Zo ziet Indonesië het onderzoek naar het Nederlandse extreme geweld tijdens de onafhankelijkheidsoorlog

Geplaatst in: Interviews
Michel Maas

Het onderzoek Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 heeft in Nederland veel losgemaakt. Maar wat betekent dit onderzoek voor Indonesië? Michel Maas (68) was tussen 2001 en 2019 correspondent Zuidoost-Azië voor De Volkskrant en de NOS. Nu is hij onderzoeker bij instituut en denktank Clingendael met als expertise Azië.

Wat denkt u dat de onderzoeksresultaten gaan betekenen voor Indonesië?
In een publicatie van het onderzoek is een hoofdstuk geschreven door een staatssecretaris en historicus uit Indonesië, waarin hij eigenlijk zegt dat het onderzoek niet veel voor Indonesië betekent. Het is in hun ogen echt een Nederlands onderzoek dat is gebaseerd op issues en vragen die wij hier hebben. Wat in het onderzoek staat is in wezen wat Indonesië altijd al heeft gezegd. Het geeft uiteraard wel informatie waar ze verder mee kunnen. En de officiële erkenning is wel belangrijk voor Indonesië: nu staat het zwart op wit en is het Nederlandse regeringsstandpunt van 1969 veranderd.

Hoe kijken ze in Indonesië naar de onafhankelijkheidsoorlog?
Voor Indonesiërs was de revolusi een bevrijdingsoorlog, een overwinning. Deze oorlog is het sluitstuk van een hele lange periode waarin ze streefden naar onafhankelijkheid. Zij zien daarbij het aantal doden als prijs voor de vrijheid. Ze verbazen zich er een beetje over hoe Nederland zich fixeert op het aantal doden.

Hoe herdenken ze de periode tussen 1945-1950 in Indonesië?
Op 17 augustus vieren ze de onafhankelijkheidsverklaring van Soekarno in 1945. Op die dag wordt ook herdacht dat Nederland desondanks het land is binnengevallen en oorlog heeft gevoerd. Op de dag van de onafhankelijkheid worden historische gebeurtenissen zoals veldslagen nagespeeld, rijden Indonesiërs rond in jeeps, en zijn er volksfeesten in elke buurt en elk dorp. Ook waar ik woonde in Jakarta moest ik meedoen met koekhappen en zaklopen.

Hoe is het onderwijs in Indonesië over de kolonisatie en de onafhankelijkheidsoorlog?
Dat is vrij summier. Er is een canon van de geschiedenis die vastligt. De kinderen leren over 350 jaar koloniale onderdrukking en hoe ze in de revolutie bevrijd werden van de Nederlanders. Ze leren veel feitjes en jaartallen over de koloniale tijd. Indonesische kinderen kunnen meer gouverneurs-generaal opnoemen dan Nederlandse kinderen. Kinderen kennen vooral de nationale helden en de plekken waar veel doden zijn gevallen, zoals Rawagede. Dat is ook een soort bedevaartsoord voor scholieren en volwassenen. Gedetailleerd onderzoek over de periode 1945-1950 komt amper in scholen of in de media terecht.

Toen u correspondent was heeft Nederland een aantal stappen gemaakt omtrent de erkenning van het harde militaire optreden in Indonesië, zoals het uitbetalen van weduwen van het bloedbad in Rawagede. Hoe keken de Indonesiërs hiernaar?
Als Nederland weer eens met een bekentenis kwam werd wel het gemeld, maar vaak niet breed uitgemeten. Toen er geld over de brug kwam voor de weduwen van Rawagede werd het interessanter omdat het ging om een schadevergoeding. Zulk nieuws haalt de voorpagina’s makkelijker.

Hoe keek Indonesië in 2020 naar de excuses van onze koning voor de Nederlandse ‘geweldsontsporingen’ tijdens de onafhankelijkheidsoorlog?
Dat de Nederlandse koning zijn excuses aanbood was groot nieuws. Het feit dat hij als staatshoofd zijn excuses aanbood in Indonesië was een mooi gebaar en betekende zo veel meer dan wanneer Mark Rutte het zou doen. Er kwamen toen ook geroofde spullen mee terug, zoals de dolk van Diponegoro, een grote vrijheidsheld. Dat sprak bij veel Indonesiërs tot de verbeelding.

Uw vader was tussen 1947-1949 als oorlogsvrijwilliger in Indonesië. Wat weet u over zijn tijd daar?
Hij vertelde er niet veel over. Mijn beeld van zijn tijd daar was dat hij zich vooral bezighield met het repareren van kapotte vrachtwagens en het aanleggen van bruggen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij bij het verzet en heeft hij tegen de Duitsers gevochten. Na de oorlog was het sentiment dat het eigen land op orde was en alleen nog Indonesië diende terug te keren naar hoe het was voor de oorlog. Mijn vader zag naar Indonesië gaan als verlengde van het verzet dat hij in Nederland heeft gepleegd. De oorlogsvrijwilligers hebben er toen weinig over nagedacht en wisten er ook niet veel over. Ik vermoed dat hij wel iets heeft meegekregen van de wreedheden tijdens de oorlog in Indonesië, dat moet haast wel, maar dat weet ik niet zeker.

Nederland lijkt verbaasd dat er nog geen reactie is vanuit Indonesië. Het lijkt haast alsof het onderzoek ervoor moet zorgen dat Nederland in het reine kan komen met zichzelf. Hoe kijkt u daarnaar?
Dat is wat de Indonesiërs ook zien in dit onderzoek: het is voor Nederlanders en door Nederlanders om af te rekenen met dat deel van het verleden, al zal dat nooit helemaal lukken. Het verleden is ontzettend complex. In Nederland was ook een enorme opwinding over de Bersiap-periode, een discussie die in Indonesië ook niet zo bestaat. Dit onderzoek heeft wel uitgewezen dat een deel van de argumenten van de mensen die zich opwinden niet klopt. Zo zou Nederland naar Indonesië zijn gegaan om het geweld van de Bersiap te beëindigen. Het onderzoek wijst uit dat dat niet zo was; het besluit tot herbezetting was allang genomen.

Wat gaan de onderzoeksresultaten betekenen voor de band tussen Nederland en Indonesië?
Voor de Indonesiërs maakt het weinig uit. De band tussen beide landen is ongemakkelijk gebleven door de houding van Nederland. Wat de Indonesiërs het meest dwarszit is dat Nederland 17 augustus 1945 niet erkent als de dag van de onafhankelijkheid. Nederland houdt vast aan 27 december 1949, toen alle handtekeningen waren gezet onder de soevereiniteitsoverdracht. Hoewel je dat ook als dag van de onafhankelijkheid kan zien, slaat het natuurlijk nergens op.

Hoe moeten we volgens u nu verder?
Als Nederland een stap verder zou zetten, zouden we 17 augustus als dag van de Indonesische onafhankelijkheid moeten erkennen. Het is belangrijk dat historisch onderzoek verdergaat en dat hierbij goed wordt geluisterd naar de Indonesische kant van de geschiedenis. In Indonesië komt ook meer onderzoek op gang naar het geweld na 1945 en de Bersiap-periode. We moeten meer luisteren naar elkaar en goed samenwerken, dat is voor Indonesië ook interessant.

Verder lezen

Interviews
#gemeenteraadsverkiezingen

Hadassa La van ChristenUnie Amsterdam: ‘Ik wil kwetsbare mensen een stem geven en ervoor zorgen dat ze ook gehoord worden’

Cultuur     Identiteit     Interviews
#podcast

MDBP Podcast: Jinai Looi: “Smaak zou een vak op school moeten zijn”

Column

Column: “Moeders en vaders zijn je allereerste coaches”

Menu