Japanners vochten mee in de onafhankelijkheidsstrijd

Geplaatst in: Geschiedenis

Ze kwamen als bezetters, maar sommigen bleven als bondgenoten. Na de Japanse capitulatie in 1945 kozen honderden Japanse soldaten ervoor te vechten aan de zijde van Indonesiërs in hun onafhankelijkheidsstrijd tegen de Nederlanders – een vergeten hoofdstuk.

Al voordat de Tweede Wereldoorlog begon, droomde Japan van een nieuw Aziatisch rijk: de “Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer”. Onder dat ideaal zouden de landen van Azië zich bevrijden van het westerse kolonialisme en samen één sterke regio vormen. In werkelijkheid veranderde Japan van bevrijder in bezetter. Achter de retoriek van broederschap ging harde overheersing schuil.

Toen Japan in 1945 capituleerde, beloofde het de orde te handhaven totdat de geallieerden arriveerden. Veel militairen gaven zich over, maar niet allemaal. Zeker 900 van hen vochten mee aan de zijde van de republikeinse vrijheidsstrijders. Hun motieven liepen uiteen — van idealisme tot noodzaak.

Sommigen durfden niet terug te keren naar Japan, uit angst voor berechting. Anderen bleven vanwege een Indonesische geliefde, of omdat ze geloofden dat hun oorspronkelijke missie — Aziatische onafhankelijkheid — nog niet voltooid was.

Van bezetter tot bondgenoot

Een van hen was Ono Sakari, geboren in 1919 op Hokkaido. Aanvankelijk bleef hij in Indonesië door toeval — hij ruilde van transport met een andere soldaat — maar hij besloot al snel te vechten voor de onafhankelijkheid. Hij vocht mee op Sumatra, hield een dagboek bij en werd later de bijnaam “Last Hero” gegeven.

Nog bekender werden Ichiki Tatsuo en Yoshizumi Tomegorō. Beiden woonden al voor de oorlog in Nederlands-Indië. Tatsuo werkte als vertaler en journalist, Tomegorō als wervingsagent en later als uitgever van een krant voor Japanners. Beiden raakten in de ban van het Indonesisch nationalisme. Wat begon als propaganda groeide uit tot overtuiging.

Tomegorō hielp bij het opstellen van de Onafhankelijkheidsverklaring en sloot zich daarna aan bij de communistische leider Tan Malaka. Hij smokkelde materiaal voor guerrillagroepen en stierf in 1948 aan een longziekte. Tatsuo vertaalde Japanse legerhandleidingen voor het Indonesische verzet en sneuvelde tijdens de Tweede Politionele Actie, in december 1948.

Geen land van herkomst, geen thuisland

Na de oorlog kregen deze Japanners nauwelijks erkenning. Voor Indonesië bleven ze toch vooral voormalige bezetters; voor Japan waren ze verraders. Ze ontvingen geen pensioen en werden uit de nationale herinnering gewist. Pas in 1958 bracht president Soekarno tijdens een staatsbezoek aan Japan eerbetoon aan Tatsuo en Tomegorō. Bij de Seisho-ji-tempel in Tokio werd een klein monument opgericht met het opschrift:

“Onafhankelijkheid is niet van één natie, maar van alle mensen.”

Pas decennia later, in 1979, werd de Fukushi Tomo no Kai opgericht, een vereniging die pleitte voor erkenning van deze vergeten strijders. In de jaren ’90 verschoof de nadruk van erkenning naar verzoening tussen Japan en Indonesië.

Tijdens het keizerlijk bezoek van 2023 aan Jakarta sprak het Japanse hof eindelijk openlijk over deze vergeten soldaten. Velen van hun kinderen spreken geen Japans meer; ze beschouwen zich als Indonesiërs. Hun vaders stierven zonder erkenning, maar hun verhaal toont iets bijzonders: dat idealen, hoe tegenstrijdig ook, grenzen kunnen overstijgen — zelfs die tussen voormalige vijanden.

Tekst: Victor Laurentius

Verder lezen

SoCal Bannersmaller-2
Column     Identiteit

Ik ben een SoCal

Boeken     Interviews     Expressie

#Ontdek

Snuifkusjes van oma Adoe: Voorleesboek over Indische gebruiken

Boeken     Identiteit     Interviews     Expressie

#Ontdek

Buigen als Bamboe: het verhaal van een naoorlogse tweede generatie