Geplaatst in: Artikelen

Reportage Op zoek naar Goan

Goan
De enige foto die de moeder van Maureen Welscher heeft van haar hartsvriendin

Wanneer haar Indische moeder voor het eerst terug gaat naar Indonesië, begint haar dochter, Maureen Welscher, een zoektocht naar haar Chinese hartsvriendin die haar moeder 63 jaar geleden moest achterlaten. Waar is Goan?

Slechts één foto heeft mijn Indische moeder Erna Schenk (79) van haar Chinese vriendinnetje uit Semarang, een prachtig meisje dat ondeugend de camera inkijkt. Een foto die Goan speciaal voor haar laat maken als aandenken aan hun vriendschap. Op de achterkant schrijft ze in sierlijke letters haar adres omdat mijn moeder naar Holland gaat repatriëren. Goan hoopt dat de duizenden kilometers afstand tussen haar en mijn moeder niet het einde van hun vriendschap betekent. De foto geeft ze aan mijn moeder in december 1955, één dag voor haar vertrek. Een foto die mijn moeder haar hele leven zal koesteren.

Maleis

Mijn moeder is zeven wanneer ze in 1947 op Lampersari nr. 5 komt wonen met haar ouders en haar twee broers. Een grote witte villa met een immense tuin waar al haar dieren kunnen rondscharrelen: varken Frieda, twee honden, een aantal katten, eenden en zelfs een aapje (dat na twee dagen naar het kleine dierentuintje dat de stad rijk is, wordt gebracht omdat hij haar heeft gebeten). Tegenover haar, op Lampersari nr. 10 woont de Chinese Goan, die vier jaar ouder is dan mijn moeder Goan zit op een Chinese school terwijl mijn moeder naar een Europese school gaat, de Bangkongschool. Al snel worden de twee dikke vriendinnen. Goan kan geen Nederlands. Met haar ouders spreekt ze Chinees, met mijn moeder Maleis, ook al heeft mijn moeder die taal zich nooit zo eigen weten te maken als het Nederlands. Thuis en op school wordt er alleen in het Nederlands gepraat, het Maleis wordt gebruikt als er met de inlandse bevolking gecommuniceerd moet worden onder wie winkelpersoneel of de baboes.

De laatste foto vlak voor vertrek naar Holland: De moeder van Maureen links in een jurk van Goan

De laatste foto vlak voor vertrek naar Holland: De moeder van Maureen links in een jurk van Goan

Bruine bonensoep

Ook het huis van Goan is groot, waar ze met haar ouders, broer en zus woont. Haar blinde oma verblijft in een achterkamertje waar ze verzorgd wordt door een baboe. Mijn moeder rent altijd snel langs die kamer, durft niet naar binnen te kijken want ze is bang voor die oma met die enge ogen. Mijn moeder vindt de familie van Goan heel erg Chinees. Ze zijn vrij afstandelijk en niet zo spontaan als Indische mensen, vindt mijn moeder. Kijken zelfs een beetje op Indo’s neer. “Vooral haar zus was verwaand”, herinnert mijn moeder zich nog. Omdat Goan zo veel met mijn moeder omgaat, begint ze zich steeds Indischer te gedragen. Ze wordt losser, uitbundiger. Soms vraagt mijn oma aan Goan om met de fiets naar de markt te gaan voor gedroogde bruine bonen. Dan springt mijn moeder (die zelf geen fiets heeft en niet in haar eentje naar de grote stad Semarang mag) achterop. Van de bonen maakt mijn oma bruine bonensoep en Goan mag mee eten. Voor haar een totaal onbekend gerecht want bruine bonensoep is echt Nederlands. Later, wanneer de meisjes ouder zijn, fietst Goan met mijn moeder achterop naar een van de acht bioscopen die Semarang rijk is. Daar horen ze Gregory Peck in het Maleis tegen Audry Hepburn in Roman Holiday de liefde verklaren. Om wat geld te verdienen begint mijn oma kamers te verhuren aan kostgangers. Een van die kostgangers is meneer Liem, een knappe, beschaafde Chinese man die over een eigen auto beschikt en elke zondag gaat tennissen. Goan heeft stiekem een oogje op meneer Liem maar die komt uit een hogere sociale klasse en heeft geen oog voor de verliefde tiener.

Jurken van Goan

In 1955 besluiten mijn opa en oma naar Nederland te repatriëren. De sfeer wordt steeds grimmiger. Indonesië wil zich losmaken van Nederland en de bevolking ziet Indo’s als Nederlanders, de vijand. De negentienjarige Goan verdient inmiddels als naaister de kost, volgens mijn moeder kon ze dat geweldig goed. Ze vraagt haar twee jurken te maken die ze mee wil nemen naar Holland (niet wetende dat ze in een van de koudste winters ooit in Holland zal aankomen). Op de laatste foto, die het gezin speciaal voor hun vertrek laat maken, staat mijn moeder in een van de jurken van Goan. Die komt de dag voor vertrek met haar ouders langs om afscheid te nemen. Het is voor het eerst dat haar Chinese ouders bij de Indische ouders van haar vriendin over de vloer zijn. Goan is erg verdrietig dat haar beste vriendinnetje naar Holland gaat. Als mijn moeder de volgende ochtend in alle vroegte de deur van haar huis voor het laatst achter zich dicht trekt, slaapt Goan nog. Zouden ze elkaar ooit nog zien, vraagt mijn moeder zich af.

Indische man

Heel even corresponderen ze met elkaar, een jaartje of twee, maar daarna verwatert het contact. Mijn moeder heeft het te druk met overleven in het voor haar onbekende Nederland. Bovendien is luchtpost erg duur en heeft  ze maar een schamel loontje bij de Hema. In 1964 trouwt ze met mijn vader en krijgt twee kinderen. Ook Goan trouwt. Door de hechte vriendschap met mijn moeder voelt ze zich zo thuis in het Indische wereldje dat ze niet met een Chinese man trouwt (in tegenstelling tot haar zus en broer die wel met iemand uit de Chinese gemeenschap trouwen) maar met een Indische man. Met hem krijgt ze net zoals mijn moeder een zoon en een dochter. Alleen staan voor Goan de sterren minder gunstig. In 1970 komt haar man om bij een auto-ongeluk. Mijn moeder: “Toen ik bij de Hema werkte, kreeg ik iemand aan mijn kassa die ik nog uit Semarang kende. Haar zus woonde daar nog en die vertelde haar dat de man van Goan verongelukt was.”

Messenger

Wanneer mijn moeder eindelijk na 63 jaar de knoop doorhakt om voor het eerst weer terug te gaan naar voormalig Indië, heb ik een to-do lijst gemaakt. Op nr 1: Goan vinden. Het lijkt me zo fantastisch om de twee vriendinnen weer bij elkaar te brengen. Mijn moeder reageert sceptisch. Met haar Indische tongval vraagt ze: “Hoe toch wil jij Goan vinden na zoveel jaar!?”

Ik heb de naam van haar echtgenoot, Hans Darmstater, en begin een zoektocht op FB, een geweldig medium om lost & found familie en vrienden te vinden. Al snel vind ik een Marinus Darmstater uit Semarang. Dit moet hem zijn. Via messenger stuur ik hem een berichtje maar na een week blijkt dat nog steeds ongelezen. Ik besluit grover geschut in te zetten en plaats de foto van Goan op zijn FB-pagina met het verzoek of hij alsjeblieft in messenger wil kijken. De foto wordt er binnen no time afgehaald maar ik heb eindelijk zijn aandacht. Ik voel dat hij niet weet wat hij met mij en mijn verhaal aan moet maar ik win zijn vertrouwen door hem alles voor te leggen wat ik van Goan weet en langzaam begint hij te ontdooien.

Leeft Goan nog?

De vader van Marinus, mijn FB vriend, is de halfbroer van Hans Darmstater: zelfde vader, andere moeder. De eerste vraag die ik aan hem stel is: leeft Goan nog? Hij antwoordt met: Yes, she is still alive. En ik schrijf terug: Thank God!! Maar dan volgt er een beteuterd: ‘Nee, sorry, Goan is twee jaar geleden overleden, ik dacht dat je mijn vader bedoelde’. Het Engels van Marinus is niet zo heel goed en hij haalt ‘he’ en ‘she’ geregeld door elkaar. Ik kan er niets aan doen maar ik moet er van huilen. Ik vind het onverteerbaar. Binnen een week heb ik Goan gevonden maar ik ben te laat. Waarom heb ik deze zoektocht niet veel eerder gemaakt, dan hadden ze elkaar nog kunnen spreken. Ik durf het mijn moeder haast niet te vertellen maar het lijkt alsof ze er al rekening mee heeft gehouden. “Jammer, soedah” is haar gelaten reactie. Marinus stuurt een foto van de graftombe van Goan en een afbeelding van het bidprentje. Op zijn FB pagina had ik al gezien dat de familie Darmstater zwaar katholiek is. We spreken af elkaar in Semarang te ontmoeten.

Goan foto achterkant

De achterkant van de portretfoto van Goan

 

Teleurstelling

Voor mijn moeder is het weerzien met Lampersari nr. 5 verdrietig. Het huis is onherkenbaar veranderd. De grote tuin is verdwenen en van het oorspronkelijke pand staat nog maar een klein gedeelte. De huidige bewoners die moslim zijn, laten ons binnen en mijn moeder loopt ontgoocheld rond door de armoedige ruimtes. Wanneer ze buiten komt zijn haar ogen vochtig. De tweede teleurstelling is het huis van Goan. Dat staat er niet meer. Op die plek zit nu een autogarage. De broer van mijn moeder, oom Robbie, die mee is, denkt dat het de mooie groene villa is die schuin aan de overkant staat. Even is mijn moeder in verwarring. Maar dan schudt ze gedecideerd haar hoofd en zegt: “Ik kon vanuit onze kamer recht in die van haar kijken. Het is afgebroken. ” Ik neem contact op met Marinus. Die zegt dat Goan haar hele leven op Lampersari nr. 38 heeft gewoond. Mijn moeder snapt er helemaal niets meer van. Maar dan valt het kwartje: na haar trouwen verhuisde Goan van Lampersari nr. 10 naar Lampersari nr. 38 om daar met haar man een nieuw leven te beginnen. Voor de latere generatie Darmstater is dit het huis waar Goan altijd heeft gewoond.

Paleis

Marinus is op zakenreis in Jakarta en stuurt daarom zijn broer naar nr. 38 om ons het huis van Goan te laten zien. Sinds haar dood staat het in de verkoop. Tot het verkocht is mag de huisgenote van Goan, met wie ze tot haar dood daar heeft gewoond, er blijven wonen. We kunnen het huis niet van binnen bezichtigen omdat de vriendin helaas niet thuis is. Aan de buitenkant is te zien wat een prachtige, smaakvolle woning het is. Een paleis vindt mijn moeder.  Ze is heel erg blij voor haar vriendin dat die zo goed terecht gekomen is.  Marinus’ broer biedt aan om ons naar het graf van Goan te brengen maar mijn moeder slaat dit beleefd af. Een bezoek aan de graftombe van haar hartsvriendin kan ze niet aan. Liever koestert ze de herinneringen aan vroeger. En te weten dat haar vriendin een goed leven heeft gehad, verzacht de pijn een beetje. De pijn dat ze net te laat was om haar vriendin terug te zien.

Maureen Welscher is redacteur van Meerdanbabipangang.

Verder lezen

Menu