Alice Tjia: ”Ik voel me bevoorrecht om Aziatische roots te hebben’’

Geplaatst in: Identiteit, Portret, Interviews
Fotograaf: Esmee Rothweiler
Alice Tjia is tweede generatie Peranakan Chinees. Haar moeder kwam als driejarig meisje vanuit Indonesië naar Nederland. Haar vader groeide op in Macau en Hongkong. Alice is hier geboren, maar voelt zich allesbehalve een Nederlandse.

Roots

Mijn Chinese ouders komen allebei van Nieuw-Guinea. Mijn moeder kwam in 1963 met haar ouders naar Nederland, omdat het in Indonesië te gevaarlijk werd. Mijn vader werd op zijn vijfde samen met zijn drie broers en twee zussen naar zijn opa in Macau gestuurd. Het maakt dat ik mij er altijd bewust van ben geweest hoe bevoorrecht ik ben om op te groeien in een warm gezin met ouders die er altijd voor mij waren, in een vrij land waar ik kan zijn wie ik wil zijn. Ik denk dat de keren dat mijn vader zijn ouders heeft ontmoet, op twee handen te tellen zijn. Zijn ouders kregen na hem en zijn vier broers nog een aantal kinderen, in totaal dertien. Een groot gedeelte woont nog in Indonesië. Met hen heb ik via sociale media veel contact en bezoek ik ze regelmatig. Ook kom ik nog geregeld in Hongkong, want daar ligt mijn overgrootvader begraven. En dan hoort het bij onze traditie dat we altijd eerst naar zijn graf gaan, zo blijft hij toch nog een beetje in ons leven. Dat vind ik een hele mooie traditie.

Erbij horen

Als mensen mij vragen waar ik vandaan kom vind ik dat een ingewikkelde vraag.

Ik ben geboren in Nederland, maar voel me meer verbonden met de Chinese en Indonesische cultuur. Eigenlijk kun je wel stellen dat ik het gevoel heb nergens écht bij te horen. Dat is een apart gevoel, want ik heb een Nederlands paspoort, ik spreek de taal, ik ben hier opgegroeid, ik heb hier gestudeerd en tóch ben ik anders. En soms is dat moeilijk. Dat heb ik gemerkt op de basisschool, de middelbare school en zelfs zo nu en dan op de professionele werkvloer. Af en toe  wordt er een scheve opmerking gemaakt waar ‘niks onaardigs’ mee bedoeld wordt en volgt er al snel achteraan: ‘maar je hoort bij ons’ of ‘het was maar een grapje’. Ik vind het jammer dat veel mensen niet begrijpen dat dit een dubbele boodschap is voor mij, namelijk: je hebt me geaccepteerd, maar je zegt wel iets geks over mijn achtergrond of over mensen die er uit zien zoals ik. Het is heel fijn dat transparantie en de directheid zo typerend is in de Nederlandse cultuur, maar mijn tip naar velen onder ons in de Nederlandse samenleving: het mag zo nu en dan iets genuanceerder en het kunnen verplaatsen in iemand anders met een andere achtergrond of etniciteit is een krachtige eigenschap.

Opgroeien in een triple culture heeft absoluut voordelen. Ik heb van alle drie het beste overgenomen. Al zorgt het ook voor een eenzaam gevoel, want wie of wat ben ik dan? Ik voel me niet een rasechte Chinees, maar ook niet Indonesisch en al helemaal niet Nederlands. Ik zit dus soms op mijn eigen eiland en dat voelt wel eens eenzaam.

Vooroordelen

Soms heb ik het gevoel dat ik moet voldoen aan de maatstaven van de Nederlander en daardoor krijg ik wel eens het gevoel dat ik altijd harder moet lopen dan mensen met een Kaukasisch uiterlijk. Ik ben behoorlijk goed geïntegreerd, hoog opgeleid en spreek goed Nederlands. Toch zijn er nog steeds vooroordelen over ons. Dat we allemaal een snackbar of een restaurant hebben, dat we elke dag rijst eten. Dat is zo achterhaald. Mijn generatie is hier geboren, heeft hier gestudeerd en heeft allemaal goede banen. En inderdaad, wij zijn harde werkers. Ik ben er heel trots op dat mijn grootouders toen ze hiernaartoe kwamen, nooit hun hand hebben opgehouden.

Ook mijn ouders gaven mij altijd de boodschap mee: zorg dat je je eigen geld kunt verdienen.

Opgroeien in Nederland

Ik kom uit een echte ondernemers familie. Mijn grootouders hebben vroeger een restaurant gehad in Doorn en dat was een enorm succes.  Ook mijn ouders hebben 26 jaar succesvol een restaurant in De Bilt gehad. Ze hadden er toen bewust voor gekozen om een Indonesisch restaurant te beginnen en geen Chinees restaurant. Mijn ouders beseften toen al dat je je moest onderscheiden.

Ik was het enige Aziatische meisje op de plaatselijke hockeyclub. Mijn vrienden en vriendinnen waren allemaal wit, ik ging niet om met Chinese kinderen, want die waren er niet. Op een gegeven moment begon ik me af te zetten tegen mijn Chinese roots, wilde er niets van weten. Zo droeg ik meer make-up, om mijn ogen er groter uit te laten zien en wilde ik eruit zien zoals mijn vriendinnen eruit zagen. Mijn jeugd tussen Nederlandse kinderen heeft me wel gevormd. Ik ben iemand geworden die goed voor zichzelf kan opkomen, extravert is. Het heeft dus absoluut voordelen voor mij gehad dat ik van mijn ouders de vrijheid kreeg mij te mengen tussen Nederlandse kinderen. Nu ik erover nadenk was mijn jeugd meer Nederlands georiënteerd dan Aziatisch. Ik heb altijd heel veel vrijheid gekregen om te doen wat ik wilde doen. Mijn ouders hebben mij nooit onder druk gezet, zoals dat in de Aziatische cultuur vaker gebruikelijk is, de zogenaamde tiger moms. Na de lagere school moest ik kiezen: havo of vwo. Als kind was ik erg sociaal en druk met hobby’s. Mijn ouders vonden het prima dat ik naar de havo ging, omdat ze al gauw zagen dat ik een praktisch kind was dat een ander tempo had en meer tijd nodig had om zich te ontwikkelen, iets waar ik ze erg dankbaar voor ben.

Kameleon

Op de middelbare school wilde ik heel graag op hockey, net zoals mijn vriendinnen. Maar dat was altijd op zaterdag en dan was er ook Chinese les in Utrecht. Mijn vader vond het heel belangrijk dat ik de Chinese taal kon spreken, voor later. Als trotse Chinese man is de Chinese cultuur kennen en de taal spreken een belangrijk aspect. Toen ik ouder werd en ging studeren, ging ik me in mijn Chinese achtergrond verdiepen. Tijdens mijn studie zat ik tussen allemaal studenten van buitenlandse komaf, en werd ik ineens ook trots op mijn afkomst. Als logisch gevolg wilde ik meer weten over mijn achtergrond. Ik ging voor stage naar Shanghai waar de Wereldexpositie 2010 werd gehouden. Wat een fantastische ervaring was dat! Ik wilde mijn Mandarijn wat opkrikken en me onderdompelen in de Chinese cultuur. Maar na enige tijd kwam ik er langzaam achter dat ik me ook in China niet honderd procent  thuis voelde. Ze zagen me vaak als een buitenlander en bleven maar Engels tegen me praten.

In het laatste jaar van mijn opleiding ging ik in Hongkong stage lopen. Daar voelde ik me nog het meeste thuis. Het is een combinatie van westers en Aziatisch.

Inspirator

Op professioneel vlak probeer ik met mijn Aziatische invloeden een inspirator te zijn en probeer ik op die manier mensen mee te krijgen. In mijn werk wordt wel eens van mij verwacht dat ik op een zeer directe manier communiceer met mensen, maar zo wil ik helemaal niet zijn. Ik krijg zo vaak te horen: Aziaten zijn vaak niet duidelijk, draaien eromheen. Maar bekijk het positief, Aziatische mensen willen anderen niet voor het hoofd stoten, laten mensen in hun waarde. Mijn kracht is dat ik mensen aftast en zo kijk hoe ik ze kan aansturen of met hen kan samenwerken. Met respect, niet dwingen of dingen opleggen. Je kan op de westerse, autoritaire manier sneller iets geregeld krijgen, maar het wordt er niet mooier op. Vriendelijk en dienstbaar zijn hoort bij mij en in mijn vak, maar uiteindelijk ben ik wel duidelijk over de resultaten. Dat is mijn Nederlandse kant.

Het is zo mooi dat wij in een land als Nederland, een samenleving hebben met meer dan 200 nationaliteiten. Het zou fantastisch zijn als we met z’n allen wat meer begrip en openheid hebben voor elkaars culturen en we elkaar niet in hokjes stoppen. Zoals ik al eerder zei, ik ben trots op het feit dat ik opgegroeid ben in Nederland en van Chinese en Indonesische komaf ben. Zo gebruik ik the best of both worlds en vormt dat de kracht van mijn aangeleerde normen en waarden van mijn ouders en grootouders.

Verder lezen

Boeken     Interviews

René Oey: “Mijn vader was liever kunstenaar dan apotheker”

Identiteit     Reportage

Report: Stop Asian Hate Amsterdam

Interviews

Charli Chung: een regisseur die van eten houdt

Menu