Derde generatie

Gladys Kraus omarmt diens Indonesische afkomst, maar wil niet terug naar diens geboorteland vanwege gebrek aan LHBTI-acceptatie

Geplaatst in: Identiteit, Interviews

Gladys Kraus (20) studeert ruimtelijke vormgeving aan het Mediacollege in Amsterdam. Die is geboren in Indonesië en opgegroeid in Nederland, en identificeert zichzelf als derde generatie Indonesiër. MDBP onderzoekt in een interviewreeks hoe de Indische identiteit doorleeft bij de derde generatie.

“De vader van mijn oma was een Indische KNIL-soldaat die vanuit Nederland naar Indonesië vertrok om te vechten. Daar kreeg hij vijf kinderen met een Indische vrouw. Ze hadden een ongezonde relatie en waren als ouders erg afwezig. Mijn oma heeft samen met haar broer hun broertjes en zusjes opgevoed. Dat was erg zwaar voor haar. Mijn opa is van Chinees-Javaanse afkomst.

Oorlog en onafhankelijkheid
Mijn grootouders hebben in Indonesië de oorlog meegemaakt. Mijn oma werd opgepakt omdat haar vader een KNIL-soldaat was. Ze kwam in een kamp terecht waar ze werd verkracht en mishandeld. Daar sprak ze niet over tot mijn vader vragen ging stellen. Mijn opa zat ook in dit kamp. Hij was door zijn vader uitgehuwelijkt aan een vrouw, maar vluchtte in plaats daarvan met mijn oma naar Solo. Mijn grootouders zijn nooit getrouwd en hun elf kinderen kregen de achternaam van mijn oma. Na de onafhankelijkheid waren ze heel arm en gingen op de markt staan om hun vaardigheden te verkopen. Mijn oma kon goed koken en naaien, en mijn opa was goed in bouwen en repareren.

Tekst gaat verder onder de foto

De grootouders van vaders kant en Gladys’ oom en tante

Nederland
Na de Tweede Wereldoorlog verslechterden de leefomstandigheden in Indonesië. Daarom vertrok de familie midden jaren zeventig naar Nederland om hun kinderen een beter leven te geven. Dat is vrij laat, en ik weet niet waarom ze zo lang hebben gewacht. Mijn oma en vader kwamen met het vliegtuig, de rest kwam met de boot. Mijn vader was toen drie jaar. Twee ooms zijn achtergebleven in Indonesië. Mijn opa heeft veel van zijn schilderwerk mee naar Nederland kunnen nemen.

Mijn opa sprak alleen Indonesisch en Javaans toen hij naar Nederland kwam. De taal leren was voor hem de grootste overgang. Mijn oma kon wel Nederlands, maar ook hun kinderen spraken de taal niet. Mijn vader leerde pas op de basisschool Nederlands spreken. Hij is ook een keer blijven zitten omdat hij een taalachterstand had. Mijn vader is heel Indonesisch opgevoed en thuis aten ze alleen maar Indonesisch. Mijn opa en oma zijn vaak op vakantie geweest naar familie in Indonesië.

Mijn oma was heel zorgzaam, maar kon door haar trauma’s niet altijd een even goede moeder zijn. Mijn oudste tante heeft veel voor haar broertjes en zusjes gezorgd. De geschiedenis herhaalde zich. Mijn ooms en tantes hebben een stuk op emotioneel gebied gemist in hun opvoeding. Dat heeft nog altijd een impact, hoewel niet iedereen weet waarom mijn oma zo afwezig kon zijn.

Tekst gaat verder onder de foto

Modern liefdesverhaal
Mijn moeder is Javaans en geboren in Surabaya. In de pre-koloniale tijd was een voormoeder een van de minnaressen van de sultan van Demak. Haar dochter had geen titel, maar woonde in het paleis en werd door de sultan onderhouden.

Mijn ouders hebben een modern liefdesverhaal: ze leerden elkaar kennen in een chatroom. Na een tijdje te hebben gepraat ging mijn vader op bezoek bij mijn moeder in Indonesië. Een jaar later gingen ze trouwen. Ze hadden zowel een Javaanse als een westerse trouwceremonie. Na de bruiloft ging hij weer terug in Nederland. Toen mijn moeder erachter kwam dat ze zwanger was, ging mijn vader terug naar Indonesië. Ik was negen maanden toen ik naar Nederland kwam. Ik ben thuis ook opgegroeid met de Indonesische taal. Ik zie mezelf als een Indonesiër die met de Nederlandse cultuur is opgegroeid.

Omarmen
De basisschool is voor veel mensen van kleur hun eerste blootstelling aan discriminatie en racisme. In de klas werd ik anders behandeld waardoor ik me anders ging voelen.

Ik wilde Nederlands zijn en begreep niet dat anderen mij niet zo zagen, terwijl ik bijna mijn hele leven hier heb gewoond. Daardoor vergat ik een beetje mijn roots en cultuur.

Toen ik naar de middelbare school ging, begon ik mijn Indonesische identiteit meer te omarmen. Ik had Indonesische vriendinnen die niet hetzelfde dachten of voelden als ik. Daardoor voelde ik me alleen, omdat ik verwachtte dat de mensen die op me leken over onze cultuur en geschiedenis zouden weten. Ik sprak met mijn vader over onze familiegeschiedenis en bekeek de handgeschreven recepten die mijn oma ons had nagelaten. Met mijn moeder praatte ik over de Javaanse cultuur en de verschillen tussen de Indonesische eilanden. Nog steeds word ik nooit echt als Nederlander gezien; ik word vaak in het Engels aangesproken op straat.

De afgelopen jaren heb ik erg de nadruk op mijn afkomst gelegd omdat ik mijn identiteit niet uit het oog wil verliezen.

Ik probeer ook met mijn broertjes veel te praten over onze cultuur. Laatst heb ik een groot schilderij gemaakt over Indonesische rijstvelden. Mijn opa heeft vroeger een soortgelijk schilderij gemaakt dat helaas verloren is gegaan. Het was het iconische uitzicht vanuit ons huis en laat goed de essentie van Indonesië zien.

Tekst gaat verder onder de foto

Werk van Gladys Kraus

Mijn familie voelt zich meer verbonden met de Indonesische gemeenschap en niet zozeer met de Indische. Ik kan me zelf ook minder goed inleven in de Indische gemeenschap. Veel mensen zijn zich niet bewust van het effect van de geschiedenis op Indonesië. Waar sommige Indonesische jongeren weinig bezig zijn met hun afkomst, doen anderen juist hun best om hun identiteit terug te krijgen.

Verschillen tussen generaties
Mijn generatie is de eerste die zich bewust is van het trauma in onze families en hieraan wil werken. Therapie is ook een groot taboe in onze cultuur, maar de derde generatie kan zich steeds beter openstellen. We leren meer over onszelf en schamen ons minder. Bij sommige neven en nichten zie ik dat ze emotionele hechting missen bij hun ouders. Mijn vader heeft zich expres goed ingelezen over opvoeding omdat hij wilde werken aan een emotionele band met zijn kinderen.

Anders dan vorige generaties kan ik toegeven dat ik fout zit. De trots is bij hen een grote factor. Ook hebben veel van hen de mentaliteit dat oudere mensen alles beter weten. Ik heb vooral het eten overgenomen en het dragen van slippers binnenshuis. Daarnaast gebruik ik de botol cebok. Als er vroeger vrienden langskwamen vroegen ze waarom die colafles naast het toilet staat.

Vorige generaties vinden dat de geschiedenis tot het verleden behoort en willen er liever niet aan denken, terwijl ik het belangrijk vind om te weten wat ze hebben meegemaakt. Ik wil vieren wat ze hebben bereikt in plaats van te rouwen en vergeten.

Tekst gaat verder onder de foto

Alle grootouders van Gladys Kraus met de familie van diens vaders kant

Derde gender
Ik vind de kunst achter onze cultuur veel interessanter dan er daadwerkelijk met Indonesië gebeurt. Ik voel me niet echt verbonden met de mensen daar. Omdat ik op vrouwen val en me identificeer als non-binair wil ik niet naar Indonesië gaan. Dat gaat me niet gelukkig maken, en daar worstel ik mee. Voor de kolonisatie was Indonesië sterk beïnvloed door andere Zuid-Aziatische culturen en bestond er ook een derde gender, waria. Dat is een samentrekking van de woorden wanita (vrouw) en pria (man). De LHBTI-gemeenschap werd wel omarmd voor het kolonialisme begon, maar dat is met de opkomst van westerse culturen en de islam steeds verder afgebrokkeld. Ik ben rooms-katholiek opgevoed en het geloof speelde een grote rol in mijn opvoeding. Dat in combinatie met de Indonesische cultuur maakt het lastig me te uiten.

Doorgeven
Aan volgende generaties wil ik daarom acceptatie doorgeven. Ook wil ik graag de traditie van batikkleding voortzetten, hoewel het niet op de traditionele manier gedragen hoeft te worden. En uiteraard geef ik het eten door: ik hou van sayur lodeh, sayur bayang, opor en nasi kuning. Ik denk dat het voor iedereen anders is hoe de Indonesische en Indische identiteit doorleeft. Het ligt eraan hoe erg je je verbonden voelt met de cultuur.”

Lees meer interviews over de Indische identiteit bij de derde generatie:

Verder lezen

Column

Column: Brieven uit Japan

Column

Column: Comité Nationale Actie Steunt Spijtoptanten in Indonesië (NASSI)

Boeken     Interviews

Herman Keppy vertelt in ‘Saparua, meisje’ de onderbelichte Molukse geschiedenis, waarbij hij misvattingen rechtzet en taboes doorbreekt