Educate yourself

Javaanse bannelingen hadden ‘soort slavenbestaan’ tijdens cultuurstelsel, terwijl straf niet wettelijk was vastgelegd: ‘Banda was het Veenhuizen van Indië’

Geplaatst in: Boeken, Historie
Margreet van Till is historica en schrijfster van het boek Verbannen van Java. Koloniale tragedies 1830-1860 over bannelingen tijdens het cultuurstelsel in Nederlands-Indië. Eerder doceerde ze koloniale geschiedenis van Indonesië aan de Universiteit van Amsterdam en Rijksuniversiteit Groningen. Haar partner werkt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken: “Dit boek had er niet gelegen als ik niet door hem veel in Jakarta had kunnen zijn. We woonden 1 à 2 kilometer van het nationaal archief. Ik ging daar een paar keer per week met de scooter naartoe.”

Waarom heeft u hier een boek over geschreven?
“Ik heb in totaal acht jaar van mijn leven gewoond in Jakarta en omstreken. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in mensen die zich in de marge van de maatschappij bevinden. Mijn eerste idee bij het archiefonderzoek was om iets te doen met mensen die in inrichtingen, gevangenissen of armenhuizen zaten. Toen ging ik kijken in justitiële archieven en kwam ik steeds vaker tegen dat mensen verbannen werden: dat woord sprong uit dossiers. Al snel verlegde ik mijn vragen naar wie er allemaal werden verbannen en waarom. Zo ben ik deze dossiers gaan lezen, voor zover ik ze kon vinden, want het archief van de voormalige gouverneurs-generaal is niet makkelijk. Het is heel rijk, maar slecht geordend.”

Werd er veel vastgelegd door de koloniale autoriteiten?
“Absoluut, ongelooflijk. Het archief van de algemene secretarie is wel onvoorspelbaar: soms vind je mooie informatie, bijvoorbeeld allerlei getuigenverklaringen, maar soms ook niet. Iedereen geeft meningen. Je vindt zelfs soms kleine kattenbelletjes van ambtenaren als ze onderling iets willen bekokstoven. Het heeft me verbaasd hoeveel informatie er beschikbaar is en dat het zo gedetailleerd is. Je kunt je zo goed inleven in de situatie.”

Margreet van Till, schrijfster van het boek ‘Verbannen van Java. Koloniale tragedies 1830-1860’

Waarom heeft u gekozen voor de periode 1830-1860 op Java?
“Verbanning is iets wat in veel samenlevingen bekend is. De VOC deed dat ook al: ze brachten mensen naar andere delen van het imperium, naar Zuid-Afrika of Ceylon bijvoorbeeld. Het cultuurstelsel was erop gebaseerd dat Javaanse boeren met gedwongen arbeid een bijdrage moesten leveren aan koffie en suiker. Het was heel planmatig en bedoeld om winst te maken voor Nederland. Verbannen worden was een middel van de koloniale overheid om mensen die lastig of lui waren, kritiek hadden of niet functioneerden binnen het cultuurstelsel te verplaatsen. Dat was dé koloniale oplossing voor problemen.

Mijn idee is dat dit rond 1830 een grootschaliger karakter krijgt. Het ging ook altijd over geld en werken in de stukken, nooit ergens anders over. Verbanning was overduidelijk een manier om mensen in het gareel te houden. Java was het centrum van het cultuurstelsel en van Nederlands-Indië. Ambtenaren wilden graag op Java zijn en het werd als straf ervaren als ze naar Padang of Ambon werden gestuurd. Dat waren allemaal overwegingen om me te beperken tot Java. Van andere eilanden werden ook mensen verbannen.”

Wie werden er verbannen en waarom?
“Het was niet zo dat je een moord of roof had gepleegd, het ging om kleine misdragingen, zoals een Javaanse boer die amuletten in huis had en dertig jaar naar Banda werd verbannen. Op Banda moesten ze dwangarbeid verrichten.

Ik heb het over een Javaanse officier van Justitie die kritiek had op de regent en resident. Uiteindelijk zijn deze klachten via een andere ambtenaar in de Tweede Kamer terechtgekomen. Hij werd verbannen naar Banda. Ook schrijf ik over een Arabische handelaar en geestelijke die verdacht werd van moord, maar waarvan blijkt dat hij invloed probeerde uit te oefenen op de regent. Dat hele gezin werd verbannen naar Banda. Ik noem ook een aantal sekteleden die aan het bedelen waren bij de Merapi. Ze waren in lompen gehuld of hadden soms niets aan. Twee van hen zijn naar een psychiatrische inrichting in Batavia gestuurd, de rest werd verbannen.

Ik beschrijf een groep KNIL-soldaten die in de militaire gevangenis terechtkwam. Men wist niet goed wat ze met die groep aan moesten, want het was not done dat Indonesiërs zagen dat witte mannen dwangarbeid verrichten. Op een gegeven moment zijn transporten op gang gezet om ze naar Nederland te brengen, waar ze meestal in gevangenissen of Veenhuizen terechtkwamen. Deze soldaten hadden vaak een leven opgebouwd met een Javaanse vrouw en kinderen en zij moesten achterblijven.”

Was verbannen worden een straf vastgelegd in het wetboek van strafrecht?
“De gouverneur-generaal kon beslissen dat iemand verbannen moest worden. Dat deed hij natuurlijk niet zelf, dat ging via de ambtelijke lijn met een dossier via hem naar de Raad van Indië. In 1854 werd die regeling, het exorbitant recht, wel op papier gezet, maar het was eigenlijk een lege huls: het was niet zo dat je als banneling rechten had en een advocaat in de arm kon nemen om te protesteren. Er werden wel grenzen aangegeven, bijvoorbeeld dat Indonesiërs niet buiten het land verbannen mochten worden en dus niet meer naar Kaapstad afgevoerd werden. En dat de verbanning van Europeanen medegedeeld moest worden aan de minister van Koloniën. Daarbij kreeg de gouverneur-generaal het recht om Europeanen op te sluiten in de gevangenis tot het definitieve besluit genomen was.

Dit was dus niet in het wetboek verankerd, het was meer een soort regeling waarbij het erop neer kwam dat de gouverneur-generaal, het hoofd van de ambtenarij, mocht besluiten. Dat bleef de hele koloniale periode. De procureur-generaal, het hoofd van het departement van Justitie, protesteerde wel eens. Dat is dan één blaadje in het dossier. Ik denk dat er veel ambtelijke willekeur was. Een ambtenaar schreef ook: dat het zo rustig was in mijn gebied komt omdat Javanen het heel erg vinden om uit hun gebied gedwongen weggehaald te worden.”

Waar kwamen de bannelingen terecht?
“Javaanse boeren werden op Banda tewerkgesteld, daar had je nootmuskaatplantages waar tot 1860 de tot slaaf gemaakten werkten. Er was een arbeidstekort omdat de slavenhandel was afgeschaft. Dat werd opgevuld met bannelingen. In die nootmuskaatperken werkten 1000 tot slaaf gemaakten en 1200 bannelingen schouder aan schouder. De Javanen werden soms ook gouvernementslijfeigenen genoemd: ze hadden een soort slavenbestaan. Soms namen ze hun vrouw en kinderen mee. Wat ook gebeurde was dat ze niet van Java af gingen maar een eind verderop in een werkkolonie werden tewerkgesteld. Andere aantallen weet ik niet, daar ligt het accent van mijn boek ligt niet direct op: daarvoor is meer onderzoek nodig.

Tekst gaat verder onder de foto

Het plukken van nootmuskaat op Banda Neira, ca. 1880. Foto ter illustratie. KITLV 2760 van http://hdl.handle.net/1887.1/item:786827

Als Javaanse adel kritisch was geweest, bijvoorbeeld Diponegoro, kreeg men huisarrest op Ambon of Sulawesi. Het ballingschap had allerlei gezichten: je rang, stand of afkomst bepaalde hoe het eruitzag. Een Nederlander werd op Java naar een andere stad gebracht en moest daar aan het werk, bijvoorbeeld als ambtenaar. Werden ze naar Nederland verbannen pakten ze daar hun leven weer op. De Nederlander was beter af dan de Javaanse boer op Banda: Europeanen kregen geen dwangarbeid. Een bekende criticus van het cultuurstelsel was Sicco Roorda van Eysinga. Hij werd verbannen naar Nederland en zette hier zijn protest voort.”

Was ballingschap ook in andere landen aan de orde?
“In Engeland werden Europese misdadigers naar Australië verbannen. Misdadigers uit Frankrijk werden naar Frans-Guyana gebracht, bij Suriname. In Nederland werden Europese misdadigers, asocialen of alcoholverslaafden in Veenhuizen tewerkgesteld in de veenkoloniën. De link tussen verbannen worden en de arbeidstekorten zou goed kunnen bestaan. Banda was misschien wel het Veenhuizen van Indië. Er was alleen geen verbanning uit Nederland naar de koloniën, terwijl dat bij andere landen dus wel was.”

Welk verhaal heeft u verrast?
“Soms vind ik sommige mensen fascinerend, zoals een Javaanse boer waarvan werd gezegd dat hij onwillig was om herendiensten (dwangarbeid, red.) te verrichten en baldadig was. Hij werd vier jaar naar een landbouwkolonie verbannen.

De sultan van Yogyakarta hield een aantal hele grote feesten. Daar moesten de Europese geestelijken en ambtenarij verplicht aanwezig zijn om hem eer te bewijzen. Zij die niet kwamen opdagen kregen een strafoverplaatsing. Een dominee had het naar zijn zin in Yogyakarta, maar werd door zijn afwezigheid naar Padang verbannen. Hij heeft er een heel stuk over geschreven, enorm dramatisch, want Padang kwam toen net uit de oorlog en stelde niet veel voor. Met deze mensen liep het betrekkelijk goed af: ze konden hun spullen pakken en een eiland verderop mochten ze het nog eens proberen.

De Javaanse boer die naar Banda werd verbannen voor onbepaalde tijd diende twintig of dertig jaar later een verzoek in of hij terug mocht naar Java. In het geval van deze boer werd het niet goed gevonden. Hij is niet eens openlijk opstandig geweest, en heeft alleen amuletten in huis gehad en wat dingen gezegd. Hij is voor de rest van zijn leven naar Banda verbannen en daar tewerkgesteld. Zijn verzoek is veelzeggend: bannelingen bleven zich ontheemd voelen.”

Verbannen van Java. Koloniale tragedies 1830-1860 (Walburg Pers, 2024) heeft 256 pagina’s en kost €24,99 als paperback.

Educate yourself is een serie artikelen en interviews over de Indische en Molukse geschiedenis. Hoewel het een langdurig gedeelde geschiedenis is, blijft deze in Nederland onderbelicht. Daarom gebruikt MDBP de veelgehoorde kreet ‘educate yourself’ om deze geschiedenis in een wekelijkse serie verder uit te diepen.

Verder lezen

Column

Column: Wies van Groningen (1929-2022) leefde in twee gescheiden werelden

Column

Column: De onafhankelijkheid van Indonesië heeft ons niet verlost van het koloniale apartheidstrauma

Film

Uitgelichte CinemAsia films: verbannen door Soeharto, het lot van een Papua-meisje en een geheime taal onder Chinese vrouwen