Derde generatie

Waar eerdere generaties slechts over Indië spraken, wil Maarten Bauer ook verder kijken: ‘De dialoog over dekolonisatie gaat altijd door’

Geplaatst in: Identiteit, Interviews

Maarten Bauer (22) studeert compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Vorig jaar leerde hij gamelan spelen tijdens zijn stage in Singapore en Bali. Ook studeert hij Europese studies met de specialisatie Europees recht in Amsterdam. Hij heeft een Indische vader. MDBP onderzoekt in een interviewreeks hoe de Indische identiteit doorleeft bij de derde generatie.

“Mijn oma kwam uit een gegoede Indische familie, want mijn overgrootvader was architect in dienst van de staat. Haar familie heeft door heel Indonesië gewoond en was van Nederlandse, Chinese, Javaanse en Belgische afkomst. Het leven van mijn oma’s familie was à la Tante Lien met een goed leven, lekker eten en tempo doeloe. Ze is geboren en opgegroeid in Tanjung Pinang op het eiland Bintan, vlak bij Singapore. Mijn oudoom, de broer van mijn oma, heeft een kaart voor me getekend en ik ben er twee keer geweest. Het was indrukwekkend om door de straten te lopen waar ze is opgegroeid. Dat moment was heel emotioneel voor me. Mijn opa en oma zijn overleden toen ik zeven jaar was.

Mijn band met Indonesië is een manier om mijn gemis te verwerken. Toen ik zag waar mijn oma heeft gewoond, voelde het alsof we herenigd waren.

Tekst gaat verder onder de foto’s

De getekende kaart van zijn oudoom wijst de huizen aan waar zijn familie in Tanjung Pinang heeft gewoond.
In deze wijk heeft de oma van Maarten Bauer gewoond.

Mijn opa heeft een heel ander verhaal. Zijn vader was Duits en kreeg een relatie met iemand uit Kalimantan. Zijn vader is waarschijnlijk vertrokken omdat hij geen kind van gemengde afkomst wilde. Mijn overgrootmoeder heeft mijn opa ter adoptie gesteld aan Huize Oranje-Nassau in Magelang, het weeshuis van Pa van der Steur. Mijn opa heeft zijn ouders nooit gekend en is opgegroeid als wees. Op zijn geboorteakte staat de plaats Radewota, maar die is nergens te vinden op de kaart.

Tekst gaat verder onder de foto

De grootouders van Maarten Bauer.

Oorlog en Bersiap
In de oorlog werd mijn opa tewerkgesteld aan de Birmaspoorlijn. Hij werd twee keer ter dood veroordeeld, omdat hij eten stal om de medegevangenen te helpen overleven. De eerste keer ging zijn executie niet door vanwege de verjaardag van de Japanse keizer. Alle Japanners waren dronken en niemand had zin om een gevangene te doden. De tweede keer was de oorlog bijna afgelopen en was het moraal onder de Japanners laag.

Mijn oma zat in een jappenkamp bij Ngawi en had nog grotere trauma’s. Na de capitulatie vielen Javanen het jappenkamp aan als uitbarsting van haat tegen mensen van (gemengd) Nederlands bloed. Toen werden de Japanners ineens beschermers van het kamp, omdat ze verantwoordelijk waren voor de gevangenen. Het frappante was dat mijn oma hield van de Japanners, terwijl mijn opa een spuughekel aan ze had.

Tijdens de Bersiap heeft mijn oma veel gruwelijks meegemaakt. Haar familie stopte juwelen in een speelpop zodat ze niet gestolen werden. Dan had je later nog wat om rijst mee te kopen. Mijn grootouders spraken niet over hun trauma’s.

Tekst gaat verder onder de foto

Rechts staat de oma van Maarten Bauer.

Terug naar Indonesië
Mijn grootouders zagen in dat ze nooit meer terug zouden gaan en wilden hier hun leven opbouwen. De hele familie is naar Nederland of de Verenigde Staten gegaan. Mijn vader is heel Nederlands opgevoed en niet veel bezig geweest met zijn afkomst. Hij heeft totaal geen emotionele band met Indonesië. Mijn oma wilde eerst nooit terug naar Indonesië. Door haar trauma’s had ze een hekel aan Indonesiërs. Uiteindelijk zijn mijn grootouders en ouders op vakantie geweest naar Bali, wat heel westers is. Oma besefte zich dat Indonesiërs niet meer de agressieve mensen zijn waarmee ze vroeger te maken had. Dat was een omslagpunt voor haar. Daarna zijn mijn grootouders elke winter naar Indonesië op vakantie geweest. Mijn opa is ook een paar keer teruggegaan naar het weeshuis in Magelang. Mijn oma’s wens was eigenlijk dat haar as werd uitgestrooid op Bali.

Afkomst
Vanaf de middelbare school begon ik na te denken over mijn afkomst. Dan ga je je beseffen dat sommige dingen niet vanzelfsprekend zijn. Mijn vader gebruikt soms voor de grap Maleise woorden, zoals gatal, bolong, rakus en kepala botak. Op de basisschool dacht ik dat het Nederlandse woorden waren en zei ik ze gewoon. Mijn vader las me ook voor uit het boekje Je lâh je rot met sprookjes in het Petjo (Creoolse taal, red.). Als mij wordt gevraagd naar mijn afkomst, zeg ik dat ik Nederlander ben met Indische roots. Het woord ‘Indo’ begrijpen ze in Indonesië ook. Daar vroegen veel mensen waarom ik zo goed Indonesisch spreek. Maar aan mijn uiterlijk zien ze niets, terwijl dat in Nederland juist wel is. Mijn grootouders noemden zichzelf in de eerste plaats Nederlander en daarna pas Indisch. Vanuit huis heb ik meegekregen dat we onze afkomst moeten koesteren en niet verloochenen.

Veel van mijn vrienden zijn Indisch of Moluks. Op de een of andere manier trek je toch naar elkaar toe. We gaan wel eens samen nasi goreng of bakso maken.

Tekst gaat verder onder de foto

 

Dit bericht op Instagram bekijken

 

Een bericht gedeeld door Maarten Bauer (@maartentjuhhh)

Overgenomen
Ik heb vooral het samen eten overgenomen. De geschreven recepten van mijn overgrootmoeder waren expres onvolledig zodat haar recepten geheim en mysterieus blijven. Mijn smaak is zo ontwikkeld dat ik eigenlijk vooral hou van Indonesisch eten. Nu ik een vrije dag heb maak ik sayur lodeh en tumis buncis. Ik hou van pittig eten en gooi er het liefst een halve pot (zelfgemaakte) sambal op. Ook ben ik bekend met Indorock, zoals de Tielman Brothers, en Hawaiimuziek. In onze boekenkast staat veel Indische literatuur. En ik heb eigenschappen die ik bij veel Indo’s zie: bescheiden, afwachtend, minder direct en wat stiller in de omgang. Mijn broer Koen daarentegen is juist helemaal niet bezig met zijn afkomst, wat ook helemaal oké is. Indorock vindt hij wel helemaal geweldig!

Foto’s van Tanjung Pinang.

Postkolonialisme
Mijn grootouders waren veel bezig met Nederlands-Indië en praatten niet vaak over de tijd na 1945, terwijl ik juist geïnteresseerd ben in hoe het nu is in Indonesië. Want Indië is allang weg. Ik vind dat er een dialoog op gang moet komen waarbij de geschiedenis niet aan beide kanten eenzijdig wordt uitgelegd. Na de onafhankelijkheid zijn verschrikkelijke dingen gebeurd die gevolg zijn van het Nederlandse bewind.

De generaties voor me waren bezig met kolonialisme, terwijl mijn generatie kijkt naar postkolonialisme: gevolgen die we nog terug kunnen zien en hoe we daarmee moeten omgaan.

Dekolonisatie is ook nog niet voltooid in het onderwijs. Nieuwe stemmen laten zien dat de geschiedenis veel gecompliceerder was dan we vanuit Nederlands perspectief verteld krijgen. Zelf ben ik het er niet mee eens dat het cancelen van culturen of gedachtegoed iets positiefs oplevert. Zoals de ophef over de rijsttafel, omdat dit een product van het kolonialisme is. Door te zeggen dat we moeten stoppen met de rijsttafel wordt de dialoog vermeden. Het is interessanter om te kijken wat we nu eigenlijk aan het eten zijn. Ook is het belangrijk om te kijken of museumobjecten terug moeten, en naar wie dan. De dialoog over dekolonisatie gaat altijd door.

Maarten Bauer (rechts) speelt gamelan.

Muziek
Docenten op het conservatorium lieten me kennismaken met gamelan. Dat vond ik zo geweldig dat ik in Singapore en Bali alleen maar gamelan heb gestudeerd. In mijn composities doe ik veel met Indonesische en westerse muziek. Ik noem het Indische muziek, omdat het een mengelmoes is van twee kanten, net als ikzelf. Ik vind het belangrijk een brug te slaan tussen twee landen en verhalen te vertellen met muziek.

In de toekomst wil ik een opera schrijven over de periode rondom de onafhankelijkheidsverklaring op 17 augustus 1945, verteld vanuit verschillende perspectieven. Het laten samensmelten van verschillende soorten muziek brengt diepgang in het verhaal.

Tekst gaat verder onder de video’s

Deze compositie heb ik opgedragen aan mijn opa en oma. Javaanse gamelan en klassieke muziek smelten hier samen:

Mijn compositie Segara Gunung voor Balinese gamelan (ik zit helemaal rechts):

Volgende generaties
Mijn opa vermeed expres Japanse producten: een Japans automerk was uit den boze en Japanse apparatuur kwam het huis niet in. De verhalen over ‘de Jappen’ zaten diep. Ik heb ook een onderbuikgevoel wanneer iets met Japan langskomt. Hoewel ik dat niet uitspreek, weet ik dat die gedachte komt door de verschrikkelijke verhalen van mijn familie. Ik wil op volgende generaties geen haat op Japan overbrengen. Ik wil wel het Indische eten, de verhalen en de muziek doorgeven. Ook zou ik mijn kinderen Indonesisch willen leren, omdat ik later misschien in Indonesië wil wonen. Tegelijkertijd zou ik mijn kinderen niet pushen om zich Indisch te voelen. Het moet niet groter gemaakt worden dan het is. Ik hoop natuurlijk dat de cultuur blijft. Het is immers een leuk extraatje om Indo te zijn. Ik denk alleen niet dat het realistisch is dat de Indische identiteit na de derde generatie nog een grote rol speelt.”

Lees meer interviews over de Indische identiteit bij de derde generatie:

Verder lezen

Cultuur

Indische fietstour laat sporen van het koloniale verleden in Den Haag zien

Film     Historie

De heropleving van Nederlandse nonnies in Indonesische films

Erfgoed     Historie
Educate yourself

Fort Vredeburg: van koloniaal fort tot cultuur-ideologische bunker