliemannetje was of een duizendpoot, een echte Rotterdammer. Ik ben van alle markten thuis. 

Wat is je favoriete gerecht?

Dumplings.

Waar ben jij het meest trots op? 

Dat ik naar mijn hart heb geluisterd en mijn studie heb gedaan. Trots dat ik mag doen wat ik nu doe. Ik ben zeer trots dat ik twee heel lieve dochters heb.

Wat is je grootste uitdaging geweest?

Moederschap! Ik had een slecht voorbeeld en had geen enkel idee of ik überhaupt wel moedergevoelens had. Maar blijkbaar ben ik erg geslaagd als moeder. Ik voed mijn kinderen op zoals ik zelf wil met veel liefde en het tonen van liefde. Daarnaast pas ik ook de pedagogische vaardigheden toe die ik heb geleerd tijdens mijn studie. Natuurlijk doe ik dat met veel intuïtie en een gezond verstand. Mijn kinderen zijn sociale intelligente kinderen die heel zelfbewust zijn en zeer gelukkig. 

Wat motiveert jou om elke dag je bed uit te komen?

Makkelijk gezegd, je moet wel, want je hebt kinderen die je moet verzorgen. Maar ik heb geen enkele reden om in bed te blijven hangen. Het leven maak jezelf. Het gaat zoals het gaat en om de keuzes die je maakt.

Is er een liedje waar je elke keer weer emotioneel van wordt? 

Trijntje Oosterhuis, Nu dat jij er bent. Dit hoorde ik toen ik voor het eerst moeder werd. Veel Chinese liedjes raken me omdat ik daar een soort heimwee gevoel van krijg. Het brengt me dan terug naar de kinderjaren in China bij mijn oma. 

Als je door de tijd zou kunnen reizen, welk advies zou je je jongere zelf geven?

Mond open en gewoon praten. Ik was vroeger een veel te introverte verlegen meisje. Ik was het meisje in de klas die er niet was. Stil als een muis. Geen mening en geen stem. Zo werd ik opgevoed. Ik zou zeggen: “Ga er tegenin en ga plezier maken.” Maar ook troostende woorden dat later beter zou worden. Misschien wel stiekem dat ik tegen mijzelf wil zeggen dat ik beter moet opletten als mijn vader kookt in de restaurant, recepten opschrijven en onthouden hoe alles smaakt. Dit vind ik nu een gemis. 

Hoe zou je de autobiografie van je leven noemen?

“Gelukkig ben je mijn dochter niet.” Ik spreek vaak Chinese ouderen. Ik leg dan uit wat ik doe en dat ik ben gekomen voor een leuk gesprek voor een project, of een kennismaking. De ouderen zijn heel open naar mij toe en vinden mij leuk en lief. Als ze dan beseffen dat ik kunstenaar ben en eigenlijk dus niets verdien, krijg ik vaak een soort blik van medelijden. Wat er dan om gaat in het hoofd van die oudjes kan ik raden: “Heel leuk en goed dat je de Chinese cultuur zo goed voordraagt en promoot, maar gelukkig ben je mijn dochter niet.” Waarom niet? zou je denken. Simpelweg omdat ik niet de zakelijk kant ben opgegaan, geen dik salaris ontvang of eigenaar ben van een eigen bedrijf. Dat is toch iets waar ouders trots op kunnen zijn. Ik ben geen goed materiaal in hun vriendengesprekken wanneer er met prestaties van je kinderen wordt opgeschept. 

Heb je nog een film/boek/muziek tip?

East Meets West van Yang Liu. Dit is een boekje dat via illustraties de verschillen tussen Chinezen en westerlingen laat zien. Daarnaast vind ik MC Jin en Hanjin samen een leuk duo die een aantal toffe liedjes hebben gemaakt. 

Verder lezen

Menu