Ze kwamen aan in een land dat hen niet verwacht had en nauwelijks begreep. De meer dan driehonderdduizend mensen die tussen 1945 en het begin van de jaren zestig vanuit Indonesië naar Nederland kwamen, brachten een wereld mee die hier niemand kende. En ze leerden al snel dat die wereld beter verzwegen kon worden.
Het zwijgen had meerdere lagen. De eerste was praktisch. Nederland was zelf uit een oorlog gekomen, getraumatiseerd, met woningnood en rantsoenering. Er was weinig ruimte voor de verhalen van mensen die van een ander continent kwamen. De boodschap, impliciet maar duidelijk, was: pas je aan, kleed je Hollands, spreek Nederlands, wees dankbaar.
De tweede laag was politiek. De Nederlandse samenleving had zich in de jaren vijftig nauwelijks verzoend met het eigen optreden in Indonesië. De politionele acties werden door velen gezien als een noodzakelijke poging orde te bewaren, niet als een koloniale oorlog. Wie daar anders over dacht, Indische Nederlanders die de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd van binnenuit hadden meegemaakt, kon beter zijn mond houden.
De derde laag was persoonlijk en intergenerationeel. Ouders die kampervaring hadden, die geweld hadden gezien of verlies hadden geleden, praatten er thuis niet over. Niet met hun kinderen, niet met hun buren. Het trauma werd ingeslikt. Kinderen groeiden op met het gevoel dat er iets was wat niet gezegd mocht worden, zonder te weten wat.
Onderzoek naar dit zwijgen laat zien dat het niet uniek Indisch was: vergelijkbare patronen zijn zichtbaar bij overlevenden van de Tweede Wereldoorlog in Europa, bij vluchtelingen wereldwijd. Maar voor de Indische gemeenschap had het zwijgen een extra dimensie: er was ook schaamte over de koloniale positie die velen van hen hadden ingenomen, over het thuisland dat ze hadden verlaten of verloren, over een identiteit die in Nederland niet paste in bestaande categorieën.
Pas in de jaren tachtig en negentig begon het zwijgen te breken. Schrijvers als Tjalie Robinson en later Marion Bloem, Jill Stolk en anderen gaven woorden aan wat lang onuitgesproken was gebleven. Intussen groeit ook het wetenschappelijk onderzoek naar het Indisch trauma en zijn doorwerking in de tweede en derde generatie.
Het zwijgen was geen zwakte. Het was een overlevingsstrategie in een samenleving die geen ruimte maakte voor de complexiteit van wat deze mensen hadden meegemaakt. Begrijpen waarom ze zwegen, is begrijpen hoe het koloniale verleden doorwerkt tot in het heden.



