Schrijfster Vanessa Oostijen: “Het mystieke van Indonesië zit in mij”

Geplaatst in: Boeken, Identiteit, Interviews

Met Tussenruimte schreef de Indische Vanessa Oostijen (1980) haar eerste roman. Wij spraken de schrijfster over de Indische geestenwereld die als inspiratiebron dient voor haar boek. En over de zoektocht naar haar Indische roots.

Al jaren was Oostijen in haar hoofd bezig met haar roman. Uiteindelijk zegde ze haar baan op als chef mode bij het tijdschrift Esquire om zich aan haar debuut te kunnen wijden. Het werd een magisch realistisch verhaal over kunstenaarschap, leven op de tast en alleen zijn. Waarin echt en niet echt steeds meer door elkaar lopen. In haar schrijfstijl en de manier waarop ze de wereld beleeft zijn – naar eigen zeggen – Oostijens Indische roots terug te zien. Het magische en sprookjesachtige van de Indische geestenwereld is altijd een vanzelfsprekend onderdeel van haar leven geweest.

Vanessa: “Ik heb heel lang elke nacht dezelfde droom gehad: ik doe mijn uiterste best iets te kunnen zien, iets belangrijks. Ik ben dichtbij, maar het lukt me niet. Ik ben geblinddoekt. Als je de theorieën daarover moet geloven wil dat zeggen dat je de werkelijkheid onder ogen moet zien. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als kind was ik nieuwsgierig naar het Indische verleden van mijn familie. Mijn moeder was negen maanden oud toen ze in februari 1953 vanuit Borneo naar Nederland repatrieerde met haar familie. Ik was een kind dat continu vragen stelde. Waarom kwamen jullie naar Nederland, moesten jullie dat van iemand, hoe was jullie leven daar? Ik kreeg daar nooit echt antwoord op. Mijn oma zei: ‘Wij wilden dat zelf, wij zijn Nederlands hè.” En als ik dan vroeg: ‘Maar waarom wilde je dan daar weg”, dan zei ze: ‘Al, klaar.”

Het is niet zo dat ik over de familie van mijn Nederlandse vader zoveel verhalen ken. Het is meer de beladenheid die ik soms voel bij mijn Indische afkomst. Dat speelt soms op wanneer ik andere Indo’s tref en mijn achtergrond ter sprake komt. Dan komen de tranen die mijn oma wilde inhouden.

Mijn oma was heel lief maar ik voelde als kind feilloos aan dat ik niet verder moest vragen, want dan zou ze verdrietig worden. Toen ik wat ouder was bracht ik boeken mee naar mijn oma en opa die over Nederlands-Indië gingen in de hoop dat dan de verhalen los zouden komen. Maar die verhalen kwamen nooit echt. Indië was een beladen onderwerp. Soms zaten grote verhalen verpakt in kleine flarden. We hadden thuis een hondje en oma vertelde dikwijls over het hondje dat ze dáár had; een wit hondje, Pommeltje, dat stierf van heimwee. Zo’n verhaal riep bij mij alleen maar vragen op.  Waarom had dit hondje heimwee? Eén keer bleef ik vragen, ik weet niet eens meer wat, en oma begon te huilen. Het ongemak bleef in de lucht hangen. Mijn moeder had ook niet de antwoorden waar ik naar zocht. Als ik wat vroeg dan zei ze dat ze het niet wist en dat het ook geen zin had naar het verleden te kijken. Volgens eigen zeggen heeft ze niets met Indië, ze ziet zichzelf als een Drentse. Uitgebreid Indisch koken deed ze niet, al smulde mijn hele familie van het eten dat opa en oma bereidden. Als ik aan mijn opa denk, zie ik hem met zijn handen door een pan droge rijst gaan, om de steentjes eruit te filteren.

Toen mijn opa ouder werd, kreeg hij last van nachtmerries. Dan vertelde mijn oma dat in zijn droom zijn handen gekleurd waren van het geronnen bloed. En als ik dan vroeg: ‘bloed, waarom dan?’, klapte ze dicht. Of dan vertelde mijn oom een of ander verhaal dat opa een keer een Jap te slim af was geweest. Volgens mij moet dat voor opa een riskante ervaring zijn geweest, maar mijn oom vertelde het als een luchtige anekdote. Dat is denk ik typisch Indisch: de humor van alles in zien, maar ook het bagatelliseren van dingen.”

Blauwborst – illustratie van Vanessa Oostijen in Tussenruimte

Het mystieke van Indonesië zit in mij. En ik geloof er absoluut in, in stille kracht. Mijn hele leven hoorde ik: doe dit niet, doe dat niet, want dat is de goden verzoeken. Een keer vertelde ik aan mijn oma dat ik met een stel vriendinnen glaasje had gedraaid om geesten op te roepen. Mijn oma waarschuwde mij dat ik dat echt niet moest doen. Daar zouden maar slechte dingen van komen. Schoenen mochten niet op tafel gezet worden, verjaardagen niet van tevoren gevierd, want dat bracht allemaal ongeluk. Omdat ik ermee ben opgegroeid ben ik erin gaan geloven en heeft het een voorzichtig mens van me gemaakt.

Jarenlang heb ik voor mijn werk als chef mode gevlogen, tot ik na een heftige vlucht waarin ik doodsangsten heb uitgestaan een hardnekkige vliegfobie kreeg. Niet handig wanneer je naar modeshows over de hele wereld moet. Ik kreeg last van nachtmerries over vliegtuigongelukken en nog steeds durf ik niet meer te vliegen. Geen enkele therapie heeft geholpen, en dan wordt uitgerekend mijn eerste kind geboren op de dag van de MH17-ramp. Een vliegtuig dat ook nog eens op weg was naar Indonesië. Ik ben meer geneigd de ‘boodschap’ aan te nemen dat ik niet in een vliegtuig moet stappen, dan dat ik mijn EMBDR-therapeut moet geloven dat mijn angsten te verhelpen zijn. Mijn oom is pasgeleden op familiebezoek in Indonesië geweest en wil heel graag volgend jaar weer. ‘Ga mee,’ zei hij. Ik zou dolgraag willen, dit is mijn kans verhalen uit de eerst hand te horen, alles te zien. Maar ik durf het niet. Ik koester de familiefotootjes die ik van hem gekregen heb, en de verhalen die ik wel hoor.

Mijn hele leven loop ik tegen dichte deuren wanneer ik over Indië begin. Bij vlagen knaagt dat, en dan ga ik weer even op zoek. Nadat mijn opa overleed en bezocht ik de jongere zus van mijn opa, die net als ik in Amsterdam woonde en zijn uitvaart niet had kunnen bijwonen. In tegenstelling tot mijn opa, bleek zij een openhartige vertelster te zijn. Wat was ik blij dat ik haar gevonden had! Helaas werd ze ziek vlak na mijn bezoek, en bleef het bij die ene ontmoeting.

Met oudtante Nans

Vorig jaar bezocht ik in mijn eentje De Indië Monologen. Ik zat te snikken en voor een moment opgelucht te zijn. Het is iets dat elke keer bij mij naar boven komt: Het mysterie is sterker dan de vaste grond. Mijn oudste dochter zit op de Vrije School en daar is het heel belangrijk dat een kind zich leert aarden, stevig met beide voeten op de grond staat. Ik voel me niet geaard. Wie ben ik, waar kom ik vandaan, hoe moet ik leven, vragen die ook in mijn boek terugkomen. Je zou kunnen zeggen dat Tussenruimte raakt aan mijn persoonlijke beleving van het Indisch zijn – leven op de tast, het accepteren van sturende krachten waarover je als mens niks te zeggen hebt, bloot staan aan ontregeling, het verborgene.

Mijn twee dochters hebben allebei lange, blonde haren en helderblauwe ogen. Regelmatig zeg ik tegen ze: ‘jullie zijn ook Indisch, net als mama.’ Ze zijn nu twee en vijf jaar. Later mogen ze me altijd alles vragen, al zal ik hen op sommige vragen het antwoord schuldig moeten blijven.”

Vanessa met één van haar dochters.

Tussenruimte is onder andere te bestellen via Uitgeverij Pluijm. In een ‘quarantaine-sessie’ leest ze voor uit haar debuutroman en vertelt ze daar uitgebreider over.

Verder lezen

Cultuur

Regisseur verfilming Max Havelaar bekend

Cultuur

De leukste Aziatische films op een rij

Identiteit

Ik ben een wereldburger

Menu