Marcel van Doorn: “Ik ken het woord discriminatie al sinds mijn vierde”

Geplaatst in: Identiteit, Column, Artikelen
Marcel van Doorn is vrijgevestigd therapeut, expert in psychotraumatologie en gespecialiseerd in interculturele opstellingen. Elke maand deelt hij zijn opgedane kennis en ervaringen met Meer Dan Babi Pangang. Deze keer vertelt hij over zijn basisschooltijd en een (innerlijke) lenteschoonmaak.

Kijkend naar buiten zie ik het zonnetje schijnen en dan weet ik dat het echt weer lente is. In de lente begint alles in de natuur weer te ontwaken, ook wij mensen doen dat. Meestal op een leuke manier, de tuin weer in, luisteren naar de vogeltjes die er lustig en ijverig op los fluiten, de geur van lente ruiken die de belofte van zomer in zich draagt. Met een voorjaarsschoonmaak van je huis zou je ook eens je overtuigingen onder de loep kunnen nemen. Probeer eens om er zonder oordeel of verwijt naar te kijken. Er waren en er zijn genoeg legitieme reden om tot bepaalde overtuigingen te komen. Kijk of deze overtuigingen helpend voor je zijn of juist belemmerend.

De grootste ontdekking voor mijzelf ruim 20 jaar geleden was dat de belemmerende overtuigingen het moeilijkst waren om op te ruimen. Aanvankelijk leerde ik een affirmatie om een overtuiging op te ruimen. Een affirmatie is een gedachte die je door herhaling steeds meer gaat geloven. Letterlijk betekent het: bevestiging, bekrachtiging. Een affirmatie is gebaseerd op het principe dat je hersenen geloven wat ze vaak zien of horen. Wat ik echter niet in de gaten had was dat een aantal van deze  opgeruimde overtuigingen zich al weer vermomd hadden in andere net zo belemmerende overtuigingen. En had ik dat wel in de gaten, kwamen ze via de achterdeur toch weer naar binnen, of via de kelder, zolder of een raampje. Met familieopstellingen leerde ik onder andere de oorsprong van mijn overtuigingen kennen. Sommigen kwamen echt heel ver weg uit mijn familie. Door standvastig én een goede begeleiding van mijn toenmalige therapeuten heb ik de overtuigingen kunnen herkaderen.

Een voor de Indo’s bekende overtuiging was en is dat je altijd beter algemeen beschaafd Nederlands moest spreken dan wie dan ook.

We mochten thuis zeker geen dialect spreken. Met de buren sprak mijn vader dan wel een soort van dialect waarvoor we ons schaamden. Hij sprak altijd keurig Nederlands, Engels en Frans. Gelukkig waren we niet echt vriendjes met de buurjongens. Die hadden ons nooit serieus genomen in een vriendschap. Een andere overtuiging was dat je op school altijd betere cijfers moest behalen. Als je thuis kwam met een acht was er meteen de vraag waarom je geen negen of tien had gehaald, waarbij de ogen van je moeder fonkelden als gloeiende kooltjes. Voor haar was het natuurlijk confronterend dat ik als speels jongetje zo makkelijk goed en voldoende cijfers kon halen. Als kind haalde ze liever kattenkwaad uit met haar broer dan naar school te gaan. Zij moest als puberend meisje in de oorlog oppassen voor de bezetters en spelen was uit de boze. En ik was het bruine kind dat in de Hollandse wereld wilde leven en tegelijk ook in mijn Indische familie.

Op de dorpsschool waar ik mijn laatste twee jaren van de lagere school volbracht, was ik samen met mijn zusjes en broertje het enige gekleurde gezin. We waren opvallend onopvallend aanwezig en deden alles wat kinderen nu eenmaal doen. In mijn geval was dat het verdedigen van mezelf en mijn zusjes en broertje. Toentertijd was toezicht op een schoolplein niet iets vanzelfsprekend en vaak stond er maar één onderwijzer  aan het hoofd van wel meer dan zeventig kinderen. In mijn klas hadden we een jongen zitten die al twee of drie keer was blijven zitten. Een enorme gast met handen als kolenschoppen en overal haar. Natuurlijk moesten de jongens mij op mijn plaats zetten. Ik kwam daar als eerste bruine jongen binnen, had veel aandacht van de meisjes en scoorde bij de onderwijzers omdat ik vaak goed en  haalde. Enfin, je zal begrijpen dat ze die enorme jongen heel makkelijk zover kregen om mij een pak slaag te geven. Nu had ik mijn oudere broer niet bij me en moest ik het zelf oplossen. Op de school werd het toen redelijk normaal gevonden dat jongens gingen ravotten, dus toen ik mijn diplomatie inzette, een klacht indiende, gebeurde er niks. Er bleef voor mij maar één ding over.

Op het moment dat de grote jongen mij weer ‘een lesje’ wilde leren, trapte ik hem zonder pardon in zijn kruis, gewoon voluit.

Natuurlijk ging die jongen onderuit en voor het eerst had een onderwijzer opgelet en kreeg ik letterlijk en figuurlijk ‘de zwartepiet’ toegespeeld. Ik moest nablijven en strafregels schrijven, iets waarvan ik toen al het nut niet inzag en het weigerde.
Ik benoemde dit als ‘discriminatie’ en de onderwijzer dacht dat ik zoiets moest zeggen van mijn moeder. Echter toen hij het ging navragen wees mijn moeder hem terecht op het feit dat ik dat zelf heel goed kon duiden en dat ze het dit keer wel eens met mij was. Het woord kende ik al vanaf mijn vierde. Deze gebeurtenis sterkte mijn overtuiging dat een autoriteit een verschil maakt tussen ‘witte en bruine mensen’. Deze overtuiging komt nu nog steeds even om de hoek kijken als er iets gebeurd of als ik iets er over lees. Telkens bekijk ik of de autoriteit in kwestie niet discrimineert op een discutabele handelswijze.

Een voorbeeld van omgekeerde discriminatie overkwam mij rond mijn 25e levensjaar. Bij aankomst op het vliegveld van Tunis werd ik aangehouden door de douane die mij vroeg waar mijn Tunesisch paspoort was? Na een heleboel geharrewar mocht ik uiteindelijk wel door naar mijn hotel, alwaar mij werd verzocht de dienstingang te nemen en met mijn chef te praten. Zo kan het dus ook. Uiteindelijk werd het toch een leuke vakantie.

Het leerde mij wel dat bruine en zwarte mensen onderling elkaar ook discrimineren zonder gêne.

Mijn kindertijd en jeugd waren onbezorgd met een rand van nare gebeurtenissen. Een paar halsstarrige overtuigingen vonden hier hun grondslag. De neiging om iets of iemand de schuld te geven hiervoor is een menselijke denkfout. Zelden zijn we ons ervan bewust dat het onze eigen gedachten zijn die deze samenleving maken zoals die aan ons verschijnt. Ik heb mij jarenlang gehuld in de slachtofferrol en die jas paste mij prima. Als een soort kameleon paste ik mij aan, deelde her en der speldenprikken uit en tegelijk probeerde ik er voor te zorgen dat ik vooral niet gekwetst werd. Elk mens doet nu eenmaal zijn stinkende best om geen pijn te hoeven voelen. Het gevolg is dat we ons door die angst laten leiden en ons ermee voeden. Heel stil en vooral in jezelf stel je allerlei eisen waaraan bijvoorbeeld je partner moet voldoen of je baan. Het punt is echter dat alleen jij dat weet en verder niemand anders. In communicatie naar de ander absoluut niet handig en het gevolg is miscommunicatie en bevestiging van jouw slachtofferschap. Daar heb ik echt wel de nodige ervaring mee gehad.

Dus precies datgene, wat je koste wat kost wilt vermijden, creëer je zelf. En dat houdt pas op als jij daar mee stopt.

Dat stoppen is zoiets als een deur openen waarvan jij denkt dat daar achter een oceaan vol ellende of verdriet of nog erger verborgen is en jou wegspoelt. Het is die angst ervoor die regeert dus de neiging om het niet te doen is megagroot. Terwijl als je je eigen angst in de ogen aankijkt, blijkt het niet dat grote monster achter jou te zijn, maar vaak een heel klein ding of zoiets. En ja, dat gaat heel vaak gepaard met huilen, de emotie die loskomt na jarenlange opsluiting. Maak dan niet de vergissing dat je gaat denken dat het de emotie van nú is, want dat is het echt niet. Het zijn oude emoties die nu loskomen en jou schoon spoelen, zo simpel en fijn. Laat het gewoon toe en claim het niet, want het is niet meer van jou ook al ben je er nog zo aan gehecht.

Een klant van mij beschreef dat hij nu opeens een gat in zijn buik had gekregen en vroeg zich af wat hij daarmee aan moest. Mijn antwoord was dat hij dat nu mooi kon vullen met ‘liefde voor zichzelf’ en dat beloonde hij met een grijns. Hij vond het een mooie ruil. Met alleen boeken lezen hierover kom je er niet is mijn ervaring. Je moet gaan oefenen met de nieuwe overtuigingen als je de oude hebt opgeruimd. Je zult ook moeten leren werken in groepen, opnieuw leren vertrouwen en leren geen eisen te stellen daar waar het niet nodig is. Je leert het net als een baby die lopen leert, met vallen en opstaan in het grenzeloos vertrouwen dat jij het kan. En kies zorgvuldig je gids, je therapeut die je kan begeleiden. Alleen dan kom je tot de werkelijke kern, de oorspronkelijke trauma’s die jou verhinderen in je eigen autonomie te staan. Vandaag is het een zonnige lentedag en ga ik fietsen om mijn eigen accu op te laden. De natuur is het grootste medicijn dat we hebben, gratis en wel.

Verder lezen

Identiteit     Column

Column: Bingo met prijzen

Cultuur     Identiteit     Column

Columnist Vilan van de Loo: “Ook 75 jaar geleden”

Column     Recensies     Historie

Column: “We zijn hoe dan ook verbonden met het verleden”

Menu