Educate Yourself

Pramoedya Ananta Toer (1925–2006): de schrijver die drie regimes overleefde

Geplaatst in: Geschiedenis

Hij werd driemaal gevangengezet — door de Nederlanders, door Soekarno, en door Soeharto en schreef in twee van die gevangenissen de romans die hem wereldberoemd maakten. Pramoedya Ananta Toer, geboren op 6 februari 1925 in het Javaanse stadje Blora, is Indonesië’s meest vertaalde en meest gecensureerde schrijver.

Zijn vader was onderwijzer en nationalist; zijn moeder stierf in 1942, een crisis die hij later zelf als een keerpunt in zijn leven beschreef. Tijdens de Japanse bezetting werkte hij als stenograaf voor een Japans persbureau in Jakarta. Na de onafhankelijkheidsproclamatie van 1945 nam hij deel aan de gewapende vrijheidsstrijd en werd door de Nederlanders gearresteerd. In de Bukit Duri gevangenis in Jakarta schreef hij zijn eerste verhalen. Na zijn vrijlating bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 ontwikkelde hij zich tot een van de meest productieve auteurs van zijn generatie. Romans, korte verhalen, journalistiek, encyclopedische studies over de Chinese gemeenschap in Indonesië.

Onder Soekarno raakte Pramoedya betrokken bij Lekra, de culturele organisatie die gelieerd was aan de Communistische Partij. Na de machtsgreep van Soeharto in 1965 werd hij zonder rechtszaak gearresteerd. Eerst vier jaar gevangenis in Salemba, Jakarta, daarna tien jaar verbanning op het afgelegen eiland Buru, een voormalige VOC-penal colony diep in de Molukken. Zijn boeken werden door de Nederlanders verbrand; zijn bibliotheek en manuscripten werden door de militairen vernietigd.

Op Buru mocht hij aanvankelijk niet schrijven. Hij vertelde zijn verhalen aan mede-gevangenen. Pas in 1973, na internationale druk, kreeg hij toegang tot een typemachine. Wat hij daar schreef (hij dicteerde aan mede-gedetineerden, op velletjes papier het kamp uitgesmokkeld) werd het Buru-kwartet: vier historische romans over het ontwaken van het Indonesische nationalisme aan het begin van de twintigste eeuw, gezien door de ogen van de Javaanse student Minke. In het Nederlands verschenen ze als Aarde der mensen, Kind van alle volkeren, Voetstappen en Spiegelhuis. Ze worden tot de meest significante romans van de twintigste-eeuwse wereldliteratuur gerekend.

In december 1979 werd Pramoedya vrijgelaten, maar zijn boeken bleven in Indonesië verboden en hij stond onder huisarrest. In 1982 ontving hij bezoek van een Nederlandse journalist die hem een honorarium bracht van zijn uitgever. Hij woonde op dat moment in een bewaakt complex in de wijk Utan Kayu in Jakarta, met een informant van justitie pal tegenover zijn huis. Zijn werk was in Nederland en internationaal vrij verkrijgbaar; in zijn eigen land mocht niemand het lezen. De ban werd pas na de val van Soeharto in 1998 opgeheven.

Pramoedya overleed op 30 april 2006 in Jakarta. Hij heeft meerdere malen de Nobel Prijs voor literatuur gemist. Hij had hem verdiend.

youtube plaatshouder afbeelding

Verder lezen

Identiteit     Interviews

Jason Keizer: “Er wordt zo weinig over het koloniale verleden gesproken”

Identiteit     Portret     Interviews

Ojanne de Vries-Chang: “Als je de regels van het spel wilt veranderen, moet je de politiek in”

Column     Identiteit     Artikelen     Historie

Marcel van Doorn: “Het zijn de latere generaties die nu de vragen stellen”