Kevin Kwee: “Ik ben bewuster van wat Peranakan-Chinezen kenmerkt”

Geplaatst in: Portret, Interviews, Expressie, Kunst
Fotograaf Kevin Kwee voelde zich jarenlang ‘Indo’. Sinds zijn fotoproject over Peranakan-Chinezen vermeldt hij nadrukkelijk dat hij Chinese roots uit Indonesië heeft.

Kun je iets over jezelf vertellen?

“Op dit moment ben ik 42 jaar. Ik heb twee lieve ouders, die op tien minuten rijden wonen. Ik ga meerdere keren per week bij hen op bezoek (met eten natuurlijk). Daarnaast heb ik een zus(je), die sinds een jaar moeder is. Ik ben dus ook oom! De zussen van m’n moeder wonen allen in Nederland. Mijn vader heeft ook een broer in Nederland, maar ook een zusje die in Indonesië woont. Verder ben ik fotograaf van beroep en doe ik aan Brazilian Jiu Jitsu en weightlifting.”

Wat betekent jouw naam en wat vind je van je naam?

“Mijn Chinese naam: Kwee Hap Koen in het Hokkien / Guo Hequn. In het Mandarijn betekent dat ik graag onder de mensen ben en dat ik me snel aanpas aan een nieuwe omgeving. Dat klopt in zekere zin, maar omdat ik introvert ben, ben ik na een tijdje ook graag alleen. Mijn (westerse) roepnaam Kevin komt uit het Ierse Caoimhín en betekent iets als handsome by birth. Ik ben vernoemd naar acteur Kevin Dobson, die samen met Telly Savalas in de politieserie ‘Kojak’ speelde.”

Gezien mijn kale hoofd had ik beter Telly kunnen heten…

De eerste keer in Indonesië?

“Dat is al heel lang geleden, ik weet het eerlijk gezegd niet eens meer. Ik ben in veel Aziatische landen geweest inmiddels (met m’n ouders en zusje). Maleisië, Hong Kong, China, Singapore, Indonesië. De laatste keer was Indonesië in 2010. Nu, meer dan tien jaar later, zal ik dat natuurlijk heel anders ervaren. Wat ik nog wel weet is dat ik mijn gevoel in Indonesië als heel dubbel heb ervaren. Het voelde heel erg thuis, vooral door de taal en omdat Indonesië het land is waar mijn ouders zijn geboren en opgegroeid zijn. Aan de andere kant voelde ik me ook erg bekeken daar, mijn interpretatie daarvan is dat ik voor de locals (toch) een toerist ben. Een Aziatisch uiterlijk, maar westerse manier van doen (lichaamstaal, kleding etc.). In zekere zin ben ik ook een banaan: geel van buiten, wit van binnen. Bijzonder omschreven trouwens in het boek van Pete Wu, ‘De Bananengeneratie’. In China daarentegen, voelde ik me heerlijk anoniem. Niemand die je nastaart, maar lekker opgaan in de mensenmassa. Dat heeft dan weer als andere kant, dat het wat afstandelijk kan overkomen.”

Hoe omschrijf je je eigen culturele identiteit?

“Poeh, goeie vraag. Ik ben daar nog steeds naar op zoek denk ik. Het is ook iets wat veranderlijk is. Tot enkele jaren geleden voelde ik me echt ‘Indo’, maar sinds ik met mijn fotoproject bezig ben, zeg ik tegenwoordig wel heel nadrukkelijk iets als “Chinese roots uit Indonesië”. Die toevoeging is wel essentieel vind ik.”

Hoe ga jij om met het leven tussen meerdere culturen?

“Ik denk dat ik in Nederland niet beter weet. En eerlijk gezegd denk ik daar ook niet echt over na. In de basis wil elk mens hetzelfde: gezond en gelukkig zijn. Een cliché weet ik, maar als je dat beseft kun je veel beter het gedrag van mensen ‘verklaren’, wat als het goed is leidt tot meer begrip onderling.”

Wat vind je het leukste uit je culturele achtergronden?

Het eten. Ik vind authentiek Chinees eten echt fantastisch en ik kan dat gerust dagen achter elkaar eten.

“Gelukkig zijn er in Utrecht een paar hele goede restaurants met elk een eigen stijl en smaak, zoals Tai Soen en Dim Sum Bar. Helaas is het befaamde restaurant Paradijs er niet meer. Van de Indonesische keuken ben ik echt fan van saté (kambing). Aanraders qua restaurants: Seleraku in Den Haag, en Warung Barokah in Amsterdam.”

Wat vind je het stomste uit je culturele achtergronden? En waarom?

“Omwegen maken om (mogelijk) ongemakkelijke situaties te voorkomen. Jezelf in allerlei bochten wringen om geen scheve gezichten te krijgen. Saving face en het vermijden van confrontaties. Een groot verschil denk ik tussen de Aziatische en de westerse cultuur. Google maar op “East versus West”, dan vind je rood blauwe pictogrammen met verschillen tussen Oost en West. Stereotype misschien, maar oh zo waar!”

Ik ben super-Nederlands, omdat..

“Hangt af van wat typisch of super Nederlands is! Ik weet daarom ook eerlijk gezegd niet echt een antwoord op deze vraag.”

Ik ben super-Aziatisch, omdat..

“…ik ‘djongkok’ kan zitten: the Asian squat. Blijkbaar kunnen veel Aziaten dat, en blanken dat minder of helemaal niet. Ik ben er stiekem ook wel een beetje trots op, haha!”

Je hebt op je website de categorieën ‘keluarga’. Waarom heb je hier voor gekozen en het niet ‘familie’ of iets dergelijks? En is het ook echt je ‘keluarga’?

Deze serie heette eerst ‘The Four of Us’. Inderdaad portretten van mijn ouders, mijn zusje en ik. Dit was een vrij werk serie die ik maakte tijdens mijn studie op de Fotoacademie in Amsterdam. De naam ‘Keluarga’ heb ik er aan gegeven, op basis van gevoel. Maar die naamkeuze is ook geïnspireerd door mijn Peranakan fotoproject.”

Wat heeft je doen besluiten om Peranakan te fotograferen?

“Al tijdens mijn Fotoacademie eindexamenproject ‘Satori’ zat ik te bedenken wat voor project ik daarna zou willen doen. Maar nadenken daarover hielp niet, dat is te rationeel heb ik gemerkt. Ik denk dat een persoonlijk (kunst) project echt uit jezelf moet komen en dat ontstaat vaak organisch, en ‘vanzelf’. Op een gegeven moment vielen verschillende dingen samen: mijn onbewuste zoektocht naar mijn eigen identiteit en een bezoek aan een evenement van het CIHC (Chinese Indonesian Heritage Center). Toen begon er een lampje te branden. Daarnaast zijn de Peranakan Chinezen relatief onbekend in de Nederlandse maatschappij, dus in zekere zin ook een slim onderwerp om te belichten.”

Mijn doel is dan ook om deze groep mensen letterlijk en figuurlijk een gezicht te geven, in het ideale geval in de vorm van een mooi fotoboek.

Heeft je eigen achtergrond hier invloed gehad hierop?

“Ja, uiteraard. Mijn vader is Chinees en mijn moeder half Chinees, half Indonesisch. Dankzij hen ben ik een keer meegegaan naar het CIHC, waardoor dingen in een stroomversnelling kwamen. Vooral ook dankzij Patricia Tjiook-Liem, voorzitter van het CIHC, die me op weg heeft geholpen.”

En heeft het invloed gehad op de perceptie op jezelf en je eigen identiteit/achtergrond?

“Heel veel. Ik ben me veel bewuster geworden van wat kenmerkend is voor Peranakan-Chinezen. Wat is dat ‘Peranakan’ gevoel? Tijdens gesprekken met de mensen die ik portretteer is er toch wel een rode draad te zien. Waaronder trots, problemen (zelf) oplossen en hard werken.”

Op welke prestatie ben jij het meest trots op?

“Dat ik van mijn hobby – nee, passie – mijn werk heb weten te maken: fotografie. Ik doe eigenlijk bijna alleen maar dingen die ik leuk vind.”

Welke doelen streef je momenteel na, privé en/of werk gerelateerd?

“Ik blijf graag zogenaamd ‘vrij werk’ maken, portretten in mijn stijl: zen, verstild en eenvoudig. Daarnaast heb ik een online platform waar ik mijn kennis en ervaringen op het gebied van portretfotografie deel. Tot slot heeft mijn Peranakan fotoproject door de corona crisis vanzelfsprekend stilgezeten. Daar wil ik natuurlijk heel graag mee verder.”

Wat motiveert jou om elke dag je bed uit te komen?

“Eerlijk gezegd heb ik niet veel motivatie nodig, simpelweg omdat ik dingen doe die ik leuk vind, gaat het eigenlijk als vanzelf!”

Als je door de tijd zou kunnen reizen, welk advies zou je je jongere zelf geven?

“(Veel) eerder beginnen met doen wat je leuk vind, zoals mijn liefde voor fotografie.”

Wat is je motto? Of jouw favoriete quote?

“To become a master, you should always be a student” – Ken Shamrock.

Wat is je favoriete gerecht?

“Als ik nu moet kiezen, dan denk ik toch crispy geroosterde peking eend met flensjes!”

Heb je nog een film/boek/muziek tip?

Op de dag van de première heb ik ‘Joker’ gezien en dagen daarna was ik nog artikelen aan het lezen, reviews aan het kijken etc. Eindelijk een superhero/comic movie met diepgang. Los van de waanzinnige acteerprestatie van Joaquin Phoenix, een film met een rake boodschap. Inmiddels heb ik de film al vier keer in de bioscoop gezien en staat hij nu ook al een tijdje op Netflix.”

Verder lezen

Column

Column: Indische bijna-doodervaring

Identiteit     Interviews
Derde generatie

Waar eerdere generaties slechts over Indië spraken, wil Maarten Bauer ook verder kijken: ‘De dialoog over dekolonisatie gaat altijd door’

Column

Column: Oud Indisch geld