Column: Comité Indië Weerbaar in Nederland

Geplaatst in: Column
Foto: De Hollandsche revue jrg 22, 1917, no 5, 23-05-1917. Rhemrev is de derde van rechts

Vilan van de Loo is onderzoekster en schrijfster. Haar interesse gaat uit naar het oude koloniale Indië. Daar schrijft ze bij voorkeur haar boeken over. Ze is ook initiatiefnemer van De Indische SchrijfschoolElke week verschijnt er een nieuwe column van haar hand.

Kijk eens naar die man, de derde van rechts. Hoe hij daar staat. Vol zelfvertrouwen. In uniform. Goed gedecoreerd. Kapitein W.V. Rhemrev was niet verlegen. Op het moment dat deze foto gemaakt is, bevindt hij zich in Nederland met het Comité Indië Weerbaar. Het is 1917. Inderdaad, middenin de Eerste Wereldoorlog.

Ik dacht terug aan het Comité en de beweging erachter toen ik de berichten las over de geringe weerbaarheid hier in het geval er iets gebeurde. Niemand weet dan wat te doen, behalve het leger opbellen. Maar op defensie is nogal bezuinigd, dus het is onzeker of er nog iemand is die de telefoon opneemt.

Zo ook in 1917. In de koloniale tijd was het een eeuwige vraag hoe het moest met de defensie van Indië. Want ja, al die eilanden, hoe verdedig je die tegen een buitenlandse agressor? Iedereen had er een eigen idee over. Zo ook de beweging Indië Weerbaar, waar gedacht werd over een deelname van de inheemse bevolking aan de strijdkrachten en een groter budget van Nederland voor het KNIL. Dat waren voor velen pijnpunten. Zo’n twintig jaar geleden – dus iedereen wist het nog – had de overheid aan de Atjesche krijgsheer Toekoe Oemar zeer veel wapens gegeven, hij zei ‘hartelijk dank’ en keerde zich tegen de overheid.

Dat moest niet nog een keer. En dan: Nederland een groter budget voor militairen? Willen is kunnen, vond het Comité Indië Weerbaar. In 1917 reisde het Comité naar het moederland, naar Nederland. De ‘deputatie’, zoals kapitein Rhemrev het noemde, bestond uit deze zes leden:

  • 1. F. Laoh, afgevaardigde van de Perserikatan Minahassa;
  • 2. Prins Ario Koesoemo-Diningrat, afgevaardigde van den Prinsenbond;
  • 3. Raden Toemengoeng Danoesoegondo, afgevaardigde van den Regentenbond;
  • 4. Mas Ngabehi Dwidjo Sewojo, afgevaardigde van de Boedi’ Oetomo;
  • 5. Abdoel Moeis, afgevaardigde van de Sarikat Islam;
  • 6. W.V. Rhemrev, als Nederl. afgevaardigde, terwijl als leider en raadgever der deputatie is opgetreden Z.Exc. de Oud-Gouverneur-Generaal Idenburg.

In Nederland kreeg het Comité veel aandacht. Persmomenten. Een diner met de voormalige gouverneur-generaal Van Heutsz. Discussies.

Soms denk ik dat het sterkste koloniale machtmiddel niet zozeer het wapen was, maar de bureaucratie. De langzame, vrijwel eindeloze weg van vergaderen, stukken die door verschillende lagen trokken en daar van de juiste persoon een paraaf behoefde, een voorlopige bespreking, een aanpassing en dan opnieuw een vergadering.

Vertragend. Tijdrovend. Ontmoedigend.

Zo ook over de eisen van het  Comité. Men vergaderde. Erg lang. En met het geluk dat Indië al die tijd niet werd aangevallen door een vreemde mogendheid. In 1923 kwam er eindelijk een nieuwe vlootwet, waarmee het aantal schepen in de Oost werd uitgebreid. Van Heutsz kwalificeerde het geheel als een ‘botervlootje.’

In 1927 kwamen er nieuwe defensiegrondslagen, waarin besloten werd dat ingeval van een buitenlandse agressor er beroep op anderen gedaan moest worden. De kapitein sloeg politiek een andere weg in. Maar al met al: Indië Weerbaar had evenals de kapitein een punt gemaakt, en dat was het belang van weerbaarheid.

Verder lezen

Identiteit

Gezocht: derde en vierde generatie Indische Nederlanders voor serie interviews over identiteit

Column

Column: De vitaliteit

Erfgoed

Column: Zien we elkaar op de Tong Tong Fair?