Vilan van de Loo: “Atjehers waren geduchte tegenstanders, geen weerloze mensen.”

Geplaatst in: Identiteit, Column
Foto: Edoland

Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische Schrijfschool. Dit jaar verscheen Uit naam van de majesteit, een biografie over de beruchte militair Van Heutsz. Zij is vaste columnist bij ons en elke vrijdag verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

In Atjeh gevochten

“Mijn grootvader heeft nog in Atjeh gevochten,” zegt soms iemand tegen me. Maar de laatste jaren zit daar een fluistertoon in. Alsof het eigenlijk niet hoort. “Kijk eens, ik heb nog iets van hem,” hoor ik dan. Het is een krantenbericht of een toekenning van een Militaire Willemsorde.

Tegenwoordig is het maatschappelijke klimaat zo, dat je op zo’n voorvader snel kritiek krijgt. Van die oppervlakkige kreten en opmerkingen die toch pijn doen, al zijn ze dom. Het lijkt wel, of Indië gereduceerd wordt tot de dekolonisatie-oorlog en de periode ervoor is fout-fout-fout. Daar sta je dan met je gedecoreerde voorvader. Vergeten we niet iets?

Het koloniale systeem op zich is fout, hoe dan ook. Dat wil ik duidelijk gezegd hebben. De koloniale maatschappij ontstond dankzij militaire inzet. Zonder controle van het terrein (dat heette ‘vrede’) wilde geen enkel bedrijf zich er vestigen. Militairen waren dus extreem belangrijk: vooral voor hun inzet in de Atjehoorlog werden veel Militaire Willemsordes uitgereikt. U kent het: voor moed, beleid en trouw. Destijds waren deze mannen helden, om precies te zijn helden van het koloniale leger, dat de uiteindelijke opdracht van de regering in Den Haag vervulde.

We zitten daarmee een beetje klem en toch ook niet. Als ik naar Frits van Daalen (1863-1930) kijk, zie ik de hoogste Indische officier van zijn tijd. Hij was gouverneur van Atjeh en commandant van het Oost-Indische leger.  Een hard optredende militair, die tegenwoordig snel als oorlogsmisdadiger wordt bestempeld. Dat heeft te maken met de militaire expeditie die hij in 1904 leidde door Atjeh. Toen vielen er veel doden aan Atjesche zijde.

Maar een oorlogsmisdadiger?

Dan denk ik altijd: wat een groot woord. Laten we eerst naar de tijd van toen kijken voordat we met oordelen aankomen. Laten we denken over de  verantwoordelijkheden van regering en militair. En laten we durven zeggen, dat een militair in een koloniale oorlog ook kan handelen met moed, beleid en trouw. Atjehers waren geduchte tegenstanders, geen weerloze mensen. En ja, militairen konden ook wreed en slecht zijn. Maar niet iedereen.

Over Frits van Daalen en zijn militaire expeditie heb ik een e-boek geschreven dat gratis te downloaden is voor iedereen. Er staan ook wat overpeinzingen in over hoe er nu naar militair geweld wordt gekeken en over het Indisch-zijn van Van Daalen. Heeft u een voorvader die in Atjeh vocht? Stuur mij informatie, als u wilt, dan zet ik zijn naam erbij.

Het e-boek is via deze link gratis te downloaden.

Verder lezen

Cultuur

Nu online! Aflevering 1 van Pete en de Bananen

Column

Ode aan alle moeders in WOII in Nederlands-Indië

Column

Corona: ramp voor armen in Indonesië

Menu