Column: “Moeders en vaders zijn je allereerste coaches”

Geplaatst in: Column
Marcel van Doorn is vrijgevestigd therapeut, expert in psychotraumatologie en gespecialiseerd in interculturele opstellingen. Elke maand deelt hij zijn opgedane kennis en ervaringen met Meer Dan Babi Pangang. Deze keer schrijft hij over de coaches, migratie en wat je brein gelooft.

 

Met groot vermaak heb ik naar de uitzending gekeken van Arjan Lubach over coaches in Nederland en het enorme aantal, dat omhoog geschoten is sinds het aantal opleidingen verdubbeld is. Ook de enorme variëteit van gelukscoach tot levenscoach, het liefst allemaal in Engelse benamingen, creëert en voldoet aan de enorme behoefte van vooral vrouwen, die de leegheid van hun bestaan proberen op te vullen naast al hun yoga en zinloze spirituele bijeenkomsten.

De serieusheid waarmee sommige coaches zich presenteren, de zaken die zij als ware beloften als een worst voor de neus van hun potentiële klanten voorhangen zijn als de paaseitjes van de Hema in de uitverkoop, voordat Pasen daadwerkelijk heeft plaats gevonden, is inderdaad een aanval op de lachspieren. Zelf herinner ik mij een aan mij gerichte advertentie van een opleiding tot ‘los-laat’ coach. Zelden heb ik zo een buikpijn van het lachen gehad en mijn bezoek vermaakt met onze primaire visualisaties van zo een opleiding. “Hou vast, hou vast. Nee, laat los, laat nu los!’ en als uitsmijter ‘Tarzan, laat los!!’, en dan wel op plat Utregs.

Moeders en vaders, en de stam van je familie zijn je allereerste coaches. Onderzoek levert een bewijs op dat minimaal één op de drie huwelijken dan wel relaties uit elkaar gaan. Voor kinderen is een scheiding van hun ouders te vergelijken met een oorlog, hoe zeer zij het ook zeggen en lijken te begrijpen. Ander onderzoek levert een ander soort trauma op namelijk dat van onveilige relaties waarbij ouders bij elkaar blijven, eigenlijk in gevangenschap, om diverse redenen variërend van geloof tot financiën tot psychische afhankelijkheid.
Eén van reden dat vrouwen terugkeren naar de man die hun mishandeld is de zekerheid dat het gaat gebeuren. Het blijkt vreselijk moeilijk te zijn om deze zekerheid, dit patroon, te doorbreken. Hetzelfde geldt ook voor mannen die mishandeld worden. Kinderen worden geconfronteerd met de afschuwelijke waarheid dat sprookjes niet bestaan.

Het slachtofferschap is te allen tijde verbonden aan het daderschap.

Dan is daar de vriendenkring om de ouders heen, die als voorbeeld fungeert voor kinderen, de school en eigen vriendjes, de maatschappij en sociale media. Er is feitelijk een enorm vangnet aan coaches in diverse vormen. Toch blijkt dit niet altijd afdoende om verschillende redenen, waarbij ik een holistische kijk hanteer die afwijkt en uitgebreider is dan de gemiddelde reguliere kijk die gebaseerd is op normen en waarden. De socialisatie van kinderen is afhankelijk van diverse factoren als de afkomst en nationaliteit, culturele achtergrond, religie, plek op de maatschappelijke ladder enzovoorts. De scholing van kinderen in Nederland is gebaseerd op de samenstelling van de Nederlandse bevolking van de vorige eeuw. Uit cijfers blijkt echter dat ruim één vijfde van de huidige bevolking een andere achtergrond heeft.

Hierbij wordt mijns inziens voorbij gegaan aan de migratie van de toen ruim 300.000 mensen uit Nederlands Indië met Nederlandse nationaliteit. Het ging om Nederlanders van uitsluitend Europese afkomst, de totoks, én om Nederlanders van gemengd Europees-Aziatische afkomst – in de koloniale tijd Indo’s geheten, die thans een groep van bijna twee miljoen Nederlanders vormt. Zij behoorden tot verschillende categorieën, met uiteenlopende achtergronden. De eerste categorie repatrieerde naar het vaderland, dus keerde letterlijk terug na een lang verblijf in de kolonie. De tweede categorie werd als Nederlander in de kolonie geboren, maar een klein gedeelte hiervan was ooit op ‘groot verlof’ gegaan; het grootste gedeelte had zelden of nooit eerder in het vaderland overzee gewoond. De derde categorie was Indonesisch staatsburger geworden, ‘warga negara’, maar kreeg daar later spijt van.

Deze zogeheten spijtoptanten namen alsnog de boot – of het vliegtuig – naar het Westen. In de loop van de naoorlogse jaren is de term ‘Indische Nederlander’ ingeburgerd geraakt voor alle migranten die na de oorlog van Indië, dan wel Indonesië naar Nederland zijn gekomen. In 1951 kwamen 12.500 Molukkers per boot naar Nederland; 3.500 Molukse soldaten uit het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) en hun gezinnen. Tussen 23 maart en 21 juni 1951 kwamen de Molukkers in de havens van Rotterdam en Amsterdam aan voor een tijdelijk verblijf. Hoewel verreweg de meeste Molukkers KNIL-militairen waren, maakten ook kleine groepen Molukkers in dienst van de marine, politiemensen en burgers deel uit van de passagiers.

Het tijdelijk verblijf mondde uit in een permanent verblijf. Tot groot verdriet en onmachtgevoelens van een groot gedeelte van die groep.

Er is een duidelijk verschil tussen enerzijds de ervaringen in Europa en anderzijds de ervaringen in Azië voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. En we dienen onderscheid te maken tussen enerzijds de Nederlands Indischen en de Molukkers. Die laatste groep kwam met een heel eigen verwachting, die nooit erkend is door de Nederlandse overheid. De grote groep Nederlands Indischen is voor het gemak van diezelfde overheid ‘geruisloos geïntegreerd’. Zwaar gebukt onder de financiële druk van de overheid, men moest tenslotte alles zelf betalen en van het loon werd 60% ingehouden. Er was gewoon een grote armoede onder heel veel Indische Nederlanders. Daar sprak men niet over. Zowel door de wettelijke als uitvoerende instanties werd het zwijgen opgelegd, als men niet gedwee was, kon men tenslotte alles kwijtraken.

Armoede kent haar eigen realiteit en mensen die nooit armoede hebben gekend kunnen het zich bijna niet voorstellen dat men in armoede blijft leven. Onderzoek heeft echter uitgewezen, dat armoede ook fysiek iets met mensen doet, namelijk dat de hersenen op een ‘armoede’ stand gaan staan. Men gelooft als het ware niet dat verbetering mogelijk is, men kan het gewoonweg niet aannemen. Dat is het gevolg van de verandering in de hersenen! Het kost mensen die vanuit een armoede situatie komen heel veel kracht en overtuiging om zich te ontworstelen en onbewust dan wel bewust hun hersenen in een andere stand te zetten. Als je dan ook nog eens gekleurd bent, heb je sowieso al een slechtere startpositie dan Max Verstappen bij de F1. Je start ergens achteraan, wat niet wil zeggen dat je nooit op pole 1,2 of 3 zou kunnen komen. En als je gekeken hebt weet je wat hij bereikte.

Mijn moeder zou voor de televisie hebben gezeten en zich helemaal opgewonden hebben, totaal vergetend dat zij al een sigaret in de asbak had liggen, zou ze er zo weer eentje opsteken. En dan mopperend dat het alleen weer mannen zijn die zo mogen spelen met een snelle auto. Mijn vader in de tuin haalde zijn schouders op, hij wiedde de grond en in de schoongemaakte grond zaaide hij de groenten, boontjes, pompoen, bloemkool, spitskool en peultjes.

Verder lezen

Column     Erfgoed

Column: Hij was mata glap

Boeken     Interviews

Een eervol bestaan gaat over de geschiedenis van het KNIL: ‘Ik wilde voorbij het geijkte kijken’

Culinair     Interviews     Erfgoed

RAKUS Magazine legt diverse Indonesische eetculturen in Nederland vast voor de volgende generatie

Menu