Column: Hoe Zwarte Sinterklaas in Indonesië kwam

Geplaatst in: Column
KITLV. Onderschrift: "De Van der Hagen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, mogelijk bij Boeleleng"

Link naar afbeelding

Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische SchrijfschoolElke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

Vooral bij jongeren kom ik soms het idee tegen dat met de onafhankelijkheid in 1945 er van het ene op het andere moment een nieuwe situatie ontstond. Hopla, de Nederlanders in Nederland en de Indonesiërs in Indonesië.

Zo was het niet.

Er waren blijvers. Uit nood, degenen die geen toegang kregen tot Nederland. Uit keuze, omdat ze bijvoorbeeld in dienst waren van Nederlandse bedrijven. Die droegen veel bij aan de Indonesische economie. Die overgangstijd fascineert me. Er lijken twee werelden tegelijkertijd te bestaan. Nog altijd de bubbel van de oude koloniale tijd, en de groeiende aanwezigheid van het nieuwe Indonesische tijdperk.

Toen kwam december 1957. Er was al een anti-Nederlandse sfeer, ook omdat Indonesië wel en Nederland niet over de kwestie Nieuw-Guinea wilde overleggen. Op 1 december was er een aanslag op Soekarno. Op 3 december namen werknemers van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) in Jakarta het bedrijf over. Nederlanders werden geweigerd in het openbare leven. Op 5 december moesten bedrijven een ‘akte van overdracht’ aan het Indonesische leger tekenen. Overdracht betekende: alles kwijt. Het leger nam ook banken over.

Zo is de bijnaam ontstaan: juist op 5 december, wat destijds een traditionele pakjesavond was, werd dat jaar een duistere, donkere dag. Zwarte Sinterklaas leidde tot een uitstroom van bijna 50.000 (Indische) Nederlanders.

Eind december 1957 schreef De Volkskrant er een groot artikel over.  Zo begon het:

Ik ben niet bevoegd tot het overdragen van mijn functie. Ik maak bezwaar tegen deze gang van zaken en ik teken deze overeenkomst, mij eenzijdig en onder dwang opgelegd, onder protest.” De Nederlander buigt zich over de „akte van overdracht” en tekent. […]

Zo gingen er nog steeds Nederlandse bedrijven over in Indonesische handen. De formaliteit lijkt op een operette en dan nog wel een slechte. Het wordt hier tot in den treure herhaald en de ambassadeurs van Indonesië vertellen het overal ter wereld: “We nationaliseren niet, we onteigenen niet, We nemen slechts tijdelijk het beheer over.” Dan volgt, op de vaste vraag: “Hoe lang is tijdelijk?” het vaste antwoord: “Totdat Nederland Irian aan ons heeft overgedragen”.

Irian, dat was Nieuw-Guinea. Als je het zo leest, denk je: kan dat zomaar, bedrijven onteigenen, van de wettelijke eigenaar afnemen en aan iemand anders geven? Ja, wanneer de overheid en het leger samenwerken. Wanneer er een tijd lang een onderliggend gevoel van weerstand is gegroeid tegen alles en iedereen dat Nederlands was gebleven in dit nieuwe land.

Enerzijds kan ik er rationeel wat begrip voor opbrengen. Anderzijds gaat mijn hart als altijd uit naar de mensen die het getroffen heeft. Vaak families die generaties lang in Indië woonden, daar thuis waren, geen kwaad in de zin hadden. En dan opeens, BAM, je moet weg. Hup naar Nederland waar ze je vragen hoe het kan dat je zo goed Nederlands spreekt. En hier was het veelal opnieuw beginnen.

Een hele tijd geleden was ik bevriend met een oudere Indische heer – ja, oude stempel, heerlijk – die een drukkerij had. Een levenswerk waarin hij vele jaren werk had gestopt, uit liefde voor het vak. Hij kon mooie technische verhalen vertellen waar ik als schrijfster graag naar luisterde. Want drukwerk interesseert me.

In zijn verhalen kwam ook altijd dat ene heel droevige. De dag dat hij weg moest uit Indonesië. Hij begreep het nog niet, kón het niet begrijpen. Hier kwam hij op kantoor terecht. Een ander leven. Niet zijn keuze, maar hij heeft de rest van zijn lange leven zijn rug recht gehouden, zoals velen van de Eerste Generatie.

Verder lezen

Identiteit     Column

Column: “Mijn oma was een buitenkamper”

Column     Erfgoed

Column: Hij was mata glap

Interviews     theater

Yuwi van De Bananengeneratie: ‘Mijn moeder heeft mij vrijheid gegeven. Ik kan daarom alleen maar mijn volledige zelf teruggeven’

Menu